Zelfstudie – Neurologie, anatomie
De hersenen bestaan uit drie delen:
- Cerebrum (grote hersenen)
- Cerebellum (kleine hersenen)
- Hersen stam
Het cerebrum bestaat uit twee hersenhelften; de linker en de rechter hemisfeer die met
elkaar verbonden zijn door het corpus callosum.
De hersenen kunnen verdeeld worden in vier hersenkwabben:
- Frontale kwab
- Pariëtale kwab
- Temporale kwab
- Occipitale kwab
De hersenen hebben verschillende gebieden:
- Motorische gebieden; voor beweging en spraak
- Sensorische gebieden; alle gebieden met zintuigelijke waarneming
- Overig; geestelijke activiteiten zoals gedrag die de persoonlijkheid bepalen (frontale
kwab)
De linker hemisfeer stuurt de rechter lichaamshelft aan en de rechter hemisfeer stuurt de
linker lichaamshelft aan.
Gebied van Broca is verantwoordelijk voor spraak en bevind zich in de frontaal kwab.
Gebied van Wernicke is verantwoordelijk voor het begrijpen van taal en bevind zich in de
temporale kwab.
De auditieve cortex bevind zich in de temporale kwab en is verantwoordelijk voor het
gehoor.
De visuele cortex bevind zich in de occipitale kwab en is verantwoordelijk voor het zicht.
De sensorische gevoelens in de extremiteiten bevind zich in de pariëntale kwab.
https://www.youtube.com/watch?v=GB0alp3liYQ&list=PLZ-dCaUO0C79lYYjUJAvmk9MQ5wtKNk2x
De kleine hersenen (cerebellum) zorgt voor coördinatie, houding en evenwicht.
De hersenstam zorgt voor basale lichaamsfuncties zoals de ademhaling, de hartslag en
reflexen zoals hoesten en slikken.
,Zelfstudie – Neurologie, gevolg van pathologie op de hersenfuncties
Wanneer er iets mis is in de hersenen hangen de symptomen af van de locatie waar de
pathologie zich bevind:
- Frontale kwab; problemen in het gedrag en persoonlijkheid (afnemend
probleemoplossend vermogen, persoonlijkheidsveranderingen,
geheugenstoornissen, concentratiestoornissen en sociaal ongeremd gedrag). Bij een
probleem in het gebied van Broca kan de mogelijkheid om te spreken aangetast
worden. Bij de motorische cortex kan het zorgen voor verlamming van de armen en
de benen (verlammingen bevinden zich in de tegenovergestelde lichaamshelft).
- Pariëtale kwab; kan leiden tot gevoelloosheid van de tegenovergestelde
lichaamshelft of delen van het lichaam niet meer als eigen voelen en deze
verwaarlozen (neglect syndroom).
- Temporale kwab; problemen met het vermogen om taal te begrijpen. Bij het gebied
van Wernicke kan het begrijpende gehoor aangetast worden; geluiden worden niet
begrepen en onthouden.
- Occipitale kwab; bij aantasting van de visuele cortex kan de patiënt voorwerpen en
gezichten niet meer herkennen. Ook kan de patiënt blind worden (corticale
blindheid).
- Cerebellum; verstoring van coördinatie en evenwicht
- Hersenstam; gevaar voor vitale functies als ademhalingsstoornissen.
, College 1 – Psychogeriatrie
Herinneringen worden opgeslagen in het korte termijn geheugen en ga na vaak herhalen in
het lange termijn geheugen. Bij geheugen verlies verdwijnen vaak eerst de recente
herinneringen en blijven de herinneringen uit de jeugd of kindertijd behouden.
De diagnostiek van geheugenproblemen bestaat uit een anamnese (DSM uitvragen, MMSE
en klokkentest), lichamelijk onderzoek en aanvullend onderzoek zoals
laboratoriumonderzoek van het bloed of de urine, neuro psychologisch onderzoek of
radiodiagnostiek om andere aandoeningen aan te tonen of uit te sluiten.
De DSM-5 is een boek met alle diagnoses en psychische verschijnselen uitgewerkt.
Dementieel syndroom is geen ziektebeeld maar een verzameling van verschijnselen of
symptomen waarbij verschillende ziektebeelden passen (DSM criteria). De risicofactoren
(predisponerende factoren) van dementieel syndroom zijn hoge leeftijd, hart- en vaatziekten,
ziekte van Parkinson en genetische factoren. Wanneer dementieel syndroom opspeelt onder
de 65 jaar is er sprake van preseniele dementie.
De DSM criteria:
1. Geheugenstoornissen (zowel korte termijn als lange termijn)
2. Ten minste 1 van deze stoornissen:
- Afasie; taalstoornis (motorisch of sensorisch)
- Apraxie; handelingsstoornis (haren kammen, koffie zetten, tanden poetsen etc.)
- Agnosie; herkenningsstoornis (niet meer weten waar voorwerpen voor bedoelt zijn)
- Executief functioneren; problemen met plannen maken (boodschappen doen)
3. Verslechtering t.o.v. vroeger functioneren
4. Verstoring sociaal of beroepsmatig functioneren
5. Niet uitsluitend tijdens delirante toestand of andere klinische ziekte; dementie is een
chronisch, progressief proces. Het kan ook een delier zijn (tijdelijk optreden). Delier
gaat over, dementie niet.