Dossier met begrippen en samenvattingen week 1- 5
Week 1
Begrippen
Representatie
Actief proces van betekenis produceren om te begrijpen hoe de wereld functioneert.
Cultuur
Faciliteit voor het produceren en uitwisselen van betekenissen. De culturele achtergrond
van een persoon is allesbepalend voor de manier waarop hij de wereld om hem heen
interpreteert. Deze betekenissen uitten zich in sociale gebruiken en gedragingen.
Discours
Een domein waarin bepaalde kennis ‘in zwang’ is, als product van politieke, culturele,
historische, institutionele structuren. Discours is veranderlijk.
‘Naturalization’
Wanneer een bepaalde betekenis universeel lijkt, of gezien wordt als ‘gezond verstand’, is
de betekenis genaturaliseerd. Dit is het geval bij dominant discours.
Echter is elke betekenis afhankelijk van culturele context.
Sociaal-constructivistische benadering
Representatie is altijd een construct en bestaat niet op zichzelf volgens deze benadering.
Betekenis wordt hierbij gezien als iets dat wordt geproduceerd of geconstrueerd in plaats
van ‘gevonden’.
Samenvattingen
Hall et al. (2013): Introduction to representation
Cultuur en betekenis
,Cultuur heeft verschillende definities. Zo verwijst de term ‘cultuur’ in de antropologie
naar wat dan ook dat onderscheidend is aan de manier van leven van een bepaalde groep
mensen. In de sociologie ligt de nadruk op de ‘gedeelde waarden’ van een groep mensen.
Hall richt zich met name op cultuur als faciliteit voor het produceren en uitwisselen van
betekenissen. De betekenissen die
gedeeld worden door een bepaalde
groep mensen, maakt dat deze mensen
behoren tot dezelfde cultuur. Leden van
dezelfde cultuur hebben dezelfde
‘culturele codes’, wat wil zeggen dat ze
de wereld op een redelijk vergelijkbare
manier interpreteren. De culturele
achtergrond van een persoon is
allesbepalend voor de manier waarop
hij betekenis geeft aan de wereld om
hem heen. Deze betekenissen zijn niet
slechts aanwezig in iemands hoofd,
maar uitten zich in sociale gebruiken en
gedragingen. Middels deze uitingen bepalen mensen de betekenis van de wereld om hen
heen; deze betekenis is niet iets dat op zichzelf staat, zoals voorheen de gedachte was.
Vóór de cultural turn werd er geloofd dat ‘dingen’ op zichzelf bestonden in de wereld en
ieder hun eigen materialistische kenmerken bevatten zodat ze een eigen betekenis
hebben, buiten hoe ze worden gerepresenteerd. De representatie is binnen deze
denkwijze inferieur aan de objectieve betekenis. Maar sinds de cultural turn wordt
betekenis gezien als iets dat wordt geproduceerd of geconstrueerd in plaats van
‘gevonden’.
In the circuit of culture hierboven geeft aan dat betekenis op verschillende manieren
wordt geproduceerd en verschillende processen doorloopt.
Taal
Taal functioneert als een representationeel systeem of medium waarin we symbolen en
tekens gebruiken die gevoelens, gedachten en ideeën vertegenwoordigen.
Semiotiek en discours
Semiotiek betreft de studie naar symbolen en hun rol als ‘transporteur’ van betekenis.
Discours verwijst naar een cluster van ideeën, beelden en gebruiken die definiëren wat de
norm is binnen een bepaalde context.
Semiotiek richt zich op het hoe van representatie, terwijl discours te maken heeft met de
effecten en gevolgen van representatie.
Hall (1980) Encoding, decoding
Productie -> Circulatie -> Distributie/Consumptie -> Reproductie
, Productie
Er zijn discursieve ideeën en betekenissen. Betekenis wordt, beperkt door de regels van
taal, in symbolen geconstrueerd.
Circulatie
Het symbool vormt de transporteur van de betekenis, die via media wordt verspreid.
Distributie/Consumptie
De betekenis die in het symbool verwerkt zit moet worden getransformeerd tot een
betekenis die zich uit in sociale praktijken. Deze betekenis zal zich via het gebruikte
medium uiten als onderdeel van het dominante discours.
Het moment waarop een betekenis wordt ‘gecodeerd’ in een specifieke structuur wordt
encoding genoemd. Het moment waarop de gecodeerde betekenis tot uiting komt in een
sociale praktijk wordt decoding genoemd. De structuren van betekenis die bij encoding en
decoding in de afbeelding horen, komen niet overeen. Het gebrek aan gelijkwaardigheid
tussen de productiezijde en de ontvangerskant van het model is daar een oorzaak van.
Het ‘natuurlijke’ of de realiteit wordt geconstrueerd door de uitwisseling van
betekenissen via taal. De werkelijkheid is een discursief construct. Dit is het uitgangspunt
van het sociaal-constructivisme.
Denotatie en connotatie
Sommige symbolen zijn ‘genaturaliseerd’: Ze lijken universeel, maar de betekenis is ook
afhankelijk van culturele context. Hoewel vanuit analytisch perspectief van Barthes de
denotatie van een teken direct en ‘objectief’ verwijst naar hetgeen wat het representeert
en de connotaties staat voor de contextafhankelijke invloeden die bij zich bij de verwijzing
voegen, zal volgens Hall in discourse vrijwel altijd sprake zijn van een combinatie van
denotatieve en connotatieve aspecten in een teken. Dit omdat er geen sprake kan zijn van
een losstaande, objectieve betekenis. De denotatie kan hoogstens bestaan uit een sterk
genaturaliseerde betekenis, waarvan moeilijker bewust is te zien welke culturele of