● machtcultuur
○ zeus impulsief, irrationeel, beloningen, straffen
○ beginnende ondernemingen
○ country club cultuur
■ snelle beslissingen, weinig bureaucratie
■ functies zwaarder dan facts en figures
● rolcultuur
○ apollo regels, orde, rationaliteit
○ stabiliteit en voorspelbaarheid
○ bureaucratie
● taakcultuur
○ athena taakgericht, creatief
○ matrixstructuur
● personencultuur
○ dionysos verantwoordelijkheid individu
○ professionals organisatie
Edgar shein - organizational culture
● levels of culture
○ artifacts
■ visible organizational structures and processes
■ climate
■ difficult to decipher
○ expoused beliefs and values
■ strategies, goals, philosophies
● rationalizations and aspirations
■ expoused justifications
● transformed into assumptions
○ prior learning
■ social validations
● bringing group together
○ underlying assumptions
■ unconsciouss, taken-for-granted, beliefs, perceptions, thoughts, feelings
● understand a groups culture
■ nondebatable and difficult to change
● cultural power
○ group DNA
○ cognitive stabilty
○ different assumptions leads to anxiety
H1 Inleiding op gedrag in organisaties
● gedrag in organisaties (GiO)
○ invloed op mensenlijk gedrag in organisaties door
■ individuele factoren
■ groepsprocessen
■ organisatiestructuren
○ gedrag
■ alle waarneembare activiteiten
● intuïtieve kennis aanvullen met toegepaste wetenschap met als doel om effectiviteit van
organisaties te verbeteren
○ wetmatigheden
○ systematisch onderzoek
■ verbanden, onderscheiden oorzaak en gevolg, conclusies op wetenschappelijk
bewijs
○ bijdragen fundamentele wetenschappen
■ psychologie
, ● gericht op gedrag individu
○ microniveau
■ sociale psychologie
● combinatie psychologie en sociologie
● invloed door groepen
○ conformisme
■ aanpassen opvattingen/gedrag groepsleden
● onderzoek organisatieveranderingen
■ sociologie
● relatie gedrag en omgeving/cultuur
● organisatiecultuur, theorie en structuur, technologie, communicatie,
macht en conflict
■ antropologie
● vergelijken samenlevingen
○ culturen en omgeving
● basiswaardes, attitudes en gedrag
● contingentievariabelen
○ contingentie zijn situationele factoren
■ gedrag leidt alleen onder bepaalde situationele factoren tot een bepaald
gevolg
● gedrag x leidt tot gevolg y onder voorwaarde van z
● uitdagingen en kansen voor GiO
○ reageren op economisch zware tijden
■ inzicht factoren die gedrag van mensen beïnvloeden
● belonen, tevredenstellen, vasthouden
● stress, besluitvorming, omgaan moeilijke situaties
○ omgaan met globalisering
■ meer kans op detachering buitenland
● leiding over werknemers met andere behoefte, ambities en attitudes
■ werken met mensen uit andere culturen
● cultuur, land, religie
■ omgaan met sociale tegenkrachten
● waarden verschillende landen
● culturele diversiteit
■ verplaatsing van banen naar lagelonenlanden
● outsourcen
○ evenwicht vinden tussen belangen organisatie en
verantwoordelijkheid gemeenschappen
● reshoring
○ terughalen naar westerse wereld
○ leidinggeven aan een divers personeelsbestand
■ verschillen tussen mensen in bepaalde landen
● inspelen
■ creativiteit, innovatie, productiviteit, laag personeelsverloop
○ innovatie en verandering stimuleren
■ creativiteit en veranderingsbeleid van werknemers aanmoedigen
○ werknemers en het juiste evenwicht tussen werk en privéleven
○ ethischer gedrag
■ ethische dilemma’s
■ duidelijkheid tussen goed en fout gedrag
○ een positieve werkomgeving scheppen
■ sterke kanten van mensen ontwikkelen
● aantrekken en behouden
● toepassing in de organisatiepraktijk
○ human resources management (HRM)
, ■ personeel niet kostenpost, maar bron van opbrengst
■ organisatiedoelen, leiding en medewerkers optimale winst van relatie
■ institutionele omgeving
● invloed arbeidsrelatie door wet en regelgeving
■ doelen
● medewerkers in staat stellen optimaal te presteren
● medewerkers betrokken laten voelen bij organisatie
● maatschappelijk aanvaardbaar optreden van organisatie
H2 Diversiteit in organisaties
● diversiteit erkennen en benutten
○ meer mogelijkheden in vaardigheden, capaciteiten, ideeën
■ innovatie, creativiteit, persoonlijke groei, effectiviteit, productiviteit,
betrokkenheid
○ miscommunicatie, conflicten
● demografiche kenmerken beroepsbevolking
○ groeiend aandeel vrouwen en allochtonen
○ gemiddeld hoger opgeleid
○ babyboomers met pensioen
● niveaus van diversiteit
○ diversiteit aan de oppervlakte
■ makkelijk waarneembaar
● demografische verschillen
● stereotypen en vooroordelen
■ biografische kenmerken
○ geringe samenhang met werkprestaties
● leeftijd
○ pensioenleeftijd steeds hoger
○ afspiegelingsbeginsel bij massaontslag
○ ouderen
■ kleinere kans veranderen van baan
■ gelijk percentage onvermijdbaar verzuim als
jongeren
■ geen verband werkprestatie
■ eerder tevreden met werk
■ betere relatie collega’s, sterker verbonden werkgever
● sekse
○ vrouwen
■ vaker parttime, flexibele tijden
■ stappen eerder op
■ hoger verzuim
○ ouders lagere betrokkenheid, prestatiedrang en
betrouwbaarheid
● seksuele geaardheid en genderidentiteit
○ LHBT/LGBT
■ discriminatie komt veel voor
■ relatie collega’s slechter, werkstress hoger,
werksatisfactie lager, ziekteverzuim hoger
○ Yogyakarta-beginselen
■ toepassing mensenrechten met betrekking tot
seksuele geaardheid en genderidentiteit
● anciënniteit / dienstjaren
○ positief verband met productiviteit
○ minder verzuim
○ lager personeelsverloop
○ positief verband werktevredenheid
, ● godsdienst
○ bepaalde rustdagen, geloof uiten op werkvloer
○ diversiteit in de diepte
● verschillen in waardes, persoonlijkheid, werkvoorkeuren
■ fysieke en mentale vermogens
○ huidige capaciteit van individu om verschillende
functiegerelateerde taken uit te voeren
■ nauwe samenhang met werkprestaties
● intellectuele vermogens
○ dimensies: rekenvaardigheid, verbaal begrip,
waarnemingssnelheid, inductief redeneren (logische
opeenvolging), deductief redeneren (logisch beoordelen),
ruimtelijk inzicht, geheugen
■ positieve correlatie onderkent intelligentiefactor
○ geen correlatie werktevredenheid
■ intelligenten kritischer
● lichamelijke vermogens
○ reactiesnelheid
○ functiebeperking
■ lichamelijke, zintuigelijke of andere stoornissen die
werken kunnen belemmeren
● visueel, auditief, motorisch, psychisch,
hersenfunctie, chronische ziekte
■ lagere verwachtingen, kleinere aannemingskans
■ participatiewet voor meer mensen met een beperking
■ finetuning en afstemming
■ culturele diversiteit
● culturele intelligentie (CQ)
○ vermogen effectief werken verschillende culturen
■ inzicht in basiswaardes
○ maatstaf prestaties cultureel diverse teams
■ heel ineffectief of heel effectief
● cultuur
○ met grote C
■ niet binnen GiO: architectuur, kunst, literatuur,
muziek, theater
○ met kleine c
■ patronen van denken, voelen, handelen die wij
hebben aangeleerd
■ gewoontes, normen, waarden
● vertrouwd, delen met gemeenschap,
doorgeven volgende generatie
■ Hofstede: onderscheidende collectieve mentale
programmering groep
● overlappende groeperingen
● organisatiecultuur (ui) Shein
○ waarneembaar
○ normen en waarden
○ basiswaarden
■ onbewust
● zes culturele dimensies van Hofstede
○ machtsafstand
■ geaccepteerde en verwachte verdeling macht van
minder machtige leden
■ meer initiatief bij kleine afstand