Samenvatting: Klinische
Pathologie(deel 2) voor
operatieassistenten!
Vraag 1:
Wat is het belangrijkste verschil tussen acute en chronische ontsteking?
a) Acute ontsteking heeft geen duidelijke symptomen, terwijl chronische ontsteking altijd pijn
veroorzaakt.
b) Acute ontsteking is een kortdurende respons op schade, terwijl chronische ontsteking langer
aanhoudt en resulteert in weefselschade.
c) Chronische ontsteking komt altijd voor na een infectie, terwijl acute ontsteking dat niet doet.
d) Acute ontsteking veroorzaakt geen roodheid, terwijl chronische ontsteking dat wel doet.
Antwoord: b) Acute ontsteking is een kortdurende respons op schade, terwijl chronische
ontsteking langer aanhoudt en resulteert in weefselschade.
Rationale: Acute ontsteking is een vroege, snel opkomende reactie van het lichaam op
weefselschade, vaak gekenmerkt door zwelling, roodheid en pijn. Chronische ontsteking is
langdurig en kan leiden tot blijvende weefselschade en littekenvorming als gevolg van een
aanhoudende immuunrespons.
Vraag 2:
Wat is een van de belangrijkste complicaties bij wondgenezing na een operatie?
a) Hyperthyreoïdie
b) Dehiscentie van de wond
c) Verhoogde bloedsuikerspiegel
d) Hypovolemie
Antwoord: b) Dehiscentie van de wond
Rationale: Dehiscentie van de wond verwijst naar het openbreken van een chirurgische wond,
wat een ernstige complicatie kan zijn bij de wondgenezing. Dit kan leiden tot infectie of hernia's
,en vereist vaak een tweede operatie. Factoren zoals infectie, verhoogde spanning op de wond,
en slechte voedingsstatus kunnen bijdragen aan deze complicatie.
Vraag 3:
Welke fase van wondgenezing wordt gekenmerkt door de vorming van nieuw weefsel en
bloedvaten?
a) Inflammatiefase
b) Proliferatiefase
c) Remodelingfase
d) Hemostasefase
Antwoord: b) Proliferatiefase
Rationale: De proliferatiefase is de fase waarin nieuw weefsel (granulatieweefsel) en
bloedvaten worden gevormd om de wond te herstellen. Dit vindt plaats na de inflammatiefase,
waarin het lichaam zich concentreert op het verwijderen van beschadigde cellen en
pathogenen.
Vraag 4:
Waarom is het belangrijk om postoperatieve infecties vroegtijdig te herkennen bij
patiënten?
a) Om de patiënt comfortabel te houden
b) Om antibiotica onnodig gebruik te vermijden
c) Om te voorkomen dat infecties zich verspreiden en tot systemische complicaties zoals sepsis
leiden
d) Om te voorkomen dat de wond opnieuw moet worden gesloten
Antwoord: c) Om te voorkomen dat infecties zich verspreiden en tot systemische complicaties
zoals sepsis leiden
Rationale: Een postoperatieve infectie kan leiden tot ernstige complicaties zoals sepsis, een
levensbedreigende systemische infectie. Vroege herkenning van tekenen zoals koorts, roodheid
en zwelling rond de wond kan snelle behandeling met antibiotica en andere interventies
mogelijk maken, wat levensreddend kan zijn.
Vraag 5:
Wat is een belangrijk kenmerk van maligne tumoren in vergelijking met benigne
tumoren?
,a) Maligne tumoren groeien langzaam en blijven beperkt tot één gebied.
b) Maligne tumoren hebben het vermogen om te metastaseren en nabijgelegen weefsels binnen
te dringen.
c) Benigne tumoren hebben vaak een abnormaal celtype en groeien invasief.
d) Benigne tumoren kunnen door het hele lichaam metastaseren.
Antwoord: b) Maligne tumoren hebben het vermogen om te metastaseren en nabijgelegen
weefsels binnen te dringen.
Rationale: Maligne tumoren, zoals kanker, kunnen omliggende weefsels binnendringen en zich
via het bloed of lymfestelsel naar andere delen van het lichaam verspreiden (metastaseren). Dit
is wat hen gevaarlijker maakt dan benigne (goedaardige) tumoren, die meestal niet verspreiden
of omliggende weefsels binnendringen.
Vraag 6:
Welke factor heeft de grootste invloed op de snelheid van wondgenezing?
a) Leeftijd van de patiënt
b) Diepte van de incisie
c) Voedingstoestand van de patiënt
d) Gebruik van antibiotica
Antwoord: c) Voedingstoestand van de patiënt
Rationale: Een goede voedingstoestand is cruciaal voor effectieve wondgenezing.
Voedingsstoffen zoals eiwitten, vitamines (zoals vitamine C), en mineralen (zoals zink) zijn
essentieel voor de synthese van collageen en andere weefselstructuren. Een slechte
voedingstoestand kan de genezing vertragen en het risico op complicaties verhogen.
Vraag 7:
Welke van de volgende aandoeningen verhoogt het risico op postoperatieve trombose
het meest?
a) Diabetes
b) Hypertensie
c) Obesitas
d) COPD
Antwoord: c) Obesitas
Rationale: Obesitas is een van de belangrijkste risicofactoren voor trombose (bloedstolsels),
vooral na operaties. Dit komt door de verhoogde druk op de bloedsomloop en de verminderde
mobiliteit, wat kan leiden tot vertraagde bloedstroom en de vorming van stolsels.
, Vraag 8:
Welk type weefsel reageert het snelst op chirurgische schade?
a) Zenuwweefsel
b) Huidweefsel
c) Spierweefsel
d) Kraakbeen
Antwoord: b) Huidweefsel
Rationale: Huidweefsel heeft een relatief hoog regeneratievermogen en herstelt sneller dan
andere soorten weefsels zoals zenuwweefsel of kraakbeen, die langzamer genezen en
moeilijker herstellen na schade.
Vraag 9:
Wat is een kenmerk van sepsis tijdens of na een operatie?
a) Koorts, versnelde hartslag en lage bloeddruk
b) Vertraagde hartslag en verhoogde bloeddruk
c) Alleen verhoogde lichaamstemperatuur
d) Geen symptomen totdat de patiënt hersteld is
Antwoord: a) Koorts, versnelde hartslag en lage bloeddruk
Rationale: Sepsis is een ernstige, levensbedreigende systemische infectie die wordt
gekenmerkt door symptomen zoals koorts, tachycardie (versnelde hartslag), en hypotensie
(lage bloeddruk). Het vereist onmiddellijke medische interventie om multiorgaanfalen te
voorkomen.
Vraag 10:
Waarom is het belangrijk om preoperatief de stollingsstatus van de patiënt te
beoordelen?
a) Om het risico op postoperatieve infectie te minimaliseren
b) Om de kans op bloedverlies tijdens de operatie te beperken
c) Om de herstelperiode te verkorten
d) Om ervoor te zorgen dat de anesthesie goed werkt
Antwoord: b) Om de kans op bloedverlies tijdens de operatie te beperken
Rationale: De stollingsstatus van een patiënt moet vóór de operatie worden gecontroleerd om
het risico op overmatig bloedverlies tijdens de ingreep te minimaliseren. Stollingsstoornissen
kunnen leiden tot ernstige complicaties, zoals bloedingen tijdens en na de operatie.
Pathologie(deel 2) voor
operatieassistenten!
Vraag 1:
Wat is het belangrijkste verschil tussen acute en chronische ontsteking?
a) Acute ontsteking heeft geen duidelijke symptomen, terwijl chronische ontsteking altijd pijn
veroorzaakt.
b) Acute ontsteking is een kortdurende respons op schade, terwijl chronische ontsteking langer
aanhoudt en resulteert in weefselschade.
c) Chronische ontsteking komt altijd voor na een infectie, terwijl acute ontsteking dat niet doet.
d) Acute ontsteking veroorzaakt geen roodheid, terwijl chronische ontsteking dat wel doet.
Antwoord: b) Acute ontsteking is een kortdurende respons op schade, terwijl chronische
ontsteking langer aanhoudt en resulteert in weefselschade.
Rationale: Acute ontsteking is een vroege, snel opkomende reactie van het lichaam op
weefselschade, vaak gekenmerkt door zwelling, roodheid en pijn. Chronische ontsteking is
langdurig en kan leiden tot blijvende weefselschade en littekenvorming als gevolg van een
aanhoudende immuunrespons.
Vraag 2:
Wat is een van de belangrijkste complicaties bij wondgenezing na een operatie?
a) Hyperthyreoïdie
b) Dehiscentie van de wond
c) Verhoogde bloedsuikerspiegel
d) Hypovolemie
Antwoord: b) Dehiscentie van de wond
Rationale: Dehiscentie van de wond verwijst naar het openbreken van een chirurgische wond,
wat een ernstige complicatie kan zijn bij de wondgenezing. Dit kan leiden tot infectie of hernia's
,en vereist vaak een tweede operatie. Factoren zoals infectie, verhoogde spanning op de wond,
en slechte voedingsstatus kunnen bijdragen aan deze complicatie.
Vraag 3:
Welke fase van wondgenezing wordt gekenmerkt door de vorming van nieuw weefsel en
bloedvaten?
a) Inflammatiefase
b) Proliferatiefase
c) Remodelingfase
d) Hemostasefase
Antwoord: b) Proliferatiefase
Rationale: De proliferatiefase is de fase waarin nieuw weefsel (granulatieweefsel) en
bloedvaten worden gevormd om de wond te herstellen. Dit vindt plaats na de inflammatiefase,
waarin het lichaam zich concentreert op het verwijderen van beschadigde cellen en
pathogenen.
Vraag 4:
Waarom is het belangrijk om postoperatieve infecties vroegtijdig te herkennen bij
patiënten?
a) Om de patiënt comfortabel te houden
b) Om antibiotica onnodig gebruik te vermijden
c) Om te voorkomen dat infecties zich verspreiden en tot systemische complicaties zoals sepsis
leiden
d) Om te voorkomen dat de wond opnieuw moet worden gesloten
Antwoord: c) Om te voorkomen dat infecties zich verspreiden en tot systemische complicaties
zoals sepsis leiden
Rationale: Een postoperatieve infectie kan leiden tot ernstige complicaties zoals sepsis, een
levensbedreigende systemische infectie. Vroege herkenning van tekenen zoals koorts, roodheid
en zwelling rond de wond kan snelle behandeling met antibiotica en andere interventies
mogelijk maken, wat levensreddend kan zijn.
Vraag 5:
Wat is een belangrijk kenmerk van maligne tumoren in vergelijking met benigne
tumoren?
,a) Maligne tumoren groeien langzaam en blijven beperkt tot één gebied.
b) Maligne tumoren hebben het vermogen om te metastaseren en nabijgelegen weefsels binnen
te dringen.
c) Benigne tumoren hebben vaak een abnormaal celtype en groeien invasief.
d) Benigne tumoren kunnen door het hele lichaam metastaseren.
Antwoord: b) Maligne tumoren hebben het vermogen om te metastaseren en nabijgelegen
weefsels binnen te dringen.
Rationale: Maligne tumoren, zoals kanker, kunnen omliggende weefsels binnendringen en zich
via het bloed of lymfestelsel naar andere delen van het lichaam verspreiden (metastaseren). Dit
is wat hen gevaarlijker maakt dan benigne (goedaardige) tumoren, die meestal niet verspreiden
of omliggende weefsels binnendringen.
Vraag 6:
Welke factor heeft de grootste invloed op de snelheid van wondgenezing?
a) Leeftijd van de patiënt
b) Diepte van de incisie
c) Voedingstoestand van de patiënt
d) Gebruik van antibiotica
Antwoord: c) Voedingstoestand van de patiënt
Rationale: Een goede voedingstoestand is cruciaal voor effectieve wondgenezing.
Voedingsstoffen zoals eiwitten, vitamines (zoals vitamine C), en mineralen (zoals zink) zijn
essentieel voor de synthese van collageen en andere weefselstructuren. Een slechte
voedingstoestand kan de genezing vertragen en het risico op complicaties verhogen.
Vraag 7:
Welke van de volgende aandoeningen verhoogt het risico op postoperatieve trombose
het meest?
a) Diabetes
b) Hypertensie
c) Obesitas
d) COPD
Antwoord: c) Obesitas
Rationale: Obesitas is een van de belangrijkste risicofactoren voor trombose (bloedstolsels),
vooral na operaties. Dit komt door de verhoogde druk op de bloedsomloop en de verminderde
mobiliteit, wat kan leiden tot vertraagde bloedstroom en de vorming van stolsels.
, Vraag 8:
Welk type weefsel reageert het snelst op chirurgische schade?
a) Zenuwweefsel
b) Huidweefsel
c) Spierweefsel
d) Kraakbeen
Antwoord: b) Huidweefsel
Rationale: Huidweefsel heeft een relatief hoog regeneratievermogen en herstelt sneller dan
andere soorten weefsels zoals zenuwweefsel of kraakbeen, die langzamer genezen en
moeilijker herstellen na schade.
Vraag 9:
Wat is een kenmerk van sepsis tijdens of na een operatie?
a) Koorts, versnelde hartslag en lage bloeddruk
b) Vertraagde hartslag en verhoogde bloeddruk
c) Alleen verhoogde lichaamstemperatuur
d) Geen symptomen totdat de patiënt hersteld is
Antwoord: a) Koorts, versnelde hartslag en lage bloeddruk
Rationale: Sepsis is een ernstige, levensbedreigende systemische infectie die wordt
gekenmerkt door symptomen zoals koorts, tachycardie (versnelde hartslag), en hypotensie
(lage bloeddruk). Het vereist onmiddellijke medische interventie om multiorgaanfalen te
voorkomen.
Vraag 10:
Waarom is het belangrijk om preoperatief de stollingsstatus van de patiënt te
beoordelen?
a) Om het risico op postoperatieve infectie te minimaliseren
b) Om de kans op bloedverlies tijdens de operatie te beperken
c) Om de herstelperiode te verkorten
d) Om ervoor te zorgen dat de anesthesie goed werkt
Antwoord: b) Om de kans op bloedverlies tijdens de operatie te beperken
Rationale: De stollingsstatus van een patiënt moet vóór de operatie worden gecontroleerd om
het risico op overmatig bloedverlies tijdens de ingreep te minimaliseren. Stollingsstoornissen
kunnen leiden tot ernstige complicaties, zoals bloedingen tijdens en na de operatie.