Het leven bestaat niet uit losse vakjes, maar vormt een geheel. Dat is ook het uitgangspunt van
vakoverstijgend onderwijs. De leraar hamert er bij zijn leerlingen op dat ze samenhang aanbrengen in
hun teksten, gesprekken en discussies. Maar hoe zit het met de samenhang tussen de schoolvakken
in het onderwijs en wat doet dat met de motivatie en de inzet van de leerlingen?
Veel leerlingen ervaren het nut niet van een schoolvak, zoals bijvoorbeeld bij het schoolvak
Nederlands voor hun toekomstig beroep of opleiding (Wijnholds, Zwanenberg en Dek, 2010). Hier ligt
een belangrijke taak voor de docent, want hoe zorg je ervoor dat leerlingen het nut van het
schoolvak gaan inzien voor hun opleiding en hun toekomst? Door te weinig transfer tussen de
schoolvakken en de leefwereld van de leerling wordt het onderwijs ondergewaardeerd. Dit heeft een
negatieve invloed op de motivatie van leerlingen.
Vakoverstijgend onderwijs betekent dat leerlijnen of thema’s worden geïntegreerd in alle
schoolvakken. Op basisscholen wordt dit al gedaan, maar waar blijft de samenhang tussen
schoolvakken in het vo of mbo? Door leerlingen een bepaald thema of vraagstuk te geven waarin ze
zich kunnen verdiepen, staat niet de inhoud van het vak centraal maar het vraagstuk of het thema.
Door leerlingen thematisch of projectmatig onderwijs aan te bieden kunnen ze bijvoorbeeld de
schrijfvaardigheden, die ze hebben opgedaan bij het schoolvak Nederlands, inzetten om een betoog
over orgaandonatie te schrijven bij het vak maatschappijleer. Leerlingen worden gestimuleerd om
kennis en vaardigheden te combineren en om hun eigen leervragen te stellen. De kennis en de
vaardigheden die ze opdoen bij vakoverstijgend onderwijs krijgt betekenis en wordt dan ook een
onderdeel van hun leefwereld. Een leraar is hierbij behalve kennisoverdrager ook een begeleider en
een coach van het leerproces van zijn leerlingen. Vakoverstijgend onderwijs vraagt dus om
samenwerking tussen verschillende vaksecties en een lesprogramma dat schoolbreed moet worden
ontwikkeld.
Door vakoverstijgend onderwijs aan te bieden worden de 21e-eeuwse vaardigheden ontwikkeld,
zoals het ontwikkelen van een probleemoplossend vermogen, creativiteit, kritisch denken,
samenwerken en het leggen van verbindingen. Leerlingen gaan de samenhang zien tussen
verschillende schoolvakken en wat er op school gebeurt. Hierdoor begrijpen leerlingen beter wat ze
moeten leren en kunnen ze de leerstof beter plaatsen in een groter geheel. Uit buitenlands
onderzoek blijkt dat vakoverstijgend onderwijs moet worden ingezet op het juiste niveau van de
leerling door in stapjes de leerstof uit te bouwen van disciplinair naar interdisciplinair (McPhail G.,
2018). Leerlingen worden dan in de hogere leerjaren van het vo voorbereid op de vervolgopleidingen
die vaak een interdisciplinair karakter hebben. Vakoverstijgend onderwijs vergroot hun intrinsieke
motivatie en attitude naar het onderwijs. De lesstof krijgt betekenis. Voor de leraren betekent
vakoverstijgend werken dat ze meer eigenaarschap krijgen over de invulling van programmalijnen.
Voor zowel de leerling als de leraar bestaat een schoolvak dan niet meer uit een los vakje in het
rooster, maar vormt het een geheel in het onderwijs.
Wijnholds, L.M, Swanenberg, A.P.M. & Dek, E.R. (2010). Motivatie voor de toekomst? Motivatie voor
het vak Nederlands in havo 4, Utrecht: Centre for Teaching and Learning Theses.
Wilschut, A. & Pijls, M. (2018). Effecten van vakkenintegratie. Een literatuurstudie. Amsterdam:
Kenniscentrum Onderwijs en Opvoeding/ Hogeschool van Amsterdam. Geraadpleegd op 13 oktober
2019 via: https://www.nro.nl/wpcontent/uploads/2018/11/Effecten_van_vakkenintegratie.pdf