Welke patiëntadviezen zijn er m.b.t. huidtumoren?
Om een huidtumor te voorkomen door zongedrag:
- Blootstelling beperken door de schaduw op te zoeken (tussen 11 en 16
uur)
o Ook insmeren, want ook in de schaduw kun je verbranden
- Kleren, hoofddeksel en een zonnebril dragen
o Wit lijkt koeler, maar kaatst de lichaamswarmte terug
o Zwart adsorbeert meer UV-licht en heb je dus een betere
bescherming.
o Een zonnebril die niet alleen verblind maar ook de UV-straling filtert
- Zonnebrandproducten met een breedspectrumfilter gebruiken
- SPF staat voor hoe lang iemand kan zonnen zonder te verbranden
- SPF zegt alleen iets over UVB, maar UVA is schadelijker (zorgt voor
huidkanker, huidveroudering en verstoring van het immuunsysteem)
- Je huid bruint ook als je je insmeert
- Wees voorzichtig als je geneesmiddelen smeert!
- Drink niet teveel alcohol in de zon
- Blijf als je slaperig bent uit de zon zodat je niet in slaap valt.
Wat wordt er bij elke stap van het zorgproces gedaan?
De specifieke stappen zijn voor iedere patiënt anders. Dit zijn een aantal
voorbeelden:
,Welke goedaardige huidtumoren zijn er?
Keratoacanthoom
- Snelgroeiende benigne tumor, mogelijk uitgaande van haarfollikel
- Kan klinisch sterk lijken op een plaveiselcelcarcinoom
Epidemiologie:
- Incidentie: 100-150 per 100.000 personen per jaar
- Vooral blanken mannen
- Vanaf middelbare leeftijd
Risicofactoren:
- Nvt.
Kliniek:
- Snelle groei (6-8 weken) en laesie verdwijnt spontaan binnen 3-12
maanden, soms met achterlating van ontsierend litteken.
- Rozerode macula > ronde papel > tumor met symmetrische opgeworpen
rand en in het midden die gevuld is met keratine en die afgedekt kan zijn
met een crustae
- Vaak niet groter dan 1-2 cm
- Voorkeurslokalisatie: aan zonlicht blootgestelde huid, onder andere gelaat
en handruggen
DD:
- Plaveiselcelcarcinoom (groeit langzamer, vaak niet zo mooi rond en geen
spontane genezing)
- Basaalcelcarcinoom
Diagnostiek:
- Anamnese
- Klinisch beeld
- Vaak moeilijk onderscheid (ook histopathologisch) met
plaveiselcelcarcinoom
Keratoacanthoom
Twijfel tussen
keratoacanthoom en
een
plaveiselcelcarcinoom
. Is uiteindelijk een
keratoacanthoom
, Dermatofibroom
- Proliferatie van langgerekte fibroblasten
- Symptoom loos bindweefselknobbeltje
- Waarschijnlijk door microtrauma (insectenbeet) of lokale ontsteking
Epidemiologie:
- Ontwikkeld zich op jongvolwassen leeftijd. 20% ontstaat voor de leeftijd
van 17 jaar.
- Vaker bij vrouwen
Kliniek:
- Vast elastisch aanvoelde nodus of noduli, pastillevormig
- Huidkleurig tot donkerbruin, soms paars
- 5 – 10 mm groot
- Soms omgeven door smalle gepigmenteerde randzoom
- Voorkeurslokalisatie: onderbenen, extremiteiten
DD:
- Dermale naevus
- Nodulair melanoom
- Basaalcelcarcinoom
Diagnostiek:
- Klinisch beeld
- Dimple sign: pak stevig een huidplooi rond de laesie. Het dermatofibroom
zit gefixeerd aan de onderlaag en blijft dus achter, dit veroorzaakt een
deuk (dimple)
- Demoscopie
`
Behandeling/ Therapie:
- Expectatief
- Bij excisie redelijke kans op recidief gezien onscherpe begrenzing in de
dermis.
Dermatofibroom
Verruca seborrhoica