chronische
huidaandoening
Testvision oefenvragen
, 1. Welke bewering is juist (meerdere zijn juist)
A. Rood heeft de hoogste frequentie
B. Rood heeft langste golflengte
C. Violet heeft de hoogste frequentie
D. Violet heeft de langste golflengte
2. Bij welke type allergie is igG betrokken (meerder antwoorden juist)
A. Allergie type I
B. Allergie type ll
C. Allergie type lll
D. Allergie type lV
3. Welke van onderstaande zijn meetinstrumenten
A. ICF
B. SKINDEX
C. Looplamp
D. GVH
E. HMH
4. Wat is coping?
A. Het omgaan met discrepantie tussen de draaglast en draagkracht
B. Het gevoel van hulpeloosheid in het omgaan met een huidaandoening
C. De manier waarop mensen met stress omgaan
D. Ander woord voor acceptatieproblematiek
5. Welke ongemeliserende vezel zorgt voor jeuk
A. C-vezel
B. A-vezel
C. B-vezel
6. Welke pH-waarde heeft kraanwater in Europa gemiddeld?
A. 4
B. 6
C. 8
D. 9
7. Is het microbioom bij een eeneiige tweeling identiek?
A. Ja, het microbioom is volledig identiek bij een eeneiige tweeling
B. Nee, het microbioom verschilt, ondanks genetische overeenkomsten
C. Alleen in de eerste levensjaren, daarna wordt het verschillend
D. Het microbioom is identiek in de darmen, maar verschillend op de huid
8. Wat voor type allergie is het type III allergie?
A. Het immediate of anapylactoïde type
B. Het delayed of late type
C. Het immuuncomplex
D. Het cytotoxische type
9. Wat is de ideale pH-waarde van de huid?
A. 3.0-4.0