Ontwikkelingspsychologie theorieën
Psychodynamisch = ontwikkeling wordt vanuit binnenuit gestuurd. Dit
gebeurd onbewust en je hebt er nauwelijks controle over.
Psychoanalytische theorie – Freud = onbewuste krachten zijn bepalend
voor iemands persoonlijkheid en gedrag.
Psychosociale theorie – Erikson =
1. Vertrouwen vs wantrouwen (0-1,5 jaar)
- Gevoelens van vertrouwen dankzij steun.
- Angst/ bezorgdheid met betrekking tot ander.
2. Autonomie vs schaamte (1,5-3 jaar)
- Eigen willen ontdekken.
- Gebrek aan onafhankelijkheid, onzekerheid.
3. Initiatief vs schuldgevoel (3-6 jaar)
- Ontdekking van manieren om dingen in gang te zetten.
- Schuldgevoel door gedrag en gedachten.
4. Vlijt vs minderwaardigheid (6-12 jaar)
- Ontwikkelen van een besef van eigen kunnen.
- Gevoelens van minderwaardigheid.
5. Indentiteit vs indentiteitsverwarring (12-18 jaar)
- Bewust zijn van de eigen uniekheid en rol in het leven.
- Onvermogen om de juiste rollen in het leven te vinden.
6. Intimiteit vs isolement (18-35 jaar)
- Ontwikkeling liefdevolle, seksuele relaties en hechte
vriendschappen.
- Angst voor relaties met andere.
7. Generativiteit vs stagnatie (35-65 jaar)
- Besef van bijdrage aan de continuïteit van leven.
- Bagataliseren van de eigen activiteiten.
8. Integriteit vs wanhoop (65+)
- Besef van eenheid in wat men in het leven bereikt.
- Spijt vanwege gemiste kansen in het leven.
Behavioristisch = ontwikkeling vanuit buiten gestuurd en uit zich in
aangeleerd waarneembaar gedrag. Gedrag is een respons op een externe
stimulus.
Klassieke conditionering – Pavlov, Watson = door koppeling van 2 stimuli
reageren op een neutrale stimulus die dat type respons normaal niet
uitlokt.
Psychodynamisch = ontwikkeling wordt vanuit binnenuit gestuurd. Dit
gebeurd onbewust en je hebt er nauwelijks controle over.
Psychoanalytische theorie – Freud = onbewuste krachten zijn bepalend
voor iemands persoonlijkheid en gedrag.
Psychosociale theorie – Erikson =
1. Vertrouwen vs wantrouwen (0-1,5 jaar)
- Gevoelens van vertrouwen dankzij steun.
- Angst/ bezorgdheid met betrekking tot ander.
2. Autonomie vs schaamte (1,5-3 jaar)
- Eigen willen ontdekken.
- Gebrek aan onafhankelijkheid, onzekerheid.
3. Initiatief vs schuldgevoel (3-6 jaar)
- Ontdekking van manieren om dingen in gang te zetten.
- Schuldgevoel door gedrag en gedachten.
4. Vlijt vs minderwaardigheid (6-12 jaar)
- Ontwikkelen van een besef van eigen kunnen.
- Gevoelens van minderwaardigheid.
5. Indentiteit vs indentiteitsverwarring (12-18 jaar)
- Bewust zijn van de eigen uniekheid en rol in het leven.
- Onvermogen om de juiste rollen in het leven te vinden.
6. Intimiteit vs isolement (18-35 jaar)
- Ontwikkeling liefdevolle, seksuele relaties en hechte
vriendschappen.
- Angst voor relaties met andere.
7. Generativiteit vs stagnatie (35-65 jaar)
- Besef van bijdrage aan de continuïteit van leven.
- Bagataliseren van de eigen activiteiten.
8. Integriteit vs wanhoop (65+)
- Besef van eenheid in wat men in het leven bereikt.
- Spijt vanwege gemiste kansen in het leven.
Behavioristisch = ontwikkeling vanuit buiten gestuurd en uit zich in
aangeleerd waarneembaar gedrag. Gedrag is een respons op een externe
stimulus.
Klassieke conditionering – Pavlov, Watson = door koppeling van 2 stimuli
reageren op een neutrale stimulus die dat type respons normaal niet
uitlokt.