Privaatrecht samenvatting boek hoofdstuk 6: Verdieping goederenrecht
Relatieve en absolute vermogensrechten kunnen op zichzelf wel van elkaar
worden onderscheiden, maar dit onderscheid is minder strikt dan op het eerste
gezicht lijkt.
Relatieve rechten (die in beginsel) alleen tussen partijen werken) kunnen
namelijk onder bepaalde voorwaarden ook op derden overgaan. Kernbepaling is
daarbij art. 6:251 BW.
Verschil treedt echter op in het geval degene die een plicht op zich heeft
genomen, het betreffende goed waarop de plicht drukt, aan een ander
overdraagt. Is die plicht gegrond op het geval wanneer het een absoluut recht
betreft: via raadpleging van de openbare registers had de derde zich van de
betreffende plicht op de hoogte kunnen stellen.
Dat relatieve en absolute rechten niet altijd strikt gescheiden gelden, bewijzen de
kwalitatieve verbintenis (voortvloeiend uit de wet of een overeenkomst) en het
kettingbeding: in beide gevallen gaat het om een relatieve recht met absolute
kenmerken (zaaksgevolg).
Tussen partijen, op Tussen partijen en
Enkel tussen
onderdelen jegens derden jegens derden
partijen
Zuiver relatieve
rechten Kwalitatieve Kettingbeding Absolute
verbintenis rechten
Kettingbeding is een beding in een overeenkomst waarin
de ene partij (A) zich jegens de andere partij (B) verplicht met de toekomstige
nieuwe eigenaar (C) van een zaak eenzelfde plicht op te nemen als die waartoe A
zich jegens B heeft verplicht. Ook C wordt weer verplicht dit beding bij een latere
overdracht op te nemen enz.
Kwalitatieve verbintenissen zijn verbintenissen die niet alleen (vanwege hun
aard) werken ten opzichte van degene met wie men een overeenkomst heeft
gesloten, maar die tevens (op bepaalde onderdelen) werking jegens derden
(opvolgers onder bijzondere titel) hebben. Kwalitatieve verbintenissen ontstaan
uit de wet of uit een overeenkomst.
Bij verkrijging onder algemene titel worden niet alleen de rechten, maar ook
de plichten van het goed overgedragen van het ene naar het andere vermogen
(erfopvolging en boedelmening).
- Erfopvolging: Het overgaan van het vermogen van een overledene op
een of meer andere personen.
Relatieve en absolute vermogensrechten kunnen op zichzelf wel van elkaar
worden onderscheiden, maar dit onderscheid is minder strikt dan op het eerste
gezicht lijkt.
Relatieve rechten (die in beginsel) alleen tussen partijen werken) kunnen
namelijk onder bepaalde voorwaarden ook op derden overgaan. Kernbepaling is
daarbij art. 6:251 BW.
Verschil treedt echter op in het geval degene die een plicht op zich heeft
genomen, het betreffende goed waarop de plicht drukt, aan een ander
overdraagt. Is die plicht gegrond op het geval wanneer het een absoluut recht
betreft: via raadpleging van de openbare registers had de derde zich van de
betreffende plicht op de hoogte kunnen stellen.
Dat relatieve en absolute rechten niet altijd strikt gescheiden gelden, bewijzen de
kwalitatieve verbintenis (voortvloeiend uit de wet of een overeenkomst) en het
kettingbeding: in beide gevallen gaat het om een relatieve recht met absolute
kenmerken (zaaksgevolg).
Tussen partijen, op Tussen partijen en
Enkel tussen
onderdelen jegens derden jegens derden
partijen
Zuiver relatieve
rechten Kwalitatieve Kettingbeding Absolute
verbintenis rechten
Kettingbeding is een beding in een overeenkomst waarin
de ene partij (A) zich jegens de andere partij (B) verplicht met de toekomstige
nieuwe eigenaar (C) van een zaak eenzelfde plicht op te nemen als die waartoe A
zich jegens B heeft verplicht. Ook C wordt weer verplicht dit beding bij een latere
overdracht op te nemen enz.
Kwalitatieve verbintenissen zijn verbintenissen die niet alleen (vanwege hun
aard) werken ten opzichte van degene met wie men een overeenkomst heeft
gesloten, maar die tevens (op bepaalde onderdelen) werking jegens derden
(opvolgers onder bijzondere titel) hebben. Kwalitatieve verbintenissen ontstaan
uit de wet of uit een overeenkomst.
Bij verkrijging onder algemene titel worden niet alleen de rechten, maar ook
de plichten van het goed overgedragen van het ene naar het andere vermogen
(erfopvolging en boedelmening).
- Erfopvolging: Het overgaan van het vermogen van een overledene op
een of meer andere personen.