Les 1
Boek: Molecular Biology of the Cell, 6th edition
Eukaryotische cellen
1. Microtubuli → celding en transport
2. Cytoskelet → voor de stevigheid
3. Golgi systeem → geeft uiteindelijke vorm aan eiwitten
4. ER → eiwitsynthese
5. Mitochondriën → productie van ATP
Cel organellen met eigen DNA
- mitochondriën en chloroplasten
Het plasmamembraan
- Functie: geeft vorm en stevigheid
- Bestaat uit: fosfolipiden, eiwitten, sterolen, sphingolipiden en lipiden
→ Belangrijk voor de facilitatie van; intercellulaire communicatie, uitwisseling van stoffen(import &
export) en celgroei/mobiliteit.
Alle interacties in het membraan zijn hydrofobe/hydrofiele interacties
,Bilaag
- fluide
- polaire kop en apolaire staart
Eiwitten hebben altijd een locatie, deze gaan naar plasmamembranen
Fosfolipiden
- bestaat uit 1 fosfaat groep, 1 glycerol en 2 vetzuren
- hydrofiele kop en hydrofobe staart
→ hoe meer onverzadigde bindingen hoe vloeibaarder het is, echte invloed hierop is de
aanwezigheid van cholesterol
5 hoofdgroepen van lipiden
- fosfoglycerides en sphingolipiden zijn de belangrijkste fosfolipiden in celmembranen
Fosfatidylserine (signaal molecuul)
Sterolen
heeft een polaire kop en apoilare staart
zitten in plasmamembraan + sphingolipide
,- cholesterol is het meest voorkomend
Membraansamenstelling verschilt tussen verschillende cellen en organellen
- afhankelijk van plaats, soort cel en functie
Cholesterol (functie?)
stabiliseert en verstijft het membraan
- Hydroxylgroep is gericht op de polaire kopgroep.
, Lipide bilaag is een vloeistof
- vloeibare bilaag
- Laterale diffusie → lipide beweegt vrij in de bilaag
- Flip-flop is gekatalyseerd door enzymen (flippases & floppases) → komt niet vaak voor
De vloeibaarheid hangt af van de samenstelling
- Verzadigde koolwaterstofketens maken het membraan minder vloeibaar
Lipiden rafts (bevatten … en functie is …)
- bevatten sphingolipides en cholesterol
- verhogen eiwit-eiwit interacties