Samenvatting interne analyse
Het 7S-model:
Strategie: De strategie geeft in grote lijnen de route aan die de organisatie moet volgen om
haar doelstellingen na te komen.
Structuur: De organisatiestructuur bestaat uit de arbeidsverdeling (functie- en taakverdeling)
en de coördinatie tussen functies, taken en afdelingen.
Systems: Systemen en processen daarbinnen zijn van groot belang voor de organisatie.
Binnen het inkoopsysteem zijn dat bijvoorbeeld de processen die betrekking hebben op het
bestellen van goederen en de bijbehorende bewakingsprocessen.
Staff: Zonder medewerkers is er geen organisatie. Strategie, structuur en systems, maar ook
de hierna nog te behandelen skills, style en shared values krijgen pas betekenis door de
invulling die de medewerkers eraan geven.
Skills: Onder skills vallen de kennis en vaardigheden die de organisatie nodig heeft om de
concurrentieslag aan te kunnen gaan. Het gaat hier om de kernvaardigheden.
Style: Style heeft betrekking op de wijze waarop leiding wordt gegeven. De juiste manier van
optreden van leidinggevenden levert een zeer belangrijke bijdrage aan het succes van de
organisatie.
Shared values: Shared values vormen de bedrijfscultuur, die iets laat zien van de gedeelde,
duidelijke aanwezige waarden en normen binnen de organisatie (De ziel van de organisatie).
,Strategie
Het Abell model bestaat uit 3 onderdelen:
Waar gaat je businessplan over?
- Afnemers Wie (heavy users, light users)
- Behoeften Wat (honger, lekkere trek)
- Technologieën Hoe (broodje bal, frikandel)
SWOT-matrix:
Dit betreft een omgevingsonderzoek, waarin gekeken
wordt naar de kansen en de bedreigingen die er
voor het bedrijf bestaan.
BCG-matrix:
Een Ster is een product met een hoog marktaandeel
en hoge mogelijkheden voor marktgroei.
Vraagteken producten met een hoge mogelijke
marktgroei, maar een laag marktaandeel.
In de melkkoeien investeer je niet meer, maar je melkt
wel alle mogelijke omzet uit.
Van de producten bij de gebeten hond met een laag
marktaandeel en lage groeimogelijkheden moet je
snel af.
, 4 strategieën die afgeleid kunnen worden uit de confrontatiematrix:
• Concurrentiestrategieën van Porter
• Groeistrategieën van Ansoff
• Integratie en differentiatie
• Marktstrategieën
De 4 groeistrategieën van Ansoff:
Marktpenetratie: Bestaand product op een
bestaande markt
Marktonwikkeling: Bestaand product op een
nieuwe markt
Productontwikkeling: Nieuw product op een
bestaande markt
Diversificatie: Nieuw product op een nieuwe markt
Concurrentiestrategieën van Porter:
1. Cost leadership (kosten leiderschap)
Je doet er alles aan om je kosten zo laag mogelijk te houden (massa producten).
2. Differentiatie (je onderscheiden van de concurrent)
Design en vormgeving bijvoorbeeld anders
3. Focusstrategie (inzoomen op meer specifieke behoeftes van een kleine doelgroep)
Kleefpasta (kunstgebit) boxen, noem het maar op
Je focust je op een specifieke doelgroep
Integratie en differentiatie:
Verticaal achterwaartse integratie: Neemt de onderneming een voorafgaande schakel over in
de bedrijfskolom (supermarkt neemt de fabriek over)
Verticaal voorwaartse integratie: Neemt de onderneming de volgende schakel over (fabriek
neemt de supermarkt over)
Horizontale integratie: Neemt een onderneming een branchegenoot over (Bakker Bart neemt
Sandra’s broodjes corner over)
Differentiatie: Tegenovergesteld aan integratie. Het gaat hier om het afstoten van de
organisatie of een deel hiervan
Het 7S-model:
Strategie: De strategie geeft in grote lijnen de route aan die de organisatie moet volgen om
haar doelstellingen na te komen.
Structuur: De organisatiestructuur bestaat uit de arbeidsverdeling (functie- en taakverdeling)
en de coördinatie tussen functies, taken en afdelingen.
Systems: Systemen en processen daarbinnen zijn van groot belang voor de organisatie.
Binnen het inkoopsysteem zijn dat bijvoorbeeld de processen die betrekking hebben op het
bestellen van goederen en de bijbehorende bewakingsprocessen.
Staff: Zonder medewerkers is er geen organisatie. Strategie, structuur en systems, maar ook
de hierna nog te behandelen skills, style en shared values krijgen pas betekenis door de
invulling die de medewerkers eraan geven.
Skills: Onder skills vallen de kennis en vaardigheden die de organisatie nodig heeft om de
concurrentieslag aan te kunnen gaan. Het gaat hier om de kernvaardigheden.
Style: Style heeft betrekking op de wijze waarop leiding wordt gegeven. De juiste manier van
optreden van leidinggevenden levert een zeer belangrijke bijdrage aan het succes van de
organisatie.
Shared values: Shared values vormen de bedrijfscultuur, die iets laat zien van de gedeelde,
duidelijke aanwezige waarden en normen binnen de organisatie (De ziel van de organisatie).
,Strategie
Het Abell model bestaat uit 3 onderdelen:
Waar gaat je businessplan over?
- Afnemers Wie (heavy users, light users)
- Behoeften Wat (honger, lekkere trek)
- Technologieën Hoe (broodje bal, frikandel)
SWOT-matrix:
Dit betreft een omgevingsonderzoek, waarin gekeken
wordt naar de kansen en de bedreigingen die er
voor het bedrijf bestaan.
BCG-matrix:
Een Ster is een product met een hoog marktaandeel
en hoge mogelijkheden voor marktgroei.
Vraagteken producten met een hoge mogelijke
marktgroei, maar een laag marktaandeel.
In de melkkoeien investeer je niet meer, maar je melkt
wel alle mogelijke omzet uit.
Van de producten bij de gebeten hond met een laag
marktaandeel en lage groeimogelijkheden moet je
snel af.
, 4 strategieën die afgeleid kunnen worden uit de confrontatiematrix:
• Concurrentiestrategieën van Porter
• Groeistrategieën van Ansoff
• Integratie en differentiatie
• Marktstrategieën
De 4 groeistrategieën van Ansoff:
Marktpenetratie: Bestaand product op een
bestaande markt
Marktonwikkeling: Bestaand product op een
nieuwe markt
Productontwikkeling: Nieuw product op een
bestaande markt
Diversificatie: Nieuw product op een nieuwe markt
Concurrentiestrategieën van Porter:
1. Cost leadership (kosten leiderschap)
Je doet er alles aan om je kosten zo laag mogelijk te houden (massa producten).
2. Differentiatie (je onderscheiden van de concurrent)
Design en vormgeving bijvoorbeeld anders
3. Focusstrategie (inzoomen op meer specifieke behoeftes van een kleine doelgroep)
Kleefpasta (kunstgebit) boxen, noem het maar op
Je focust je op een specifieke doelgroep
Integratie en differentiatie:
Verticaal achterwaartse integratie: Neemt de onderneming een voorafgaande schakel over in
de bedrijfskolom (supermarkt neemt de fabriek over)
Verticaal voorwaartse integratie: Neemt de onderneming de volgende schakel over (fabriek
neemt de supermarkt over)
Horizontale integratie: Neemt een onderneming een branchegenoot over (Bakker Bart neemt
Sandra’s broodjes corner over)
Differentiatie: Tegenovergesteld aan integratie. Het gaat hier om het afstoten van de
organisatie of een deel hiervan