ONDERNEMINGSRECHT
,Hoofdstuk 1: Algemene regelen
1. Handelsrecht en economisch recht
ONDERNEMINGSRECHT = bestaat uit twee rechtstakken, namelijk het handelsrecht en het
economisch recht.
HANDELSRECHT = de rechtsregelen die van toepassing zijn op commerciële
verrichtingen, of daden van koophandel, en o handelaars. Het is een aanvulling van
het burgerlijk recht. Het is de tak van het gemeenrechtelijk privaatrecht die
specifieke regelen behelst van toepassing op handelaars. Het houdt zich bezig met de
geboorte, de basisvereisten, het bestaan en het overlijden van een handelaar.
▪
VENNOOTSCHAPSRECHT = heeft ook betrekking op niet-handelaren of
vennootschappen. Indien men een handelsactiviteit verricht onder de vorm
van een vennootschap moet men ook met deze regels rekening houden.
ECONOMISCH RECHT = de rechtsregels van zowel publiek recht als privaatrecht die er
specifiek toe strekken de economische activiteit te organiseren met het oog op het
verwezenlijken van een economische ordening en van een economisch
sturingsbeleid. Het is niet geschreven voor handelaren, maar voor ondernemingen.
Deze term kan veel ruimer geïnterpreteerd worden.
2. Daden van koophandel, handelaar, handelsvennootschap en handelszaak
2.1. Daden van koophandel
OBJECTIEVE DADEN VAN KOOPHANDEL = worden opgesomd in art. 2 en 3 van het wetboek van
Koophandel. Het zijn objectieve daden omdat ze door de wet worden vastgelegd. Indien
men aan één van de daden voldoet, die hier worden opgesomd, is men een handelaar.
De daden van koophandel uit art. 3 van het wetboek van Koophandel hebben betrekking op
de wereld van zee- en binnenvaart.
Daden van koophandel uit art.2 van het wetboek van Koophandel:
1. “Elke aankoop van voedingsmiddelen en koopwaren om die verder te verkopen, al
dan niet na bewerking of verwerking.”
Als je koopwaren of voedingswaren aankoopt, met de bedoeling om deze
verder te verkopen, dan is men handelaar.
vb. een schoenwinkel gaat schoenen aankopen met de bedoeling om deze
schoenen te verkopen aan zijn klanten.
2. “Elke aankoop van voedingsmiddelen en koopwaren om het gebruik ervan te
verhuren, al dan niet na bewerking of verwerking.”
Men gaat iets aankopen met de bedoeling om het later te verhuren.
vb. een bedrijf op de dijk zal fietsen en go-cars aankopen om ze dan te
verhuren aan mensen die geïnteresseerd zijn.
,3. “Elke verkoop die het gevolg is van een aankoop bedoeld onder nummer 1.”
De verkopen die voortkomen uit de aankoop van de oorspronkelijke waren.
vb. een schoenwinkel gaat eerst de schoenen effectief aankopen om ze
dan door te verkopen aan de consument.
4. “Elke verhuring die het gevolg is van een aankoop bedoeld onder nummer 2.”
Het verhuren dat het gevolg is van de 2de daad van koophandel.
vb. men gaat aankopen met de bedoeling om de goederen verder te
verhuren, maar men verhuurt de waren ook daadwerkelijk.
5. “Elke huur van roerende goederen om die in onderhuur te geven.”
vb. een videotheek die video’s huurt van een productiemaatschappij om
ze dan door te verhuren aan de consument.
6. “Elke onderverhuring die het gevolg is van een huur bedoeld in nummer 5.”
vb. een videotheek die video’s huurt met de bedoeling om deze te
verhuren aan de consument, maar men gaat de koopwaren ook
daadwerkelijk verhuren.
7. “Elk in hoofdzaak materieel werk verricht ingevolge een huur van diensten, zodra het,
zelfs op bijkomstige wijze gepaard gaat met de levering van koopwaar.”
Het gaat om het leveren van materieel werk tegen betaling. Dit gebeurt aan
de hand van een aannemingsovereenkomst. Men bedoelt hiermee dat de
arbeid die geleverd wordt tegen betaling, gepaard gaat met het leveren van
koopwaren om de arbeid te kunnen uitvoeren.
vb. een kapper levert materieel werk, maar de prestatie gaat ook gepaard
met de levering van koopwaar. De kapper levert echter ook de
shampoo en alle andere producten die men nodig heeft.
8. “Elke aankoop van een handelszaak om die te exploiteren.”
Als iemand een winkel of een bedrijfsactiviteit overneemt, dan is het
overnemen van de bedrijfsactiviteit al een objectieve daad van koophandel.
9. “Alle verrichtingen van industriële ondernemingen, zelfs wanneer de ondernemer
slechts de voortbrengselen van zijn eigen grond verwerkt, en voor zover het een
verwerking betreft die normaal bij landbouwbedrijven behoort.”
Het gaat om het bewerken en verwerken van materiaal. Met het begrip
onderneming bedoelt men niet een bedrijf, maar enkel een daad die zich met
regelmaat voordoet. Er wordt een uitzondering gemaakt voor landbouw-
bedrijven omdat zij buiten het handelsrecht vallen.
vb. Unilever maakt van boter en mayonaise met het gebruik van boter.
10. “Alle verrichtingen van ondernemingen van openbare of private werken.”
Men bedoelt activiteiten die verricht worden door een aannemings-
overeenkomst, waarbij er geen verplichting moet zijn van de levering van
materiaal. Er wordt tegen een betaling materieel werk uitgevoerd.
vb. bouwbedrijven die openbare werken uitvoeren.
, 11. “Alle verrichtingen van ondernemingen van vervoer te land, te water of door de lucht
Het aanbieden of organiseren van vervoer is een objectieve daad van
koophandel, maar er moet een regelmaat inzitten.
vb. met de wagen naar school gaan en mensen oppikken.
12. “Alle verrichtingen van ondernemingen van leveringen.”
Daden die met regelmaat worden gesteld. Het gaat om het leveren van
goederen en diensten op periodieke tijdstippen tegen betaling.
vb. een firma die brandstof levert, zal dit op periodieke tijdstippen tegen
betaling doen.
13. “Alle verrichtingen van ondernemingen van zaakwaarneming of zaakbezorging.”
Men gaat tegen betaling de belangen van derden waarnemen.
vb. een huwelijksbureau zoekt de ideale partner.
14. “Alle verrichtingen van ondernemingen van openbare verkoping (roerend).”
vb. veilinghuizen verkopen roerende zaken met regelmaat.
15. “Alle verrichtingen van ondernemingen van openbare schouwspelen.”
Het aanbieden van ontspanning op regelmatige tijdstippen.
vb. de uitbating van een zwembad, een bioscoop of een sauna.
16. Alle verrichtingen van ondernemingen van premieverzekering.”
Men bedoelt de verzekeringsmaatschappijen. Deze staan in voor de dekking
van een risico tegen betaling, op regelmatige basis.
17. “Alle verbintenissen van handelsagenten voor het bemiddelen of afsluiten van
zaken.”
18. “Elke bank-, wissel-, commissie- of makelaarsverrichting.”
BANKVERRICHTINGEN = de activiteiten die normaal door de bank worden
aangeboden, zoals het aanvragen van een kluis, het geven van leningen etc.
WISSELVERRICHTINGEN = de omzetting van de ene munt in een andere munt.
19. “Alle verrichtingen van ondernemingen die tot doel hebben onroerende goederen te
kopen om ze weder te verkopen.”
Het gaat om het aankopen van onroerende goederen met de bedoeling om ze
verder te verkopen, op regelmatige tijdstippen.
vb. immobiliënkantoren vallen hier niet onder omdat ze niets aankopen.
20. “Alle verrichtingen van openbare banken.”
We verstaan hieronder de Nationale Bank van België.
21. “Alle verbintenissen uit wisselbrieven, mandaten, orderbriefjes, of ander order- of
toonderpapier.”
SUBJECTIEVE DADEN VAN KOOPHANDEL = daden die hun handelskarakter ontlenen aan de
hoedanigheid van de persoon die ze stelt. Wie handelaar is, verricht ook andere daden dan
door de wet als ‘daden van koophandel’ aangeduide handelingen, tenzij men kan bewijzen
dat de daad niets te maken heeft met de handelsactiviteit.
,Hoofdstuk 1: Algemene regelen
1. Handelsrecht en economisch recht
ONDERNEMINGSRECHT = bestaat uit twee rechtstakken, namelijk het handelsrecht en het
economisch recht.
HANDELSRECHT = de rechtsregelen die van toepassing zijn op commerciële
verrichtingen, of daden van koophandel, en o handelaars. Het is een aanvulling van
het burgerlijk recht. Het is de tak van het gemeenrechtelijk privaatrecht die
specifieke regelen behelst van toepassing op handelaars. Het houdt zich bezig met de
geboorte, de basisvereisten, het bestaan en het overlijden van een handelaar.
▪
VENNOOTSCHAPSRECHT = heeft ook betrekking op niet-handelaren of
vennootschappen. Indien men een handelsactiviteit verricht onder de vorm
van een vennootschap moet men ook met deze regels rekening houden.
ECONOMISCH RECHT = de rechtsregels van zowel publiek recht als privaatrecht die er
specifiek toe strekken de economische activiteit te organiseren met het oog op het
verwezenlijken van een economische ordening en van een economisch
sturingsbeleid. Het is niet geschreven voor handelaren, maar voor ondernemingen.
Deze term kan veel ruimer geïnterpreteerd worden.
2. Daden van koophandel, handelaar, handelsvennootschap en handelszaak
2.1. Daden van koophandel
OBJECTIEVE DADEN VAN KOOPHANDEL = worden opgesomd in art. 2 en 3 van het wetboek van
Koophandel. Het zijn objectieve daden omdat ze door de wet worden vastgelegd. Indien
men aan één van de daden voldoet, die hier worden opgesomd, is men een handelaar.
De daden van koophandel uit art. 3 van het wetboek van Koophandel hebben betrekking op
de wereld van zee- en binnenvaart.
Daden van koophandel uit art.2 van het wetboek van Koophandel:
1. “Elke aankoop van voedingsmiddelen en koopwaren om die verder te verkopen, al
dan niet na bewerking of verwerking.”
Als je koopwaren of voedingswaren aankoopt, met de bedoeling om deze
verder te verkopen, dan is men handelaar.
vb. een schoenwinkel gaat schoenen aankopen met de bedoeling om deze
schoenen te verkopen aan zijn klanten.
2. “Elke aankoop van voedingsmiddelen en koopwaren om het gebruik ervan te
verhuren, al dan niet na bewerking of verwerking.”
Men gaat iets aankopen met de bedoeling om het later te verhuren.
vb. een bedrijf op de dijk zal fietsen en go-cars aankopen om ze dan te
verhuren aan mensen die geïnteresseerd zijn.
,3. “Elke verkoop die het gevolg is van een aankoop bedoeld onder nummer 1.”
De verkopen die voortkomen uit de aankoop van de oorspronkelijke waren.
vb. een schoenwinkel gaat eerst de schoenen effectief aankopen om ze
dan door te verkopen aan de consument.
4. “Elke verhuring die het gevolg is van een aankoop bedoeld onder nummer 2.”
Het verhuren dat het gevolg is van de 2de daad van koophandel.
vb. men gaat aankopen met de bedoeling om de goederen verder te
verhuren, maar men verhuurt de waren ook daadwerkelijk.
5. “Elke huur van roerende goederen om die in onderhuur te geven.”
vb. een videotheek die video’s huurt van een productiemaatschappij om
ze dan door te verhuren aan de consument.
6. “Elke onderverhuring die het gevolg is van een huur bedoeld in nummer 5.”
vb. een videotheek die video’s huurt met de bedoeling om deze te
verhuren aan de consument, maar men gaat de koopwaren ook
daadwerkelijk verhuren.
7. “Elk in hoofdzaak materieel werk verricht ingevolge een huur van diensten, zodra het,
zelfs op bijkomstige wijze gepaard gaat met de levering van koopwaar.”
Het gaat om het leveren van materieel werk tegen betaling. Dit gebeurt aan
de hand van een aannemingsovereenkomst. Men bedoelt hiermee dat de
arbeid die geleverd wordt tegen betaling, gepaard gaat met het leveren van
koopwaren om de arbeid te kunnen uitvoeren.
vb. een kapper levert materieel werk, maar de prestatie gaat ook gepaard
met de levering van koopwaar. De kapper levert echter ook de
shampoo en alle andere producten die men nodig heeft.
8. “Elke aankoop van een handelszaak om die te exploiteren.”
Als iemand een winkel of een bedrijfsactiviteit overneemt, dan is het
overnemen van de bedrijfsactiviteit al een objectieve daad van koophandel.
9. “Alle verrichtingen van industriële ondernemingen, zelfs wanneer de ondernemer
slechts de voortbrengselen van zijn eigen grond verwerkt, en voor zover het een
verwerking betreft die normaal bij landbouwbedrijven behoort.”
Het gaat om het bewerken en verwerken van materiaal. Met het begrip
onderneming bedoelt men niet een bedrijf, maar enkel een daad die zich met
regelmaat voordoet. Er wordt een uitzondering gemaakt voor landbouw-
bedrijven omdat zij buiten het handelsrecht vallen.
vb. Unilever maakt van boter en mayonaise met het gebruik van boter.
10. “Alle verrichtingen van ondernemingen van openbare of private werken.”
Men bedoelt activiteiten die verricht worden door een aannemings-
overeenkomst, waarbij er geen verplichting moet zijn van de levering van
materiaal. Er wordt tegen een betaling materieel werk uitgevoerd.
vb. bouwbedrijven die openbare werken uitvoeren.
, 11. “Alle verrichtingen van ondernemingen van vervoer te land, te water of door de lucht
Het aanbieden of organiseren van vervoer is een objectieve daad van
koophandel, maar er moet een regelmaat inzitten.
vb. met de wagen naar school gaan en mensen oppikken.
12. “Alle verrichtingen van ondernemingen van leveringen.”
Daden die met regelmaat worden gesteld. Het gaat om het leveren van
goederen en diensten op periodieke tijdstippen tegen betaling.
vb. een firma die brandstof levert, zal dit op periodieke tijdstippen tegen
betaling doen.
13. “Alle verrichtingen van ondernemingen van zaakwaarneming of zaakbezorging.”
Men gaat tegen betaling de belangen van derden waarnemen.
vb. een huwelijksbureau zoekt de ideale partner.
14. “Alle verrichtingen van ondernemingen van openbare verkoping (roerend).”
vb. veilinghuizen verkopen roerende zaken met regelmaat.
15. “Alle verrichtingen van ondernemingen van openbare schouwspelen.”
Het aanbieden van ontspanning op regelmatige tijdstippen.
vb. de uitbating van een zwembad, een bioscoop of een sauna.
16. Alle verrichtingen van ondernemingen van premieverzekering.”
Men bedoelt de verzekeringsmaatschappijen. Deze staan in voor de dekking
van een risico tegen betaling, op regelmatige basis.
17. “Alle verbintenissen van handelsagenten voor het bemiddelen of afsluiten van
zaken.”
18. “Elke bank-, wissel-, commissie- of makelaarsverrichting.”
BANKVERRICHTINGEN = de activiteiten die normaal door de bank worden
aangeboden, zoals het aanvragen van een kluis, het geven van leningen etc.
WISSELVERRICHTINGEN = de omzetting van de ene munt in een andere munt.
19. “Alle verrichtingen van ondernemingen die tot doel hebben onroerende goederen te
kopen om ze weder te verkopen.”
Het gaat om het aankopen van onroerende goederen met de bedoeling om ze
verder te verkopen, op regelmatige tijdstippen.
vb. immobiliënkantoren vallen hier niet onder omdat ze niets aankopen.
20. “Alle verrichtingen van openbare banken.”
We verstaan hieronder de Nationale Bank van België.
21. “Alle verbintenissen uit wisselbrieven, mandaten, orderbriefjes, of ander order- of
toonderpapier.”
SUBJECTIEVE DADEN VAN KOOPHANDEL = daden die hun handelskarakter ontlenen aan de
hoedanigheid van de persoon die ze stelt. Wie handelaar is, verricht ook andere daden dan
door de wet als ‘daden van koophandel’ aangeduide handelingen, tenzij men kan bewijzen
dat de daad niets te maken heeft met de handelsactiviteit.