DH semester 4
Inhoud
Week 1 Pancreas en Lever......................................................................................................................2
Week 4: Irritable Bowel Syndrome (IBS).................................................................................................7
Week 5: Irritable Bowel Syndrome (IBS) en FODMAP...........................................................................10
Week 9: oncologie I..............................................................................................................................15
Week 11: Oncologie II...........................................................................................................................17
Week 12: voorbereiding casustoets......................................................................................................21
Week 15: voorbereiding op assessment...............................................................................................26
,Week 1 Pancreas en Lever
Leerdoelen:
• Kennis hebben over de functies van de pancreas en lever en de relatie van passende
dieetadviezen bij stoornissen van deze organen: en vandaag specifiek cystic fibrosis
(=CF) en leververvetting.
• Kunnen toepassen van enzymsuppletie bij pancreasinsufficientie in combinatie met
voedingsadvies in de praktijk middels een gesprek met client en de inzet van een
hulpmiddel.
• Kunnen opstellen en evalueren van hoofddoel, subdoelen en uitvoeringsafspaken bij
een client met excoriene stoornis van de pancreas.
Functies pancreas en lever
Pancreas (alvleesklier) Lever
Maakt stoffen aan om eten goed te kunnen Vorming van gal lever maakt gal aan dat
verteren (exocrien) wordt opgeslagen in de galblaas. Het
vloeistof van gal zorgt in de dunne darm
ervoor dat vet wordt afgebroken
Regeling bloedsuiker en suikerstofwisseling Koolhydraatstofwisseling suikers worden
(endocrien) afgevoerd naar de lever en de overschot
aan suikers wordt omgezet als glycogeen.
Glycogeen kan worden gebruikt als
brandstof bij inspanning
Eiwitstofwisseling bij vertering ontstaan
aminozuren die worden getransporteerd
naar de lever. De lever kan hier nieuwe
eiwitten van maken voor bijvoorbeeld
, opbouw van spieren
Vetstofwisseling
Functies pancreas en lever
Pancreas:
Maakt stoffen aan om eten goed te kunnen verteren (exocrien)
Pancreassap
o Spijsverteringsenzymen en buffer
o pH en duodenum reguleren
o klieren met name in de kop van de pancreas, eilandjes van langerhands in de
staart
o klieren met afvoerbuis komt uit in de pancreaticus
(pro)trypsinogeen
Elastase
Carboxypeptidase
Lipase
Amylase
Nuclease
o Afgifte pancreassap gestimuleerd door secretine en cholecystoktinine
(darmwandcellen duodenum na contact met zuur uit de maag)
Pancreatitis ontsteking van vetvertering
Cystic Fibrosis (CF) door een foutje in een gen blijft het slijm taai. Hierdoor kunnen er
verstoppingen ontstaan. Er wordt op verschillende plekken slijm gemaakt. In de longen,
darmen, alvleesklier en lever. Als de longen verstopt raken, kan je problemen krijgen met
ademen en de kans op een longontsteking wordt vergroot. Door verstopping in de lever kan
de gal niet naar de darmen. Dit kan de lever beschadigen. Als de alvleesklier, darmen en lever
verstopt raken, vergroot je de kans op obstipatie. Door schade aan alvleesklier krijgen
mensen soms diabetes. Mannen met CF zijn meestal onvruchtbaar (geen zaadleiders) en
vrouwen hebben ook moeite met vruchtbaarheid, omdat het slijm in baarmoederhals taaier
kan zijn.
Kenmerken CF longontsteking, diabetes, verminderde vruchtbaarheid, vettige ontlasting,
groeivertraging
Lever:
Vorming van gal lever maakt gal aan dat wordt opgeslagen in de galblaas. Het
vloeistof van gal zorgt in de dunne darm ervoor dat vet wordt afgebroken
Inhoud
Week 1 Pancreas en Lever......................................................................................................................2
Week 4: Irritable Bowel Syndrome (IBS).................................................................................................7
Week 5: Irritable Bowel Syndrome (IBS) en FODMAP...........................................................................10
Week 9: oncologie I..............................................................................................................................15
Week 11: Oncologie II...........................................................................................................................17
Week 12: voorbereiding casustoets......................................................................................................21
Week 15: voorbereiding op assessment...............................................................................................26
,Week 1 Pancreas en Lever
Leerdoelen:
• Kennis hebben over de functies van de pancreas en lever en de relatie van passende
dieetadviezen bij stoornissen van deze organen: en vandaag specifiek cystic fibrosis
(=CF) en leververvetting.
• Kunnen toepassen van enzymsuppletie bij pancreasinsufficientie in combinatie met
voedingsadvies in de praktijk middels een gesprek met client en de inzet van een
hulpmiddel.
• Kunnen opstellen en evalueren van hoofddoel, subdoelen en uitvoeringsafspaken bij
een client met excoriene stoornis van de pancreas.
Functies pancreas en lever
Pancreas (alvleesklier) Lever
Maakt stoffen aan om eten goed te kunnen Vorming van gal lever maakt gal aan dat
verteren (exocrien) wordt opgeslagen in de galblaas. Het
vloeistof van gal zorgt in de dunne darm
ervoor dat vet wordt afgebroken
Regeling bloedsuiker en suikerstofwisseling Koolhydraatstofwisseling suikers worden
(endocrien) afgevoerd naar de lever en de overschot
aan suikers wordt omgezet als glycogeen.
Glycogeen kan worden gebruikt als
brandstof bij inspanning
Eiwitstofwisseling bij vertering ontstaan
aminozuren die worden getransporteerd
naar de lever. De lever kan hier nieuwe
eiwitten van maken voor bijvoorbeeld
, opbouw van spieren
Vetstofwisseling
Functies pancreas en lever
Pancreas:
Maakt stoffen aan om eten goed te kunnen verteren (exocrien)
Pancreassap
o Spijsverteringsenzymen en buffer
o pH en duodenum reguleren
o klieren met name in de kop van de pancreas, eilandjes van langerhands in de
staart
o klieren met afvoerbuis komt uit in de pancreaticus
(pro)trypsinogeen
Elastase
Carboxypeptidase
Lipase
Amylase
Nuclease
o Afgifte pancreassap gestimuleerd door secretine en cholecystoktinine
(darmwandcellen duodenum na contact met zuur uit de maag)
Pancreatitis ontsteking van vetvertering
Cystic Fibrosis (CF) door een foutje in een gen blijft het slijm taai. Hierdoor kunnen er
verstoppingen ontstaan. Er wordt op verschillende plekken slijm gemaakt. In de longen,
darmen, alvleesklier en lever. Als de longen verstopt raken, kan je problemen krijgen met
ademen en de kans op een longontsteking wordt vergroot. Door verstopping in de lever kan
de gal niet naar de darmen. Dit kan de lever beschadigen. Als de alvleesklier, darmen en lever
verstopt raken, vergroot je de kans op obstipatie. Door schade aan alvleesklier krijgen
mensen soms diabetes. Mannen met CF zijn meestal onvruchtbaar (geen zaadleiders) en
vrouwen hebben ook moeite met vruchtbaarheid, omdat het slijm in baarmoederhals taaier
kan zijn.
Kenmerken CF longontsteking, diabetes, verminderde vruchtbaarheid, vettige ontlasting,
groeivertraging
Lever:
Vorming van gal lever maakt gal aan dat wordt opgeslagen in de galblaas. Het
vloeistof van gal zorgt in de dunne darm ervoor dat vet wordt afgebroken