Verpleegkundig redeneren
Gezondheidsbevordering en zelfmanagement door verpleegkundigen en
verpleegkundig specialisten: hoofdstuk 5.7
Intervention mapping stap 2: definiëren van de gedrags- en veranderdoelen.
In stap 2 start je met het richting geven aan het oplossen van het gezondheidsprobleem bij
de patiënt. Het is bedoeld om antwoord te krijgen op de volgende vragen: wat is het overall-
doel van de gezondheidskundige interventie? Wat zijn gedragsdoelen van de interventie?
Welke belangrijke gedragsdeterminanten vragen nadrukkelijk aandacht in de interventie?
Wat zij de veranderdoelen? Gedragingen moeten worden bekeken naar de mate waarin ze
belangrijk zijn en veranderbaar zijn.
Hoe veranderbaar is het betreffende gedrag?
Als gedrag nog in ontwikkeling is of recent gevormd, is het in hoge mate veranderbaar. De
veranderbaarheid is ook groot als het gedrag alleen oppervlakkig is verbonden met bepaalde
patronen of leefstijlen. Als het al een lange tijd vast ligt is het moeilijker veranderbaar. Het
kan onmogelijk zijn gedrag te veranderen dat heel belangrijk is in relatie tot het
gezondheidsprobleem. Gedrag kan ook belangrijk zijn, maar de gewenste verandering kan
veel tijd vragen.
Hoeveel tijd is er nodig voor de verandering?
Als gedrag dieper verankerd is of wijder verspreid, is het belang van de tijdsfactor des te
groter. In stap 2 definieer je gedragsdoelen en specificeer je de veranderingen die nodig zijn.
Je start met het formuleren van het einddoel van de gezondheidskundige interventie. Er zijn
vier soorten van gezondheidskundige interventies:
- Voorkomen dat het ongezonde gedrag over een langere periode wordt voortgezet:
het is gericht op het aanmoedigen om met het ongewenste gedrag te stoppen.
- Voorkomen dat het ongezonde gedrag wordt uitgevoerd: voorkomen dat het
ongewenste gedrag wordt uitgevoerd.
- Toename van gezond gedrag bij leden van de doelgroep, waardoor zij zich gezonder
gaan gedragen: gericht op het uitbreiden van gezond gedrag.
- Voorkomen dat een afname van gezond gedrag ontstaat: gericht op het volhouden
van een ingezette gedragsverandering. Een gedragsverandering moet omgezet
worden in gedragsbehoud. Als er gedurende een bepaalde periode sprake is van
gedragsbehoud, dan is er een leefstijlverandering.
Aan welke criteria moeten doelen voldoen?
Doelen moeten altijd voldoen aan de SMART. Ook moet er rekening mee worden gehouden
met de kosten en/ of beschikbare middelen. Ook moet het een resultaat geven.
Kunnen patiënten goed aan de slag met gemakkelijke ‘doe-je-bestdoelen’?
Het effect van het doel is groter wanneer het doel specifiek en uitdagend is voor de patiënt.
Dit soort doelen leiden tot betere resultaten dan de gemakkelijkere doelen. Doelen moeten
ook eenduidig en realistisch zijn. Als doelen niet realistisch zijn, dan zal de inspanning gering
zijn en zal de patiënt bij tegenslag snel opgeven. De patiënt moet het doel acceptabel vinden
en zich erbij betrokken voelen. Ten slotte is feedback op de uitvoering van het doel
Gezondheidsbevordering en zelfmanagement door verpleegkundigen en
verpleegkundig specialisten: hoofdstuk 5.7
Intervention mapping stap 2: definiëren van de gedrags- en veranderdoelen.
In stap 2 start je met het richting geven aan het oplossen van het gezondheidsprobleem bij
de patiënt. Het is bedoeld om antwoord te krijgen op de volgende vragen: wat is het overall-
doel van de gezondheidskundige interventie? Wat zijn gedragsdoelen van de interventie?
Welke belangrijke gedragsdeterminanten vragen nadrukkelijk aandacht in de interventie?
Wat zij de veranderdoelen? Gedragingen moeten worden bekeken naar de mate waarin ze
belangrijk zijn en veranderbaar zijn.
Hoe veranderbaar is het betreffende gedrag?
Als gedrag nog in ontwikkeling is of recent gevormd, is het in hoge mate veranderbaar. De
veranderbaarheid is ook groot als het gedrag alleen oppervlakkig is verbonden met bepaalde
patronen of leefstijlen. Als het al een lange tijd vast ligt is het moeilijker veranderbaar. Het
kan onmogelijk zijn gedrag te veranderen dat heel belangrijk is in relatie tot het
gezondheidsprobleem. Gedrag kan ook belangrijk zijn, maar de gewenste verandering kan
veel tijd vragen.
Hoeveel tijd is er nodig voor de verandering?
Als gedrag dieper verankerd is of wijder verspreid, is het belang van de tijdsfactor des te
groter. In stap 2 definieer je gedragsdoelen en specificeer je de veranderingen die nodig zijn.
Je start met het formuleren van het einddoel van de gezondheidskundige interventie. Er zijn
vier soorten van gezondheidskundige interventies:
- Voorkomen dat het ongezonde gedrag over een langere periode wordt voortgezet:
het is gericht op het aanmoedigen om met het ongewenste gedrag te stoppen.
- Voorkomen dat het ongezonde gedrag wordt uitgevoerd: voorkomen dat het
ongewenste gedrag wordt uitgevoerd.
- Toename van gezond gedrag bij leden van de doelgroep, waardoor zij zich gezonder
gaan gedragen: gericht op het uitbreiden van gezond gedrag.
- Voorkomen dat een afname van gezond gedrag ontstaat: gericht op het volhouden
van een ingezette gedragsverandering. Een gedragsverandering moet omgezet
worden in gedragsbehoud. Als er gedurende een bepaalde periode sprake is van
gedragsbehoud, dan is er een leefstijlverandering.
Aan welke criteria moeten doelen voldoen?
Doelen moeten altijd voldoen aan de SMART. Ook moet er rekening mee worden gehouden
met de kosten en/ of beschikbare middelen. Ook moet het een resultaat geven.
Kunnen patiënten goed aan de slag met gemakkelijke ‘doe-je-bestdoelen’?
Het effect van het doel is groter wanneer het doel specifiek en uitdagend is voor de patiënt.
Dit soort doelen leiden tot betere resultaten dan de gemakkelijkere doelen. Doelen moeten
ook eenduidig en realistisch zijn. Als doelen niet realistisch zijn, dan zal de inspanning gering
zijn en zal de patiënt bij tegenslag snel opgeven. De patiënt moet het doel acceptabel vinden
en zich erbij betrokken voelen. Ten slotte is feedback op de uitvoering van het doel