100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting filmgeschiedenis en storytelling

Rating
2.5
(2)
Sold
7
Pages
20
Uploaded on
25-01-2020
Written in
2019/2020

Een samenvatting over de manier waarop verhalen verteld worden. Voorbeelden en uitleg over verhaalanalyses en camera gebruik.

Institution
Course










Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
January 25, 2020
Number of pages
20
Written in
2019/2020
Type
Summary

Subjects

Content preview

Samenvatting filmgeschiedenis en storytelling
Hoofdstuk 1: Drama en dramaturgie

De basis voor de dramaturgie is voor het eerst beschreven in Aristoteles’ werk ‘poëtica’. Het
werk is een puntsgewijze opsomming van alles waaraan de ‘dichter’ moet doen.

Drama betreft een verhalend verloop, en dat vind je in feite in alles dat een verhaal heeft, een
tragedie, maar ook een komedie. Een tragedie is een genre. Een drama gaat over menselijke
conflicten terwijl een de hoofdpersoon in een tragedie door het noodlot ten onder gaat.
De plot van een tragedie kenmerkt zich als volgt:
1. Het gaat om een enkel handelingsverloop met een afloop. (niet een dubbele handeling)
2. Het gaat om een verandering van geluk naar ongeluk (niet omgekeerd)
3. En deze verandering is niet veroorzaakt door verdorvenheid van karakter, maar
doordat er een grote fout is gemaakt door iemand van gemiddelde goedheid of beter,
(maar niet minder).

Met dramaturgie wordt bedoeld hoe het drama, of het verhalend verloop is opgebouwd.
Volgens Aristoteles moet het tragische plot een geheel zijn, maar ook te overzien zijn: begin,
midden, einde (proloog, episode, exodus), maar ook samenhang door waarschijnlijkheid of
noodzakelijkheid.
Dus, er mogen geen losse eindjes in zitten, het moet voor de toeschouwer overzichtelijk
genoeg zijn, en er moet tussen de verschillende onderdelen van het plot voldoende samenhang
zitten. Die samenhang wordt gecreëerd door waarschijnlijkheid en noodzakelijkheid: het moet
logisch zijn.
Aristoteles deelt het tragische drama op in drie onderdelen: de proloog, de episode en de
epiloog/ook wel resolutie genoemd.

Proloog
 Sfeer van het verhaal wordt neergezet.
 Expositie: het wordt duidelijk wie de hoofdpersonen zijn en welke rollen zij spelen.
Ook wordt de omgeving getoond. Het verhaal is op dit moment nog niet begonnen.
 Motorisch moment: dit is het moment waarop datgene gebeurt dat het echte verhaal in
gang zet.

Episode
 Opbouw spanning: het langste deel van het verhaal waarin de spanning wordt
opgebouwd. In dit deel van het verhaal vinden allerlei crises plaats.
 Catastrofe: alle dramatische ontwikkelingen leiden tot het hoogtepunt in de climaxen
of crises en daardoor neemt het geheel een beslissende wending. (catastrofe)
 Afwikkeling catastrofe: het deel tussen de catastrofe en de feitelijke ontknoping van
het verhaal.

Epiloog
 Ontknoping: nu komt de hoofdrolspeler achter de waarheid, of wordt het probleem dat
de aanleiding vormde voor het verhaal opgelost.
 Catharsis: Aristoteles gebruikte dit begrip om aan te geven dat de hoofdpersoon in het
reine moet komen met datgene wat hem is overkomen.
 Afbouw: alle uitgezette lijnen komen bij elkaar, het publiek ziet de hoofdpersoon in de
nieuwe situatie die ontstaan is, er vindt afwikkeling van het verhaal plaats.

,Aristoteles plot wordt ook wel op een andere manier geduid, namelijk in vijf fases. Dat komt
omdat de meeste toneelstukken in vijf bedrijven plaatsvinden.

 Expositie: de uiteenzetting van wat voorafgegaan is om wat volgt komt te kunnen
begrijpen.
 Intrige: de verwikkeling , de ontwikkeling van een probleem.
 Climax: de spanning wordt opgevoerd, kleine conflicten/obstakels.
 Catastrofe: de spanning wordt ontladen en het begin van de ontknoping.
 Peripetie: de beslissende wending en de afwikkeling.

Het woord peripetie heeft twee betekenissen. Of het betekend dat het verhaal afgewikkeld
wordt, of het betekend ‘een plotselinge ommekeer die berust op een onverwachte samenhang’
De peripetie als ommekeer vormt volgens Aristoteles samen met herkenning en lijden van de
hoofdpersoon, de kern van een tragische plot.

Aristoteles noemde de plot de ziel van een tragedie. De karakters kwamen op de tweede plek.
Deze karakters, hoofdrolspelers of sleutelfiguren worden agonisten genoemd. Je hebt drie
soorten:

1. De protagonist
2. De antagonist
3. De tritagonist

Protagonist
De protagonist is de hoofdpersoon waarmee je je als publiek mee identificeert.
 De hoofdpersoon is goed, maar niet te perfect of juist te slecht. Hij wekt medeleven en
angst op door identificatie.
 Hij heeft bepaalde fouten gemaakt, en valt van een gelukkige situatie in een
ongelukkige.
 Het lijden van de hoofdpersoon kan worden bewerkstelligd door: de daad te laten
plegen door iemand die de hoofdpersoon kent. De daad laten plegen zonder kennis van
het slachtoffer. De voorgenomen daad niet laten uitvoeren door tijdige herkenning.

Antagonist
Dit is de tegenspeler van de hoofdpersoon, de bad guy. Hij veroorzaakt obstakels voor de
protagonist. Dit kan het expliciete doel zijn van de antagonist, maar hij kan ook niet weten dat
hij dit doet. Of hij heeft geen interesse voor dat hij mensen door zijn beslissingen benadeelt.

De tritagonist
Dit persoon kan allerlei functies hebben in een verhaal.
 De veroorzaker of aanstichter van het conflict.
 Het werktuig in handen van de antagonist of de protagonist.
 Het betwiste object tussen de protagonist en de antagonist.
 De verzoener tussen beide partijen.
 De afweerder van de aanval van de antagonist.
 Vertrouwenspersoon van de protagonist of de antagonist.



Drama in de twintigste eeuw

, In de twintigste eeuw verplaatste het drama zich voor een groot deel naar de bioscoop en
televisie. Theater bleef bestaan, maar had er een paar stevige concurrenten bij. De komst van
deze nieuwe audiovisuele media maakte dat men ook weer na ging denken over
verhaalstructuren.

De morfologie van het toversprookje van Vladimir Propp
Vladimir Propp (1895-1970) bestudeerde volkscultuur. In het bijzonder de verhaalstructuur
van sprookjes. Hij heeft een selectie van honderd toversprookjes gemaakt en deze
geanalyseerd. Hij kwam tot een classificatie van 31 functies.




• A = misdaad, gebrek
• B = overgang
• C = beginnende tegenreactie
•  = vertrek van de held
• D = beproeving van de held
• E = reactie van de held
• F = ontvangst tovermiddel door de held
• G = verplaatsing van de held
• H = strijd van de held met tegenstander
• I = markering
• J = overwinning op de tegenstander
• K = herstel ongeluk of gebrek
•  = terugkeer van de held
• Pr = achtervolging van de held
• Rs = redding van de held
• o = incognito aankomst
• L = onrechtmatige aanspraak van onechte held
• M = zware opdracht
• N = vervulling van zware opdracht
• Q = herkenning van de held
• Ex = ontmaskering van de onechte held
• T = transfiguratie
• U = straf van onechte held of tegenstander
• W* = huwelijk en kroning

Volgens Propp is het begin en het einde van het sprookje altijd hetzelfde. Wel kan er variëren
tussen de volgorde van het middelstuk van het verhaal. Zie de letter boven en onder de
stippellijn.

Reviews from verified buyers

Showing all 2 reviews
3 year ago

5 year ago

2.5

2 reviews

5
0
4
1
3
0
2
0
1
1
Trustworthy reviews on Stuvia

All reviews are made by real Stuvia users after verified purchases.

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
jolienvrijdag Saxion Hogeschool
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
33
Member since
6 year
Number of followers
31
Documents
5
Last sold
4 days ago

3.0

5 reviews

5
0
4
3
3
0
2
1
1
1

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions