DE LITERATUUR VAN DE OUDHEID
KORTE GESCHIEDENIS VAN DE ROMEINSE LITERATUUR
LES 1: ALGEMENE INLEIDING
1: ROMEINSE LITERATUUR
• Latijnse teksten → focus
• Griekse teksten → géén focus
2: CENTRALE VRAGEN
WAT IS LITERATUUR?
• Kunstzinnige geschreven taal, maar blijft moeilijk te beschrijven.
WIE ZIJN DE ROMEINEN?
• Burgers van de stad Rome (ook als je in Tongeren woont)
WAT IS ROME?
• Dé stad
• Hét machtscentrum
• Dé hoofdstad van de wereld
• Lag op kruispunt van handels – en zeeroutes
WAT IS DE MYTHOLOGISCHE STICHTING VAN ROME?
1) Rome werd gesticht door uitgeweken Trojanen.
2) Rome werd gesticht door broers Romulus en Remus.
- Romulus dood Remus (= broedermoord)
- Geen bevolking → iedereen mag er komen wonen → migrantenstad
- Geen vrouwen → vrouwenroof bij naburige volkeren → BLOEI STAD ROME
3: TWEE VADERLANDEN
• Origo
o Plaats van nature afkomst
• Civitas
o Juridisch vaderland door burgerrecht
o In Rome komt alles en iedereen van elders
,4: BELANGRIJKE FACTOREN
• Herinneringscultuur (= memoria)
• Ingebed in politieke zelfdefinitie
• Hercoderen Griekse elementen
o Nieuwe taal
o Herformuleren
o Belang eigen positie
o Draaien en keren (= vertere/vortere)
• Mythe (= mythos)
o Hybridisatie → steeds andere varianten
5: LITERATUUR
PETRARCA
• Situering
o Christelijke periode
o Oudheid (voor Christus) ↔ Moderne tijd (na Christus)
• Inhoud
o Hij overloopt verschillende plaatsen en elementen in Rome en verteld er de geschiedenis
van. Hij zegt dat de inwoners van Rome geen idee meer hebben van deze verhalen.
OVIDIUS
• Situering
o 4 – daags feest ter ere van godin Flora (= bloei en bloemen) + start lente
• Inhoud
o DIA 18
▪ Feest voor Flora + feest voor Vesta (Romeinse Heilige Maagd Maria) op zelfde dag
o DIA 19
▪ Flora is oorspronkelijk Grieks met de naam Chloris. Ze was een nimf maar werd
verkracht. Ze werd gered en kreeg een tuin vol bloemen waar ze alle macht had.
Men kon haar naam niet goed uitspreken dus kreeg ze de naam Flora.
▪ Een vrouw kreeg een bloem uit Flora’s tuin en werd zwanger van de god Mars.
o DIA 21
▪ De Romeinen besluiten het feest ter ere van Flora niet meer te vieren door haar
arrogantie. Ze straft hen door de bloei te doen stoppen waardoor er veel
misoogsten en hongersnoden zijn. Uiteindelijk verzoenen ze zich en wordt het
feest opnieuw gevierd.
• DIA 20 + 22
o Verhaal in ‘belangrijke factoren’
, LES 2: LITERATUUR VAN DE ROMEINEN IN DE 2 D E EEUW V.C.
1: PROBLEMATIEK
• Romeinse literatuur fragmentarisch bewaard → moeilijke reconstructie
2: TALEN
• Ontstaan Latijnse literatuur (= overgang schriftcultuur voor literaire werken)
o Punische oorlogen → overwinning Romeinen → machtstoename
o Expansie Romeinse Rijk → expansie Latijnse taal → Latijnse taal domineert
• Latijnse literatuur = netwerk → communicatie tussen adel en volk
3: SPREKENDE DODEN
• Dodenmaskers = afdruk gezicht van overledene
LITERATUUR POLYBIUS
• Publieke begrafenis waarbij familieleden zich kleden als de dode (masker + kleren). De erfgenaam
spreekt over de familiegeschiedenis en de verdiensten van de overledene op de spreekstoel. De
overledene wordt vereerd, want hij leeft verder in de herinnering. Ook wordt de nieuwe generatie
aangesproken goed te doen voor zichzelf en de gemeenschap.
4: BELANGRIJKE BREUKLIJN
• Slag bij Pydna
o Overwinning → triomf → import Griekse cultuur → Helleniserende bovenlaag
CULTUURSTRIJD!
o Rivaliserend + conservatie onderlaag (d.a. Cato)
▪ Carneades → radicaal scepticisme → “niets is zeker” → verbannen uit Rome
5: KOMEDIE
BELANGRIJKE FIGUREN
• Grondleggers: Livius Andronicus + Naevius → “verworpen”
• Klemtoon: Titus Maccius Plautus + Publius Terentius Afer
WANNEER
• Religieuze festivals + ceremoniële context + verbonden met tempelruimte
WIE EN HOE
• Adel bestelt en betaalt opvoeringen aan toneelgezelschap (impresario) → professionalisering ↑
o Adel organiseert entertainment → populariteit stijgt
KORTE GESCHIEDENIS VAN DE ROMEINSE LITERATUUR
LES 1: ALGEMENE INLEIDING
1: ROMEINSE LITERATUUR
• Latijnse teksten → focus
• Griekse teksten → géén focus
2: CENTRALE VRAGEN
WAT IS LITERATUUR?
• Kunstzinnige geschreven taal, maar blijft moeilijk te beschrijven.
WIE ZIJN DE ROMEINEN?
• Burgers van de stad Rome (ook als je in Tongeren woont)
WAT IS ROME?
• Dé stad
• Hét machtscentrum
• Dé hoofdstad van de wereld
• Lag op kruispunt van handels – en zeeroutes
WAT IS DE MYTHOLOGISCHE STICHTING VAN ROME?
1) Rome werd gesticht door uitgeweken Trojanen.
2) Rome werd gesticht door broers Romulus en Remus.
- Romulus dood Remus (= broedermoord)
- Geen bevolking → iedereen mag er komen wonen → migrantenstad
- Geen vrouwen → vrouwenroof bij naburige volkeren → BLOEI STAD ROME
3: TWEE VADERLANDEN
• Origo
o Plaats van nature afkomst
• Civitas
o Juridisch vaderland door burgerrecht
o In Rome komt alles en iedereen van elders
,4: BELANGRIJKE FACTOREN
• Herinneringscultuur (= memoria)
• Ingebed in politieke zelfdefinitie
• Hercoderen Griekse elementen
o Nieuwe taal
o Herformuleren
o Belang eigen positie
o Draaien en keren (= vertere/vortere)
• Mythe (= mythos)
o Hybridisatie → steeds andere varianten
5: LITERATUUR
PETRARCA
• Situering
o Christelijke periode
o Oudheid (voor Christus) ↔ Moderne tijd (na Christus)
• Inhoud
o Hij overloopt verschillende plaatsen en elementen in Rome en verteld er de geschiedenis
van. Hij zegt dat de inwoners van Rome geen idee meer hebben van deze verhalen.
OVIDIUS
• Situering
o 4 – daags feest ter ere van godin Flora (= bloei en bloemen) + start lente
• Inhoud
o DIA 18
▪ Feest voor Flora + feest voor Vesta (Romeinse Heilige Maagd Maria) op zelfde dag
o DIA 19
▪ Flora is oorspronkelijk Grieks met de naam Chloris. Ze was een nimf maar werd
verkracht. Ze werd gered en kreeg een tuin vol bloemen waar ze alle macht had.
Men kon haar naam niet goed uitspreken dus kreeg ze de naam Flora.
▪ Een vrouw kreeg een bloem uit Flora’s tuin en werd zwanger van de god Mars.
o DIA 21
▪ De Romeinen besluiten het feest ter ere van Flora niet meer te vieren door haar
arrogantie. Ze straft hen door de bloei te doen stoppen waardoor er veel
misoogsten en hongersnoden zijn. Uiteindelijk verzoenen ze zich en wordt het
feest opnieuw gevierd.
• DIA 20 + 22
o Verhaal in ‘belangrijke factoren’
, LES 2: LITERATUUR VAN DE ROMEINEN IN DE 2 D E EEUW V.C.
1: PROBLEMATIEK
• Romeinse literatuur fragmentarisch bewaard → moeilijke reconstructie
2: TALEN
• Ontstaan Latijnse literatuur (= overgang schriftcultuur voor literaire werken)
o Punische oorlogen → overwinning Romeinen → machtstoename
o Expansie Romeinse Rijk → expansie Latijnse taal → Latijnse taal domineert
• Latijnse literatuur = netwerk → communicatie tussen adel en volk
3: SPREKENDE DODEN
• Dodenmaskers = afdruk gezicht van overledene
LITERATUUR POLYBIUS
• Publieke begrafenis waarbij familieleden zich kleden als de dode (masker + kleren). De erfgenaam
spreekt over de familiegeschiedenis en de verdiensten van de overledene op de spreekstoel. De
overledene wordt vereerd, want hij leeft verder in de herinnering. Ook wordt de nieuwe generatie
aangesproken goed te doen voor zichzelf en de gemeenschap.
4: BELANGRIJKE BREUKLIJN
• Slag bij Pydna
o Overwinning → triomf → import Griekse cultuur → Helleniserende bovenlaag
CULTUURSTRIJD!
o Rivaliserend + conservatie onderlaag (d.a. Cato)
▪ Carneades → radicaal scepticisme → “niets is zeker” → verbannen uit Rome
5: KOMEDIE
BELANGRIJKE FIGUREN
• Grondleggers: Livius Andronicus + Naevius → “verworpen”
• Klemtoon: Titus Maccius Plautus + Publius Terentius Afer
WANNEER
• Religieuze festivals + ceremoniële context + verbonden met tempelruimte
WIE EN HOE
• Adel bestelt en betaalt opvoeringen aan toneelgezelschap (impresario) → professionalisering ↑
o Adel organiseert entertainment → populariteit stijgt