~ Werken aan Normatieve Professionaliteit ~
Tips voor dit vak/het tentamen:
1. Begin met het definiëren van begrippen tijdens het tentamen, en probeer deze daarna
toe te passen op de casus.
2. De grote lijnen van de stof worden besproken in het college. Dat is het belangrijkste uit
de hoofdstukken van Van Hees, maar je moet er wel iets meer van weten dan alleen het
college.
3. In de meest abstracte dimensies van de filosofie zoals epistemologie en
wetenschapsfilosofie, worden het alleen reproductievragen op het tentamen. Bij ethiek en
wijsgerige antropologie komen er meer toepassingsvragen.
4. De Latijnse namen van de argumentatieleer uit Van Hees hoef je niet te kennen. Je moet
wel kunnen zien wat er mankeert aan een argumentatie (drogredenen).
5. Je moet deontologie en utilitarisme kunnen onderscheiden en toe kunnen passen.
6. Jaartallen hoef je niet te leren.
7. De naam van de auteur komt terug bij de tentamenvraag. Het is dus altijd duidelijk waar
een vraag bij hoort (Van Hees, artikelen of hoorcolleges).
8. Neem zelf kladpapier mee naar het tentamen.
Inhoud
Hoorcollege 1 Introductie en argumentatieleer.....................................................................................2
Hoorcollege 2 Ethiek (1) – Rechten en plichten......................................................................................3
Hoorcollege 3 Ethiek (2) – Onderwijsvrijheid vs. autonomie van het kind.............................................4
Hoorcollege 4 Wijsgerige antropologie..................................................................................................5
Hoorcollege 5 Epistemologie en wetenschapsfilosofie (1).....................................................................8
Hoorcollege 6 Wetenschapsfilosofie (2)...............................................................................................10
1
, Hoorcollege 1 Introductie en argumentatieleer
Filosofie = een manier om kritisch te kunnen reflecteren op je eigen denken en handelen.
Ook voor een pedagoog is dit belangrijk; je leert door filosofie je grondslagen en
vooronderstellingen te doordenken. Als iets zomaar vanzelfsprekend is, moet je altijd je
twijfels hebben! Daarnaast is het voor een pedagoog belangrijk om mogelijkheid tegenover
wenselijkheid te stellen. Heb ik het goed gedaan vs. heb ik er goed aan gedaan? Goed doen
is gericht op het doel of effectiviteit van iets, goed aan doen is gericht op de wenselijkheid
ervan. Je hebt hier te maken met pedagogische prudentie; nadenken of iets wel juist is om te
doen.
In hoofdstuk 10 van Van Hees wordt de argumentatieleer behandeld. Dit hoofdstuk gaat over
het oplossen van meningsverschillen. Hierbij denk je vaak aan heftige discussies, maar het
kan ook anders zijn (bijv. politiek debat, opiniestukken etc.). Op allerlei niveaus zijn er
meningsverschillen. Er zijn verschillende soorten meningsverschillen:
- Gemengde meningsverschillen: beiden partijen nemen een positie in. Allebei vinden ze
iets.
- Niet-gemengde meningsverschillen: maar één partij neemt een positie in. De ander
betwijfelt de waarheid van dit standpunt, maar neemt geen standpunt in (vb. hoezo? Hoe
kom je daar nu bij?).
o Inhoudelijk zou je daar wel uit op kunnen maken dat de ander het niet eens is met
het standpunt, maar volgens de regels van de logica neemt deze persoon geen
standpunt in en is het dus een niet-gemengd meningsverschil.
- Enkelvoudige meningsverschillen: er is maar één geschil.
- Meervoudige meningsverschillen: er zijn eigenlijk twee of meer punten waarover je van
mening verschilt.
Als we naar de inhoud van de proposities kijken, zijn er twee soorten strijdige posities:
1. Tegengestelde proposities: kunnen niet beiden waar zijn en niet beiden onwaar. Deze
proposities zijn enkelvoudig.
a. Vandaag zal het ergens in Utrecht regenen.
b. Vandaag zal het nergens in Utrecht regenen.
2. Contraire proposities: kunnen niet beiden waar zijn, maar wel beiden onwaar; er is dan
een alternatieve oplossing. Deze proposities zijn vanzelf meervoudig.
a. De opwarming van de aarde wordt enkel en alleen veroorzaakt door de mens.
b. De opwarming van de aarde wordt enkel en alleen veroorzaakt door de zon.
Drogredenen zijn argumenten die aangehaald worden bij een standpunt. Deze argumenten
lijken heel redelijk, maar zijn volgens de kritische discussie toch geen valide argumenten. In
het dagelijks leven hoef je je niet altijd te kunnen verdedigen (bijv. bij kleine kinderen);
drogredenen zijn dan geen probleem. Veelvoorkomende drogredenen zijn ontduiken van
bewijslast en beroep op autoriteit.
Dialectische argumentatie = iemand is met zichzelf in discussie en noemt argumenten tegen
zijn eigen standpunt.
Het maatschappelijke debat is niet direct iets waar pedagogen wat mee moeten, maar dit
debat heeft ook invloed op de manier waarop kinderen opgroeien of onderwijs krijgen.
Daarom is het als pedagoog wel belangrijk om op de hoogte te zijn van maatschappelijke
veranderingen (slavernijdebat).
2