Kinderoncologie websites
Acute lymfatische leukemie (ALL)
Acute lymfatische leukemie (ALL) is de meest voorkomende vorm van kinderkanker. In
Nederland krijgen elk jaar ongeveer 120 kinderen ALL. ALL komt voor bij kinderen van alle
leeftijden, met een piek rond het derde en vierde levensjaar. Bij acute lymfatische leukemie
is er sprake van een ongeremde deling en groei van lymfocyten, een bepaald soort witte
bloedcellen. Daardoor is er geen ruimte meer voor de aanmaak van gezonde bloedcellen.
Klachten bij deze ziekte
Door een tekort aan gezonde witte bloedcellen kunnen de kinderen last hebben van steeds
terugkerende infecties en koorts. De verminderde aanmaak van rode bloedcellen heeft
bloedarmoede tot gevolg, waardoor de kinderen bleek gaan zien en zich vaak moe en
lamlendig voelen. Bloedneuzen, snel optredende blauwe plekken, kleine puntvormige
paarsrode plekjes en lang nabloedende wondjes zijn het gevolg van een tekort aan
bloedplaatjes. Veel kinderen met leukemie hebben last van botpijnen. Dat komt omdat de
druk in het beenmerg groot is en de onrijpe bloedcellen het botvlies prikkelen. Ten slotte kan
er sprake zijn van opgezette lymfeklieren en een vergrote lever of milt.
Hoe stellen we de diagnose?
Soms kan de diagnose leukemie door bloedonderzoek worden gesteld maar in de meeste
gevallen moet ook beenmerg en hersenvocht worden afgenomen. Dit gebeurt onder een
lichte narcose.
Behandeling van ALL
Kinderen met ALL worden volgens een landelijk protocol behandeld. De behandeling bestaat
(altijd) uit combinaties van medicijnen die de celdeling remmen (chemotherapie) en duurt
ongeveer twee of drie jaar. Het eerste deel van de behandeling, ruim 7 maanden is het
meest intensief. De intensiteit van de behandeling is afhankelijk van de snelheid waarmee
de leukemie op de behandeling reageert en van bepaalde moleculaire veranderingen in de
leukemiecellen. De meeste kinderen moeten twee jaar lang wekelijks naar het ziekenhuis
voor chemotherapie.
Kinderen met ALL die in een hoog-risicogroep zitten, komen in aanmerking voor een
allogene stamceltransplantatie. Dat is een transplantatie met stamcellen uit het beenmerg,
de navelstreng of het bloed van een gezonde donor.
Acute lymfatische leukemie (ALL)
Acute lymfatische leukemie (ALL) is de meest voorkomende vorm van kinderkanker. In
Nederland krijgen elk jaar ongeveer 120 kinderen ALL. ALL komt voor bij kinderen van alle
leeftijden, met een piek rond het derde en vierde levensjaar. Bij acute lymfatische leukemie
is er sprake van een ongeremde deling en groei van lymfocyten, een bepaald soort witte
bloedcellen. Daardoor is er geen ruimte meer voor de aanmaak van gezonde bloedcellen.
Klachten bij deze ziekte
Door een tekort aan gezonde witte bloedcellen kunnen de kinderen last hebben van steeds
terugkerende infecties en koorts. De verminderde aanmaak van rode bloedcellen heeft
bloedarmoede tot gevolg, waardoor de kinderen bleek gaan zien en zich vaak moe en
lamlendig voelen. Bloedneuzen, snel optredende blauwe plekken, kleine puntvormige
paarsrode plekjes en lang nabloedende wondjes zijn het gevolg van een tekort aan
bloedplaatjes. Veel kinderen met leukemie hebben last van botpijnen. Dat komt omdat de
druk in het beenmerg groot is en de onrijpe bloedcellen het botvlies prikkelen. Ten slotte kan
er sprake zijn van opgezette lymfeklieren en een vergrote lever of milt.
Hoe stellen we de diagnose?
Soms kan de diagnose leukemie door bloedonderzoek worden gesteld maar in de meeste
gevallen moet ook beenmerg en hersenvocht worden afgenomen. Dit gebeurt onder een
lichte narcose.
Behandeling van ALL
Kinderen met ALL worden volgens een landelijk protocol behandeld. De behandeling bestaat
(altijd) uit combinaties van medicijnen die de celdeling remmen (chemotherapie) en duurt
ongeveer twee of drie jaar. Het eerste deel van de behandeling, ruim 7 maanden is het
meest intensief. De intensiteit van de behandeling is afhankelijk van de snelheid waarmee
de leukemie op de behandeling reageert en van bepaalde moleculaire veranderingen in de
leukemiecellen. De meeste kinderen moeten twee jaar lang wekelijks naar het ziekenhuis
voor chemotherapie.
Kinderen met ALL die in een hoog-risicogroep zitten, komen in aanmerking voor een
allogene stamceltransplantatie. Dat is een transplantatie met stamcellen uit het beenmerg,
de navelstreng of het bloed van een gezonde donor.