Samenvatting: Management en organisatie
ISBN: 9789001850241
Druk: 8
, hoofdstuk 2
2.1 Organisaties
Omgeving: De maatschappij of samenleving die bestaat uit partijen en belanghebbenden.
Omgevingsinvloeden: Factoren die in mindere mate door de organisatie zelf te beïnvloeden zijn.
Omgevingsfactoren: economische ontwikkeling, technologische ontwikkeling, invloed van het milieu en
demografische ontwikkelingen.
Afstemming: Het richten van de organisatie op de omgeving.
2.2 Partijen
Omgevingsinvloeden:
1. Afnemers: Afnemers oefenen vraag uit naar producten of diensten en de organisaties haar bestaansrecht
ontleent aan het voorzien in deze behoeften. De behoeften van de afnemers zijn sterk onderhevig aan
veranderingen waarmee organisaties rekening zullen moeten houden bij de samenstelling van het
productassortiment en het aanbod van deze producten. Indien een organisatie zicht onvoldoende op de
hoogte stelt van de veranderende afnemersbehoefte is het mogelijk dat de bestaande producten uit de
gratie van de afnemer raken en dat de organisatie hierdoor klanten gaat verliezen. De invloed van klanten op
een organisatie is dus van levensbelang.
2. Leveranciers: Organisaties stellen eisen aan de leveranciers met betrekking tot de kwaliteit, het prijsniveau
en de levertijd. De eigen producten en diensten zijn immers afgeleiden hiervan. De relatie met leveranciers
is de laatste jaren aan grote veranderingen onderhevig.
Vb. internationale concurrentie en klant wil steeds minder voorraad aanhouden en van leverancier ‘just in
time’-leveringen eist.
3. Concurrentie: De concurrenten bepalen min of meer de speelruimte die organisaties hebben op de markt
waar het gaat om het productaanbod, het gehanteerde prijs- en kwaliteitsniveau, keuze van
distributiekanalen, uitgaven aan Research & Development, de reclame-uitgaven enz. Het is daarom van
groot belang de concurrenten te traceren en vervolgens te analyseren wat hun marktpositie is.
4. Vermogensverschaffers: Organisaties zijn immers aangewezen op financiële middelen om hun activiteiten te
kunnen uitbreiden of in bestaande vorm te kunnen blijven uitoefenen. Indien de vermogensverschaffers
ontevreden worden over de taakuitoefening van een organisatie, kunnen ze de geldkraan dichtdraaien en
kan dit probleem zijn voor het voortbestaan van de organisatie.
Vb. aandeelhouders, financiële instellingen en de overheid zullen organisaties een goede relatie moeten
onderhouden. Invloed op bedrijf om meer investeren als goed gaat met organisatie maar ook als niet goed
gaat invloed van bank (Aandeelhouder: stemrecht of dividend)
5. Werknemers: Belangrijkste kapitaal van iedere organisatie en kunnen als kritische succesfactor worden
beschouwd. Medezeggenschap> invloed uitoefenen op de keuze van richting waarin de organisatie zich zal
bewegen, de maatschappelijke verantwoordelijkheid van de organisatie en het sociale beleid.
6. Belangenhartigingsorganisaties: Organisaties die de belangen van een bepaalde groep mensen behartigen.
Vb. vakbond (werknemers goed worden verzorgd en hebben invloed op strategieën),
dieren (vb Wakker Dier: voor dierenwelzijn, consumenten ook bewust worden), milieuactivisten
(Greenpeace) en organisaties die zich bezighouden
7. Overheidsinstellingen: De uitvoering van overheidsinstellingen geschiedt door overheidsinstellingen. Deze
beïnvloeden organisaties doordat ze moeten toezien op de naleving van regels die door de overheid zijn
uitgevaardigd.
Vb. Rijksoverheid
8. Media: Alles wat zich in de samenleving afspeelt en van enige betekenis is voor individuen.
Vb. Sociale Media maar ook kranten en journalistiek (goede relatie en reputatie voor het organisatie)
--> Publieke opinie: organisaties voorlichtings- of publicrelationsafdelingen opzetten die de media kunnen
informeren over hun activiteiten.
Machtspositie: Onafhankelijk van andere partijen.
Vb. vermogensverschaffers (niet financieel ondersteunen), leveranciers (stopzetten van leveranties), concurrentie
(markt concurreren), media (negatief daglicht stellen) of werknemers (staking).
2.3 Omgevingsfactoren
Omgevingsfactoren: beïnvloeden de organisatie indirect en zijn slechts in beperkte mate door de organisatie te
ISBN: 9789001850241
Druk: 8
, hoofdstuk 2
2.1 Organisaties
Omgeving: De maatschappij of samenleving die bestaat uit partijen en belanghebbenden.
Omgevingsinvloeden: Factoren die in mindere mate door de organisatie zelf te beïnvloeden zijn.
Omgevingsfactoren: economische ontwikkeling, technologische ontwikkeling, invloed van het milieu en
demografische ontwikkelingen.
Afstemming: Het richten van de organisatie op de omgeving.
2.2 Partijen
Omgevingsinvloeden:
1. Afnemers: Afnemers oefenen vraag uit naar producten of diensten en de organisaties haar bestaansrecht
ontleent aan het voorzien in deze behoeften. De behoeften van de afnemers zijn sterk onderhevig aan
veranderingen waarmee organisaties rekening zullen moeten houden bij de samenstelling van het
productassortiment en het aanbod van deze producten. Indien een organisatie zicht onvoldoende op de
hoogte stelt van de veranderende afnemersbehoefte is het mogelijk dat de bestaande producten uit de
gratie van de afnemer raken en dat de organisatie hierdoor klanten gaat verliezen. De invloed van klanten op
een organisatie is dus van levensbelang.
2. Leveranciers: Organisaties stellen eisen aan de leveranciers met betrekking tot de kwaliteit, het prijsniveau
en de levertijd. De eigen producten en diensten zijn immers afgeleiden hiervan. De relatie met leveranciers
is de laatste jaren aan grote veranderingen onderhevig.
Vb. internationale concurrentie en klant wil steeds minder voorraad aanhouden en van leverancier ‘just in
time’-leveringen eist.
3. Concurrentie: De concurrenten bepalen min of meer de speelruimte die organisaties hebben op de markt
waar het gaat om het productaanbod, het gehanteerde prijs- en kwaliteitsniveau, keuze van
distributiekanalen, uitgaven aan Research & Development, de reclame-uitgaven enz. Het is daarom van
groot belang de concurrenten te traceren en vervolgens te analyseren wat hun marktpositie is.
4. Vermogensverschaffers: Organisaties zijn immers aangewezen op financiële middelen om hun activiteiten te
kunnen uitbreiden of in bestaande vorm te kunnen blijven uitoefenen. Indien de vermogensverschaffers
ontevreden worden over de taakuitoefening van een organisatie, kunnen ze de geldkraan dichtdraaien en
kan dit probleem zijn voor het voortbestaan van de organisatie.
Vb. aandeelhouders, financiële instellingen en de overheid zullen organisaties een goede relatie moeten
onderhouden. Invloed op bedrijf om meer investeren als goed gaat met organisatie maar ook als niet goed
gaat invloed van bank (Aandeelhouder: stemrecht of dividend)
5. Werknemers: Belangrijkste kapitaal van iedere organisatie en kunnen als kritische succesfactor worden
beschouwd. Medezeggenschap> invloed uitoefenen op de keuze van richting waarin de organisatie zich zal
bewegen, de maatschappelijke verantwoordelijkheid van de organisatie en het sociale beleid.
6. Belangenhartigingsorganisaties: Organisaties die de belangen van een bepaalde groep mensen behartigen.
Vb. vakbond (werknemers goed worden verzorgd en hebben invloed op strategieën),
dieren (vb Wakker Dier: voor dierenwelzijn, consumenten ook bewust worden), milieuactivisten
(Greenpeace) en organisaties die zich bezighouden
7. Overheidsinstellingen: De uitvoering van overheidsinstellingen geschiedt door overheidsinstellingen. Deze
beïnvloeden organisaties doordat ze moeten toezien op de naleving van regels die door de overheid zijn
uitgevaardigd.
Vb. Rijksoverheid
8. Media: Alles wat zich in de samenleving afspeelt en van enige betekenis is voor individuen.
Vb. Sociale Media maar ook kranten en journalistiek (goede relatie en reputatie voor het organisatie)
--> Publieke opinie: organisaties voorlichtings- of publicrelationsafdelingen opzetten die de media kunnen
informeren over hun activiteiten.
Machtspositie: Onafhankelijk van andere partijen.
Vb. vermogensverschaffers (niet financieel ondersteunen), leveranciers (stopzetten van leveranties), concurrentie
(markt concurreren), media (negatief daglicht stellen) of werknemers (staking).
2.3 Omgevingsfactoren
Omgevingsfactoren: beïnvloeden de organisatie indirect en zijn slechts in beperkte mate door de organisatie te