Psychologisch onderzoek samenvatting
Hoofdstuk 1
inschatten van mensen
diagnostiek gaat over het inschatten van mensen. Dit is een systematische aanpak.
Er zijn 2 variabele in een voorspellingsproces : het voorspellingsmoment nu en voorspellingsmoment
in de toekomst . in de psychodiagnostiek wordt dit een criterium genoemd.
Predictieve validiteit: voorspellen hoe goed jij als voorspeller zult functioneren.
Er zijn 4 soorten beslissingen te onderscheiden:
1. Valid positief (weer man voorspelt dat het gaat regenen en dat gebeurt ook)
2. Fals positief (voorspelling is positief maar blijkt later niet te kloppen)
3. Fals negatief (weermna voorspelt geen regen en later gaat het wel regenen)
4. Valid negatief (voorspelling was dat het niet zou gaan regenen en het bleef ook droog)
Een correlatiecoëfficiënt is een getal tussen de 0 en de 1, hiermee meer je de relatie tussen 2
variabele.
Meest voorkomende fouten:
1. Verstandige fouten
2. Overschatten van specifieke kansen
3. Beschikbaarheidsheuristiek
4. Regressie naar het gemiddelde
5. Eerste en laatste indruk
6. Voorbarige reductie van cognitieve dissonantie (goed praten dat je gaat vliegen terwijl je
weet dat het niet goed is voor het milieu)
Contrary evidance: wanneer je een mening hebt gevormd, ga je opzoek om de mening onderuit te
halen.
Een mening onderuit halen noem je falsificatie
Multi-rater-methode: meerdere mensen inschakelen om een tot een eindoordeel te komen.
Hoofdstuk 2
Kenmerken van kwaliteitseisen aan diagnostische instrumenten
Een psychodiagnost onderscheid zich door 3 categorieën:
1. Interviewtechnieken
2. Psychologische testen
3. Observatie methode
Belangrijke verschillen in psychologische testen:
1. Test wordt geconstrueerd vanuit de wetenschap.
2. Schalen zijn homogeen en zuiver.
3. Is onderzoek gedaan naar validiteit en betrouwbaarheid van de test.
4. Wijze waarop de test moet worden uitgevoerd is omschreven en in hoge maten
gestandaardiseerd.
5. Test score kan worden vergeleken met een grote en representatieve normgroep.
6. Er is onderzoek gedaan naar de meetpretesties van de test en de mate waarin die test kan
waarmaken
1
, Psychologisch onderzoek samenvatting
In het Big-5 model zijn 5 eigenschappen erg belangrijk:
1. Extraversie
2. Altruïsme
3. Consciëntieusheid
4. Openheid
5. Neuroticisme
Hiervoor gebruik je een lexicografische en factoranalyse
Factoranalyse is een datareconstructie techniek , een methode om statische benadering patronen en
samenhang in grote en complexe hoeveelheden informatie te ontdekken.
Betrouwbaarheid meet de interne zaken en validiteit meet de externe zaken. Betrouwbaarheid geeft
aan wat het plafond voor validiteit is. Batrouwbaarheid is dus wel noodzakelijk maar heeft niet
voldoende voorwaarde voor validiteit.
Normaal verdeling
Er zijn 4 manieren om betrouwbaarheid te meten:
1. N(N-1)+2
2. Splitsingsmethode
3. Test-hertest-methode
4. Interraterbetrouwbaarheid -> vragenlijst/ interview dit wordt de behavior anchored rating
schales genoemd.
Er blijven kleine verschillen bestaan tussen beoordeelaars, dit noemen we
Interraterbetrouwbaarheid in de cohens kappa
Validiteit ‘de maten waarin een test aan zijn doel beantwoord’
De belangrijkst vormen van validiteit zijn:
1. Construct- of begripsvaliditeit -> abstracte concepten bijv. as iemand je een kaart stuurt
voor je verjaardag.
2. Predictieve/ externe of criteriumvaliditeit -> voorspelling
3. Face-validiteit -> client accepteert gebruikte methode
Categorale kenmerken zijn eigenschappen die volledig bij een persoon aanwezig zijn of helemaal niet
Dimensionale kenmerken gaat om de kenmerken lang, kort, groot, klein, veel, weinig.
2
Hoofdstuk 1
inschatten van mensen
diagnostiek gaat over het inschatten van mensen. Dit is een systematische aanpak.
Er zijn 2 variabele in een voorspellingsproces : het voorspellingsmoment nu en voorspellingsmoment
in de toekomst . in de psychodiagnostiek wordt dit een criterium genoemd.
Predictieve validiteit: voorspellen hoe goed jij als voorspeller zult functioneren.
Er zijn 4 soorten beslissingen te onderscheiden:
1. Valid positief (weer man voorspelt dat het gaat regenen en dat gebeurt ook)
2. Fals positief (voorspelling is positief maar blijkt later niet te kloppen)
3. Fals negatief (weermna voorspelt geen regen en later gaat het wel regenen)
4. Valid negatief (voorspelling was dat het niet zou gaan regenen en het bleef ook droog)
Een correlatiecoëfficiënt is een getal tussen de 0 en de 1, hiermee meer je de relatie tussen 2
variabele.
Meest voorkomende fouten:
1. Verstandige fouten
2. Overschatten van specifieke kansen
3. Beschikbaarheidsheuristiek
4. Regressie naar het gemiddelde
5. Eerste en laatste indruk
6. Voorbarige reductie van cognitieve dissonantie (goed praten dat je gaat vliegen terwijl je
weet dat het niet goed is voor het milieu)
Contrary evidance: wanneer je een mening hebt gevormd, ga je opzoek om de mening onderuit te
halen.
Een mening onderuit halen noem je falsificatie
Multi-rater-methode: meerdere mensen inschakelen om een tot een eindoordeel te komen.
Hoofdstuk 2
Kenmerken van kwaliteitseisen aan diagnostische instrumenten
Een psychodiagnost onderscheid zich door 3 categorieën:
1. Interviewtechnieken
2. Psychologische testen
3. Observatie methode
Belangrijke verschillen in psychologische testen:
1. Test wordt geconstrueerd vanuit de wetenschap.
2. Schalen zijn homogeen en zuiver.
3. Is onderzoek gedaan naar validiteit en betrouwbaarheid van de test.
4. Wijze waarop de test moet worden uitgevoerd is omschreven en in hoge maten
gestandaardiseerd.
5. Test score kan worden vergeleken met een grote en representatieve normgroep.
6. Er is onderzoek gedaan naar de meetpretesties van de test en de mate waarin die test kan
waarmaken
1
, Psychologisch onderzoek samenvatting
In het Big-5 model zijn 5 eigenschappen erg belangrijk:
1. Extraversie
2. Altruïsme
3. Consciëntieusheid
4. Openheid
5. Neuroticisme
Hiervoor gebruik je een lexicografische en factoranalyse
Factoranalyse is een datareconstructie techniek , een methode om statische benadering patronen en
samenhang in grote en complexe hoeveelheden informatie te ontdekken.
Betrouwbaarheid meet de interne zaken en validiteit meet de externe zaken. Betrouwbaarheid geeft
aan wat het plafond voor validiteit is. Batrouwbaarheid is dus wel noodzakelijk maar heeft niet
voldoende voorwaarde voor validiteit.
Normaal verdeling
Er zijn 4 manieren om betrouwbaarheid te meten:
1. N(N-1)+2
2. Splitsingsmethode
3. Test-hertest-methode
4. Interraterbetrouwbaarheid -> vragenlijst/ interview dit wordt de behavior anchored rating
schales genoemd.
Er blijven kleine verschillen bestaan tussen beoordeelaars, dit noemen we
Interraterbetrouwbaarheid in de cohens kappa
Validiteit ‘de maten waarin een test aan zijn doel beantwoord’
De belangrijkst vormen van validiteit zijn:
1. Construct- of begripsvaliditeit -> abstracte concepten bijv. as iemand je een kaart stuurt
voor je verjaardag.
2. Predictieve/ externe of criteriumvaliditeit -> voorspelling
3. Face-validiteit -> client accepteert gebruikte methode
Categorale kenmerken zijn eigenschappen die volledig bij een persoon aanwezig zijn of helemaal niet
Dimensionale kenmerken gaat om de kenmerken lang, kort, groot, klein, veel, weinig.
2