Samenvatting biologie Hoofdstuk 2 Organen en cellen
Paragraaf 1 Organen van mensen en dieren
Leerdoelen:
1. Je kunt organen benoemen in een torso en in een dwarsdoorsnede van een romp.
2. Je kunt organen benoemen in orgaanstelsels van mensen en dieren.
Organen van mensen
Een organisme heeft organen
Orgaan = een deel van een organisme dat een bepaalde taak uitvoert.
Voorbeelden: hart, longen, huid, hersenen, maag, lever.
Sommige organen hebben meer dan 1 functie:
➔ De huid; zorgt voor bescherming en voor temperatuurregeling.
Orgaanstelsels van mensen
Vaak werken organen samen aan een groter doel -> bijvoorbeeld stevigheid geven of
ademhalen.
Orgaanstelsel = een groep van samenwerkende organen
Soorten stelsels:
1. Ademhalingsstelsel (ademhalen): luchtpijp, bronchiën, longen
2. Beenderstelsel (stevigheid): schedel, ribben, wervelkolom, dijbenen
3. Bloedvatenstelsel (transport van bloed): hart, aorta, holle ader
4. Spierstelsel (bewegen): biceps, buikspieren, dijbeenspier
5. Verteringsstelsel (voedsel verteren): slokdarm, dunne darm, dikke darm, lever, maag
6. Zenuwstelsel (signalen doorgeven): hersenstam, ruggenmerg, zenuwen.
➔ Vaak hebben orgaanstelsels iets te maken met 1 van de 7 levenskenmerken.
, Organen bij andere dieren
Veel soorten organismen hebben vergelijkbare organen -> hoe meer een soort verwant is
(lijkt op) aan een andere soort, hoe meer hun organen op elkaar lijken
-> zoogdieren hebben veel gemeen (hond en mens bijvoorbeeld) dus veel dezelfde organen
-> insecten en zoogdieren hebben minder gemeen, dus niet dezelfde organen.
Paragraaf 1 Organen van mensen en dieren
Leerdoelen:
1. Je kunt organen benoemen in een torso en in een dwarsdoorsnede van een romp.
2. Je kunt organen benoemen in orgaanstelsels van mensen en dieren.
Organen van mensen
Een organisme heeft organen
Orgaan = een deel van een organisme dat een bepaalde taak uitvoert.
Voorbeelden: hart, longen, huid, hersenen, maag, lever.
Sommige organen hebben meer dan 1 functie:
➔ De huid; zorgt voor bescherming en voor temperatuurregeling.
Orgaanstelsels van mensen
Vaak werken organen samen aan een groter doel -> bijvoorbeeld stevigheid geven of
ademhalen.
Orgaanstelsel = een groep van samenwerkende organen
Soorten stelsels:
1. Ademhalingsstelsel (ademhalen): luchtpijp, bronchiën, longen
2. Beenderstelsel (stevigheid): schedel, ribben, wervelkolom, dijbenen
3. Bloedvatenstelsel (transport van bloed): hart, aorta, holle ader
4. Spierstelsel (bewegen): biceps, buikspieren, dijbeenspier
5. Verteringsstelsel (voedsel verteren): slokdarm, dunne darm, dikke darm, lever, maag
6. Zenuwstelsel (signalen doorgeven): hersenstam, ruggenmerg, zenuwen.
➔ Vaak hebben orgaanstelsels iets te maken met 1 van de 7 levenskenmerken.
, Organen bij andere dieren
Veel soorten organismen hebben vergelijkbare organen -> hoe meer een soort verwant is
(lijkt op) aan een andere soort, hoe meer hun organen op elkaar lijken
-> zoogdieren hebben veel gemeen (hond en mens bijvoorbeeld) dus veel dezelfde organen
-> insecten en zoogdieren hebben minder gemeen, dus niet dezelfde organen.