BIOLOGIE : HOOFDSTUK 5
3. de coïtus, de bevruchting, de innesteling, de
zwangerschap
3.1 geslachtsgemeenschap = coïtus
3.2 de weg door de spermatozoa afgelegd
- Zaadcellen leven 4 dagen gemiddeld
- De bevruchting gebeurt in de eileider
3.3 de verloop van de bevruchting
3.3.1 penetratie = binnendringen van een spermacel in de eicel
Na de penetratie v/d zaadcelkern in de eicel 2e poollichaampje uitgestoten +
meiose afgewerkt + glasvlies ondoordringbaar voor andere zaadcellen
Gametogenese van eicel : pas afgewerkt na de bevrucht
3.3.2 amfimixie = twee kernen versmelten
3.4 bevruchtingskansen bij geslachtsgemeenschap
Onveilige methoden :
Kalendermethode
Temperatuurmethode : tijdens eisprong is de lichaamstemperatuur 0,1° hoger
Slijmmethode : slijm baarmoederhals elastisch + doorzichtig = vruchtbaar
Vrouw hormonen neemt ( bv. de pil) :
geen ovulatie : je lichaam denkt dat je al een ovulatie hebt gehad
tijdens de pil : oestrogeen en progesteron zeer hoog : BSV constant
stopweek : oestrogeen laag + geen progesteron = maandstonden
3.5 de migratie = verplaatsing v/d bevruchte eicel
ZYGOTE MORULA BLASTULA INNESTELEN
(eileider) (baarmoeder) (32-cellig)
( 8-cellig)
3.6 de innesteling (= nidatie) van de bevruchte eicel in het BSV
, Goede plaats : BSV
Minder goede plaats : alles buiten de BM
Een buitenbaarmoederlijke ZS kan (levensgevaarlijk voor beiden)
- In een eileider
- Op een buikvlies
In beide gevallen moet er operatief ingegrepen worden
3.7 differentiatie na de innesteling
Innestelen start 6 dagen na bevruchting
Innestelen is voltooid 14 dagen na bevruchting
Innestelen duurt 8 dagen
Let op dat het innestelend vruchtje chorionvlokken ontwikkeld deze
produceren CGT
Waarop bewust ZS test : CGT
3.8 de hormonale regeling v/d ZS
Dag 14 : bevruchting
Dag 20 – 28 : innesteling
Dag 29 : 15 dagen zwanger
Op dag 25 & 26 (11-12 dagen zwanger ) krijgt het vruchtje choreonvlokken
productie CGT
3.9 de placenta = moederkoek
O2 arm bloed : naar placenta
O2 rijk bloed : via navelstreng naar baby
Bestanddelen v/h bloed :
- ½ uit plasma ( vocht + eiwitten )
- Andere helft uit rode & witte bloedcellen en bloedplaatjes
- hormonen
medicijnen / bloed word tijdens ZS nooit doorgegeven
O2 , antistoffen, vitaminen + voedingsstoffen, toxische stoffen + infecties gaan
over van moeder op kind
Afvalstoffen + koolzuur + hormonen gaan over van kind naar moeder
Functie moederkoek in 3e maand v/d ZS : hormonen aanmaken
3. de coïtus, de bevruchting, de innesteling, de
zwangerschap
3.1 geslachtsgemeenschap = coïtus
3.2 de weg door de spermatozoa afgelegd
- Zaadcellen leven 4 dagen gemiddeld
- De bevruchting gebeurt in de eileider
3.3 de verloop van de bevruchting
3.3.1 penetratie = binnendringen van een spermacel in de eicel
Na de penetratie v/d zaadcelkern in de eicel 2e poollichaampje uitgestoten +
meiose afgewerkt + glasvlies ondoordringbaar voor andere zaadcellen
Gametogenese van eicel : pas afgewerkt na de bevrucht
3.3.2 amfimixie = twee kernen versmelten
3.4 bevruchtingskansen bij geslachtsgemeenschap
Onveilige methoden :
Kalendermethode
Temperatuurmethode : tijdens eisprong is de lichaamstemperatuur 0,1° hoger
Slijmmethode : slijm baarmoederhals elastisch + doorzichtig = vruchtbaar
Vrouw hormonen neemt ( bv. de pil) :
geen ovulatie : je lichaam denkt dat je al een ovulatie hebt gehad
tijdens de pil : oestrogeen en progesteron zeer hoog : BSV constant
stopweek : oestrogeen laag + geen progesteron = maandstonden
3.5 de migratie = verplaatsing v/d bevruchte eicel
ZYGOTE MORULA BLASTULA INNESTELEN
(eileider) (baarmoeder) (32-cellig)
( 8-cellig)
3.6 de innesteling (= nidatie) van de bevruchte eicel in het BSV
, Goede plaats : BSV
Minder goede plaats : alles buiten de BM
Een buitenbaarmoederlijke ZS kan (levensgevaarlijk voor beiden)
- In een eileider
- Op een buikvlies
In beide gevallen moet er operatief ingegrepen worden
3.7 differentiatie na de innesteling
Innestelen start 6 dagen na bevruchting
Innestelen is voltooid 14 dagen na bevruchting
Innestelen duurt 8 dagen
Let op dat het innestelend vruchtje chorionvlokken ontwikkeld deze
produceren CGT
Waarop bewust ZS test : CGT
3.8 de hormonale regeling v/d ZS
Dag 14 : bevruchting
Dag 20 – 28 : innesteling
Dag 29 : 15 dagen zwanger
Op dag 25 & 26 (11-12 dagen zwanger ) krijgt het vruchtje choreonvlokken
productie CGT
3.9 de placenta = moederkoek
O2 arm bloed : naar placenta
O2 rijk bloed : via navelstreng naar baby
Bestanddelen v/h bloed :
- ½ uit plasma ( vocht + eiwitten )
- Andere helft uit rode & witte bloedcellen en bloedplaatjes
- hormonen
medicijnen / bloed word tijdens ZS nooit doorgegeven
O2 , antistoffen, vitaminen + voedingsstoffen, toxische stoffen + infecties gaan
over van moeder op kind
Afvalstoffen + koolzuur + hormonen gaan over van kind naar moeder
Functie moederkoek in 3e maand v/d ZS : hormonen aanmaken