Vraag 1
Het begin is bij delier … Het beloop is bij dementie …
A. acuut, langzaam progressief
B. sluipend, flucturerend
C. geleidelijk, langzaam progressief
Vraag 2
Een meisje hoort het geluid van de motor en denkt meteen: papa komt thuis. In welke fase
zit zij?
A. begrijpfase
B. sensatiefase
C. klikfase
Vraag 3
Op … niveau kan men spelen met taal en betekenis, taalgrapjes en spreekwoorden kunnen
begrepen worden.
A. Presentatie
B. Representatie
C. Metarepresentatie
Vraag 4
Agitatie staat voor …
A. Onrust
B. Geheugenverlies
C. Lusteloosheid
Vraag 5
- Inprenting en episodisch geheugen duidelijk verstoord.
- Desoriëntatie in tijd.
- Nieuwe dingen leren lukt niet meer
A. Voorstadium
B. Matig ernstige dementie
C. Beginnend dementiesyndroom
Vraag 6
Agnosie is het onvermogen …
A. taal te begrijpen of te spreken
B. objecten en/of mensen te herkennen
C. motorische handelingen uit te voeren
,Vraag 7
T.a.v. de beleving van de dementerende persoon spreek je in het derde stadium ook wel van
…
A. ´het verzonken ik´
B. ´het bedreigde ik´
C. ´het verborgen ik´
Vraag 8
Wat is geen andere benaming voor een delirium?
A. pre-operatieve verwardheid
B. acute verwardheid
C. intensive care psychose
Vraag 9
In de ABCDE-methode staat de D voor …
A. Hoe is het bewustzijn?
B. Hoe staat het met de lichaamstemperatuur?
C. Hoe is de ademhaling?
Vraag 10
In de … ervaringsfase ervaart het kind de wereld via zijn eigen lichaam en zijn zintuigen
A. structurerende
B. associatieve
C. lichaamsgebonden
Vraag 11
Cliënten met een verstandelijke beperking komen over het algemeen niet toe aan de …
A. vormgevende ervaringsordening
B. associatieve ervaringsordening
C. structurerende ervaringsordening
Vraag 12
Waneer je een matig verstandelijke beperking hebt, heb je een IQ van …
A. 50-55 tot 70
B. 20-25 tot 35-40
C. 35-40 tot 50-55
, Vraag 13
Er zijn drie uitingsvormen van frontotemporale dementie. … wordt ook wel de Ziekte van
Pick genoemd
A. Veranderingen in gedrag, persoonlijkheid en emoties
B. Veranderingen in motoriek
C. Veranderingen in taalvaardigheid
Vraag 14
De belangrijkste bijwerking van acetyl-choline-esteraseremmers is …
A. hoofdpijn
B. duizeligheid
C. misselijkheid
Vraag 15
De alveolaire lucht bevat … zuurstof en … koolstofdioxide dan de buitenlucht
A. minder, meer
B. meer, minder
C. meer, meer
Vraag 16
Corticale dementie verwijst naar dementievormen …
A. waarbij vooral de hersenschors is aangedaan
B. waarbij vooral de witte stof is aangedaan
C. waarbij de frontale kwabben niet meer goed functioneren
Vraag 17
…. is het ophalen van persoonlijke herinneringen. Bijvoorbeeld door bekijken van
fotoboeken, kinderliedjes en praten over ervaringen.
A. belevingsgerichte zorg
B. reminiscentie
C. R.O.T.
Vraag 18
Het doel van … is vergroten welbevinden en bijdragen aan opmaken van levensbalans.
A. validation
B. R.O.T.
C. reminiscentie