Hoofdstuk 11 en 12: het Modernisme
Modernisme
- Interbellum (periode tussen twee wereldoorlogen).
- Bestaande regels en uitgangspunten worden overboord gezet → op zoek naar nieuwe
uitgangspunten.
- Vrouwen gaan werken want mannen voeren oorlog.
- Te weinig verpleging → werk voor vrouwen.
- Gevoel van melancholie (depressieve kijk op het verleden, onvervuld verlangen).
- Stromen lopen door elkaar → kunstenaars “mengen” stromingen.
- Internationale avant-garde zoekt voortdurend de confrontatie en maakt zich los van de
maatschappij.
- Interesse in psychologie neemt toe.
- Meer belangstelling voor culturen en volken buiten Europa → kunstenaars reizen veel.
‘Waarom zouden we doen wat we altijd doen als het alleen maar tot oorlog leidt?”
Muziek
- Atonaal
- Niet meer traditioneel → geen periodisering.
- Geen akkoordbouw of structuur, vorm wordt losgelaten.
- Veel gebruik van dissonanten.
- Geen duidelijke maatsoort.
- Soms ontbreekt de melodie.
- Atmosferisch en sfeer vorming, van de hak op de tak.
- Grote contrasten in volume en dynamiek.
Arnold Schönberg → breekt met de regels van de klassieke harmonieleer (wordt voorgeschreven
welke tonen uit het octaaf gecombineerd kunnen worden en goed in het gehoor liggen).
Atonale muziek
- Combinaties van tonen die in harmonieleer niet zijn toegestaan.
- Klinkt voor de meesten ‘vals’ in de oren.
Twaalftoonsysteem: elke compositite is
gebaseerd op twaalf verschillende tonen,
componist bepaalt zelf hoe hij deze rangschikt.
Reeks van tonen wordt na elkaar of tegelijk
gebruikt, elke toon mag pas weer opnieuw als de
hele reeks is afgewerkt.
Sigmund Freud (psycholoog)
- De mens wordt in zijn gedrag gestuurd door het onderbewuste.
- Dromen onderzoek, hypnose, vrije associatie.
- Wat onze eigen ogen zien is niet altijd hetzelfde als de werkelijkheid.
Vassily Kandinsky (reactie op muziek van Schönberg).
- Ook in de schilderkunst de geldende regels loslaten.
- Een schilderkunst waarin niet de voorstelling, maar kleur, lijn en vorm op eigen kracht
emoties bijbrengen.
1
, Hiernaast is een schilderij van Kandinsky nadat hij het concert van
Schönberg had bijgewoond. Hij vergelijkt kleuren met tonen en
muziekinstrumenten: ‘geel klinkt als een schelle trompet en zwart
is stilte, een pauze tussen de noten’.
De twee kunstenaars wisselen ideeën uit over de wijze waarop het
onbewuste tot uitdrukking gebracht kan worden.
Impressionisme (indruk) Modernisme (uitdrukking) expressionisme
Iets op iemand anders over laten komen. Het Gevoelens, ervaringen, voor de waarnemer uit
weergeven van de werkelijkheid zoals die te drukken door een zekere vervorming van de
doorleefd en gevoeld wordt. werkelijkheid. Niets is teveel.
Vage kleuren (pastel), stippen, strepen. Harde kleuren, abstract figuratief.
Les Ballets Russes (Russische ballet)
- Waardering van niet-westerse cultuur speelt rol in enorme succes.
- Belangrijke danser: Vaslav Nijinsky (springt enorm hoog, in plaats van sentimentele
verfijning belichaamt hij op een bijna dierlijke manier ongetemde driften).
- Expressionistische bewegingen op impressionistische muziek van Debussy.
- Totaal anders dan regels van het academisch ballet.
- Maatsoort vaak niet te horen → lastig om op te dansen.
Academisch ballet Expressionistisch ballet
Lichtvoetig, dansen op tenen, dynamisch. Op grond en zwaartekracht gebaseerd, stampen
Kleding zo minimaal mogelijk, laten zien van Echte kostuums, benen zijn niet duidelijk te
bewegingen van de benen. zien.
Vloeiende bewegingen, zo ver mogelijk Armen en benen in hoeken, strak en houterig.
uitrekken.
Martha Graham (choreograaf)
- Vloeiendere bewegingen dan Nijinsky (zonder terug te keren naar het romantisch ballet).
- Nadruk op het psychologisch drama (belangstelling voor psychoanalyse Freud).
- Gevoelens van hartstocht, frustratie, angst op expressionistische wijze uitvergroot, zonder dat
er sprake is van een verhaallijn.
2