HELMA BROUWERS
HOOFDSTUK 3
, Hoofdstuk 3- Het belang van spel voor de
ontwikkeling van jonge kinderen
3.1 Wat is spel?
Activiteiten waarbij alle mogelijkheden van ter voren vastgelegd of bekend zijn en
waarvan het verloop dus voorspelbaar is, moeten buiten het begrip “spel’’ vallen. Met
spel moeten kinderen alle kanten uit kunnen gaan., kinderen moeten creativiteit en
fantasie kwijt kunnen. Spel heeft de volgens ontwikkelingspsycholoog Kohnstamm de
volgende kenmerken:
Als een kind speelt, moet dit zonder een speciaal doel zijn. Als een kind
gericht is op het bereiken van een resultaat, kan dit niet tot spelen gerekend
worden.
Bij het spelen is een kind actief.
Een spelend kind heeft plezier in wat hij doet.
Bij het spelen is een kind vrijwillig bezig. Je kunt spel wel stimuleren, maar het
moet door het kind, van binnenuit, aan de gang gehouden worden.
Bij sommige bezigheden is sprake van een of meerdere van deze kenmerken, maar
alleen een activiteit die alle 4 beschikt, mag tot spel gerekend worden.
Onderwijskundige Janssen-Vos is het niet eens dat spelen zonder doel moet zijn. Ze
voegt hier enkele kenmerken aan toe:
Kinderen geven bij spel zelf betekenis aan materialen en middelen.
Spel kent niet alleen vrijheid van handelen, maar ook regels die kinderen zelf
maken en die voortkomen aan hoe het in de werkelijkheid hoort.
Spel is een open, flexibele activiteit waarbij de nadruk ligt op het proces, niet
op een vast omschreven product.
Kohnstamm rekent activiteiten die tot een resultaat moeten leiden niet tot spel, bij
Janssen-Vos vallen ze wel onder spel, mits het kind er een eigen betekenis aan geeft
en de eigen bedoelingen mag volgen. Langeveld maakt hierbij een onderscheid
tussen doelvrije en doelloze activiteiten. Het spel kenmerkt zich volgens hem in
doelvrijheid en niet in doelloosheid.
Al spelend doen we dingen die alleen voor onszelf van belang zijn en creëren we een
wereld die voldoet aan onze eigen maatstaven. In die wereld bepaalt de speler, in
overleg met zijn medespelers, wat er gebeurt en hoe het gebeurt.
3.2 Spel in de gevarenzone?
Kiezen voor het jonge kind
Helma Brouwers