Vraag 1
Hogeschool Windesheim is een samenlevingsverband op …
A. mesoniveau
B. macroniveau
C. microniveau
Vraag 2
Wat betekent ´sociaal´ in de sociologie?
A. alles wat met het samenleven van mensen te maken heeft
B. de mate waarin je rekening houdt met anderen in de maatschappij
C. al het gedrag dat je toont in contact met anderen in de maatschappij
Vraag 3
Wat is een empirische wetenschap?
A. Een wetenschap waarbij oordelen worden gevormd op basis van een
systematische waarneming van feiten
B. Een wetenschap waarbij kennis voortkomt uit een systematische waarneming
van feiten
C. Een wetenschap waarbij stereotiepes worden gevormd op basis van een
systematische waarneming van vooroordelen
Vraag 4
Waarin zijn sociologen geinteresseerd?
A. de objectieve werkelijkheid
B. de vraag hoe mensen de werkelijkheid subjectief beleven
C. zowel de objectieve werkelijkheid als in de vraag hoe mensen de
werkelijkheid subjectief beleven
Vraag 5
Mensen zijn door elkaar gevormd. Wat mensen doen, denken en voelen, is sterk bepaald
door wat zij van anderen geleerd hebben. Met welk begrip wordt dit aangeduid?
A. interpedentie
B. interactie
C. cultuur
, Vraag 6
Er heerst een stigma rond alcoholisme. Welk soort stigmata is dit?
A. Lichamelijke gebreken en afwijkingen
B. Als ongewenst beschouwde karaktertrekken
C. Collectieve stigmata
Vraag 7
In de Tweede Wereldoorlog moesten alle joden een jodenster dragen. Van welk begrip is dit
een voorbeeld?
A. stigmatisering
B. etikettering
C. stereotypering
Vraag 8
Wat houdt een self destroying prophecy in?
A. Naar een aanvankelijk onjuiste definitie van de situatie gaat men handelen,
waardoor de onjuiste definitie juist wordt
B. Een aanvankelijk juiste definitie van de situatie, die mensen ertoe brengt zich
daarnaar te gaan gedragen, waardoor de juiste definitie van de situatie ten
slotte onjuist wordt
C. Een aanvankelijk onjuiste definitie van de situatie, die mensen ertoe brengt
zich daarnaar niet te gaan gedragen, waardoor de onjuiste definitie van de
situatie ten slotte juist wordt
Vraag 9
Door welke soort factoren kan gedrag dat men waarneemt worden verklaard?
A. interne factoren
B. externe factoren
C. zowel interne als externe factoren
Vraag 10
Wat houdt de fundamentele attributiefout in?
A. De rol van de persoon wordt overschat en de rol van de omstandigheden
wordt onderschat
B. De rol van de persoon wordt onderschat en de rol van de omstandigheden
wordt overschat
C. Zowel de rol van de persoon als de rol van de omstandigheden wordt
overschat