Het sluiten van een overeenkomst gebeurd door aanbod en aanvaarding van het aanbod.
Er is een wil en een verklaring nodig en de ander moet worden bereikt. Hieruit volgt een
rechtshandeling met een rechtsgevolg.
Een rechtshandeling komt tot stand via een wil die is verklaard en leidt tot een rechtsgevolg als de
verklaring de ander heeft bereikt.
De wil stemt niet overeen met de verklaring (discrepantie, bij bijvoorbeeld een groot prijsverschil).
Praktisch gevolg: er komt geen overeenkomst tot stand vertrouwensbeginsel (3:35).
Hoofdregel: er is geen wil gericht op een rechtsgevolg en dus treedt ook geen rechtsgevolg in (er
komt niets tot stand).
Iemand die verklaart is, ondanks zijn vergissing gebonden aan die verklaring, tenzij in de gegeven
situatie de ontvanger niet op de verklaring mocht vertrouwen.
Bijvoorbeeld: de transactie is erg nadelig: wederpartij is niet te goeder trouw.
Een rechtshandeling is aantastbaar als:
Wil/verklaring
Geestelijke stoornis
Wilsgebreken
Strijd met de wet, openbare orde of goede zeden
Benadeling schuldeisers (pauliana)
Wilsgebreken:
Dwaling
Bedrog
Bedreiging
Misbruik van omstandigheden
Hoofdstuk 8
Bedrijfsprocessen: input bewerking (transformatie of waardevermeerdering) output.
Input: grondstoffen, onderdelen, halffabricaten, diensten. inkoopbeleid van de organisatie. Doel
van het inkoopbeleid: komen tot een zekere controle op het inkoopproces.
Niveaus van inkoop:
a. Strategisch: lange termijn geeft aan in welke mate de inkoopprocessen de
verkoopplannen ondersteunen.
Structurele aankoop/herhalingsaankoop.
Beslisfactoren op strategisch niveau zijn richtinggevend in de keuze voor de inkoop:
1. Gaat de organisatie producten zelf maken of uitbesteden (make or buy)?
2. Wat is het inkoopbeleid (sourcingsbeleid)?
Gericht op het selecteren van de toekomstige inkoopbronnen.
Aantal leveranciers en hun bijdrage aan de omzet, inrichting bedrijfsprocessen
1