Samenvatting hoofdstuk 3 bestuursrecht
De kant van de overheid zijn de bestuursorganen en hun tegenspelers zijn de belanghebbende.
De overheid is een verzameling van organen, personen, instellingen, organisaties en diensten.
Gedecentraliseerde eenheidsstaat:
Centraal geregeerde staat met onderdelen zoals provincies en gemeenten. Die bezitten een eigen
bestuursorganisatie en zelfstandigheid.
Territoriale decentralisatie: naast de regering en het parlement zijn er organen die voor een bepaald
territorium een algemene bevoegdheid hebben gekregen tot het vaststellen van algemeen
verbindende voorschriften of andere beslissingen.
Functionele decentralisatie: de wetgever heeft in dat kader bestuursorganen ingesteld die alleen
bevoegd zijn beslissingen te nemen voor enkele in de wet omschreven terreinen of functies.
Waterschap heeft territoriale en functionele decentralisatie, omdat een waterschap is belast met de
waterstaatkundige verzorging en van waterstaatsaangelegenheden.
Een nadeel van een decentralisatie is dat een democratische controle een probleem kan worden. Een
bestuursorgaan niet wordt gekozen of niet kan worden gedwongen om politieke verantwoording af
te leggen aan een wel gekozen orgaan.
Openbare lichamen:
Een aantal organen dat gezamenlijk een gemeenschapsverband vormt. Is een staatsrechtelijk begrip.
Territoriale openbare lichamen: de belangrijkste openbare lichamen, staat, provincie, gemeente.
Functionele openbare lichamen: orde van advocaten, het gaat hier om een orde of instituut van een
bepaalde beroepsgroep, dat met een regelgevende bevoegdheid is belast.
Alle openbare lichamen hebben een rechtspersoonlijkheid en dat betekent dat ze kunnen deelnemen
aan het privaatrechtelijke rechtsverkeer.
Als rechtspersonen volgens (publiekrechtelijke) wetten zijn ingesteld en daaraan hun
rechtspersoonlijkheid ontlenen, spreken we van publiekrechtelijke rechtspersonen.
Omdat hun rechtspersoonlijkheid uitsluitend uit de bijzondere wet volgt, worden zij ook wel
rechtspersonen ‘’sui generis’’ genoemd. Hierdoor zijn ze te onderscheiden van privaatrechtelijke
rechtspersonen. (vennootschappen, stichting en vereniging)
De kant van de overheid zijn de bestuursorganen en hun tegenspelers zijn de belanghebbende.
De overheid is een verzameling van organen, personen, instellingen, organisaties en diensten.
Gedecentraliseerde eenheidsstaat:
Centraal geregeerde staat met onderdelen zoals provincies en gemeenten. Die bezitten een eigen
bestuursorganisatie en zelfstandigheid.
Territoriale decentralisatie: naast de regering en het parlement zijn er organen die voor een bepaald
territorium een algemene bevoegdheid hebben gekregen tot het vaststellen van algemeen
verbindende voorschriften of andere beslissingen.
Functionele decentralisatie: de wetgever heeft in dat kader bestuursorganen ingesteld die alleen
bevoegd zijn beslissingen te nemen voor enkele in de wet omschreven terreinen of functies.
Waterschap heeft territoriale en functionele decentralisatie, omdat een waterschap is belast met de
waterstaatkundige verzorging en van waterstaatsaangelegenheden.
Een nadeel van een decentralisatie is dat een democratische controle een probleem kan worden. Een
bestuursorgaan niet wordt gekozen of niet kan worden gedwongen om politieke verantwoording af
te leggen aan een wel gekozen orgaan.
Openbare lichamen:
Een aantal organen dat gezamenlijk een gemeenschapsverband vormt. Is een staatsrechtelijk begrip.
Territoriale openbare lichamen: de belangrijkste openbare lichamen, staat, provincie, gemeente.
Functionele openbare lichamen: orde van advocaten, het gaat hier om een orde of instituut van een
bepaalde beroepsgroep, dat met een regelgevende bevoegdheid is belast.
Alle openbare lichamen hebben een rechtspersoonlijkheid en dat betekent dat ze kunnen deelnemen
aan het privaatrechtelijke rechtsverkeer.
Als rechtspersonen volgens (publiekrechtelijke) wetten zijn ingesteld en daaraan hun
rechtspersoonlijkheid ontlenen, spreken we van publiekrechtelijke rechtspersonen.
Omdat hun rechtspersoonlijkheid uitsluitend uit de bijzondere wet volgt, worden zij ook wel
rechtspersonen ‘’sui generis’’ genoemd. Hierdoor zijn ze te onderscheiden van privaatrechtelijke
rechtspersonen. (vennootschappen, stichting en vereniging)