Hoofdstuk 1: Basis scheikunde
1. Mengsels: - troebel
- suspensie
- helder = oplossing
- niet te mengen = emulsie
2. Scheidingsmethodes: - Stoffen →zuiver maken (scheiden)
methode te gebruiken bij berust op
filtreren suspensie: vaste stof in vloeistof verschil in deeltjesgrootte
indampen oplossing van een vaste stof in verschil in kookpunt
een vloeistof
destilleren oplossing van twee vloeistoffen verschil in kookpunt
absorberen oplossing aanhechting aan een oppervlak
extraheren vaste stoffen, suspensie en oplosbaarheid in extractiemiddel
emulsie
chromatograferen oplossing aanhechten aan een oppervlak
of meegaan met de loopvloeistof
3. Moleculen en atomen:
- Elke zuivere stof bestaat uit moleculen
- Moleculen zijn opgebouwd uit atomen
- Iedere atoomsoort staat voor een bepaald element
- Je geeft dat met een element symbool aan
vast (s) vloeibaar (l) gas (g)
, 4. Niet ontleedbare stoffen:
- Een aantal niet-ontleedbare stoffen hebben moleculen die uit twee atomen
bestaan
waterstof 𝐻2 (𝑔) chloor 𝐶𝑙2 (𝑔)
zuurstof 𝑂2 (𝑔) broom 𝐵𝑟2 (𝑙)
stikstof 𝑁2 (𝑔) jood 𝐼2 (𝑠)
fluor 𝐹2 (𝑔)
5. Ontleedbare stoffen
koolstofmonooxide 𝐶𝑂 (𝑔)
koolstofdioxide 𝐶𝑂2 (𝑔)
zwaveldioxide 𝑆𝑂2 (𝑔)
waterstofchloride 𝐻𝐶𝑙 (𝑔)
water 𝐻2𝑂 (𝑙)
methaan 𝐶𝐻4 (𝑔)
propaan 𝐶3𝐻8 (𝑔)
butaan 𝐶4𝐻10(𝑔)
ammoniak 𝑁𝐻3 (𝑔)
glucose 𝐶6𝐻12𝑂6 (𝑠)
6. Systematische naam:
S sulfide
I (van ik) jodide
H hydride
O oxide
Br bromide
Cl chloride