Vpb
WGR 4
Opdracht 1 – Een casus analyseren en uitwerken
Vis Holding is de Nederlandse moedermaatschappij in de overwegend Belgische visserij-
onderneming. In het verleden heeft Vis Holding een bedrag van dochtermaatschappij Zalm BVBA
geleend en daarmee een kapitaalstorting in dochtermaatschappij Makreel BVBA gefinancierd.
De belastingadviseur en de Nederlandse inspecteur van Vis Holding zijn verwikkeld in een discussie
over de renteaftrek ter zake van de geldlening over de jaren 2017 en 2018. De discussie spitst zich
toe op de toepassing van art. 10a Wet VPB 1969. Niet in geschil is dat sprake is van een besmette
rechtshandeling en dat (vanwege verliezen) geen sprake is van compenserende heffing bij Makreel
BVBA. Ook is geen sprake van een zakelijk motief ter zake van de rechtshandeling en de schuld. De
discussie gaat louter nog over de impact van de ontwikkelingen in de rechtspraak van het Hof van
Justitie inzake de per element-benadering en de invloed van het spoedreparatieregime.
Opdracht: beantwoord gemotiveerd onderstaande vragen.
a) Welke argumenten ziet u voor de stelling dat de rente in 2017 en 2018 aftrekbaar zou moeten
zijn (maximaal 200 woorden). Maakt het daarbij uit of met Zalm BVBA en/of Makreel BVBA een
fiscale eenheid mogelijk zou zijn geweest als deze vennootschappen in Nederland gevestigd
zouden zijn geweest? Dus vanuit het standpunt van de belastingadviseur.
b) Welke argumenten ziet u voor de stelling dat de rente in 2017 en 2018 niet aftrekbaar zou
moeten zijn (maximaal 200 woorden). Maakt het daarbij uit of met Zalm BVBA en/of Makreel
BVBA een fiscale eenheid mogelijk zou zijn geweest als deze vennootschappen in Nederland
gevestigd zouden zijn geweest? Dus vanuit het standpunt van de inspecteur.
Waarom zou de rente aftrekbaar moeten zijn? Hier moet je eigenlijk kijken vanuit
belastingadviseursstandpunt. Dus met een per-elementstelling. We moeten een variantie
aanbrengen tussen 2017 en 2018, dus we hebben twee scenario’s. Het belang van Vis in Makreel is
WGR 4
Opdracht 1 – Een casus analyseren en uitwerken
Vis Holding is de Nederlandse moedermaatschappij in de overwegend Belgische visserij-
onderneming. In het verleden heeft Vis Holding een bedrag van dochtermaatschappij Zalm BVBA
geleend en daarmee een kapitaalstorting in dochtermaatschappij Makreel BVBA gefinancierd.
De belastingadviseur en de Nederlandse inspecteur van Vis Holding zijn verwikkeld in een discussie
over de renteaftrek ter zake van de geldlening over de jaren 2017 en 2018. De discussie spitst zich
toe op de toepassing van art. 10a Wet VPB 1969. Niet in geschil is dat sprake is van een besmette
rechtshandeling en dat (vanwege verliezen) geen sprake is van compenserende heffing bij Makreel
BVBA. Ook is geen sprake van een zakelijk motief ter zake van de rechtshandeling en de schuld. De
discussie gaat louter nog over de impact van de ontwikkelingen in de rechtspraak van het Hof van
Justitie inzake de per element-benadering en de invloed van het spoedreparatieregime.
Opdracht: beantwoord gemotiveerd onderstaande vragen.
a) Welke argumenten ziet u voor de stelling dat de rente in 2017 en 2018 aftrekbaar zou moeten
zijn (maximaal 200 woorden). Maakt het daarbij uit of met Zalm BVBA en/of Makreel BVBA een
fiscale eenheid mogelijk zou zijn geweest als deze vennootschappen in Nederland gevestigd
zouden zijn geweest? Dus vanuit het standpunt van de belastingadviseur.
b) Welke argumenten ziet u voor de stelling dat de rente in 2017 en 2018 niet aftrekbaar zou
moeten zijn (maximaal 200 woorden). Maakt het daarbij uit of met Zalm BVBA en/of Makreel
BVBA een fiscale eenheid mogelijk zou zijn geweest als deze vennootschappen in Nederland
gevestigd zouden zijn geweest? Dus vanuit het standpunt van de inspecteur.
Waarom zou de rente aftrekbaar moeten zijn? Hier moet je eigenlijk kijken vanuit
belastingadviseursstandpunt. Dus met een per-elementstelling. We moeten een variantie
aanbrengen tussen 2017 en 2018, dus we hebben twee scenario’s. Het belang van Vis in Makreel is