100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Class notes

Werkcolleges strafrechtelijke aansprakelijkheid

Rating
3.3
(3)
Sold
8
Pages
25
Uploaded on
17-11-2019
Written in
2019/2020

Uitwerkingen en aantekeningen van de werkcolleges 1 t/m 9 strafrechtelijke aansprakelijkheid (gegeven in zowel het 2de als het 3de jaar aan de Universiteit van Tilburg 2019/2020).

Institution
Course










Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
November 17, 2019
Number of pages
25
Written in
2019/2020
Type
Class notes
Professor(s)
Unknown
Contains
All classes

Subjects

Content preview

Werkcolleges strafrechtelijke aansprakelijkheid – Tilburg University 2019/2020
Werkcollege 1
Losse vraag 1 - Leg uit waarom de rechtspraak die wordt aangeduid als de beperkt materiële leer niet van
toepassing is bij wijzigingen in de sanctienormen.
Bij de beperkt materiële leer gaat het om het veranderd inzicht van de wetgever omtrent de strafwaardigheid
van de onderwerpelijke gedraging. Het gaat dus om verandering van de gedachte van de wetgever over het
strafbare gedrag. Dit kan dus bijvoorbeeld ook gaan om een verandering van het BW waardoor een
strafrechtelijke bepaling anders van aard wordt. Het gaat bij de beperkt materiële leer dus niet expliciet om een
verandering van de sanctienorm.
HR Lex Mitior  Niet meer toetsen aan de maatstaf van gewijzigd inzicht omtrent de strafwaardigheid van het
gedrag maar meteen kijken of toepassing van de nieuwe wet gunstiger is voor de verdachte.

Losse vraag 2 – Leg uit waarom in dat geval kwalificatie naar de nieuwe wet per definitie is uitgesloten?
Het legaliteitsbeginsel, art. 1 lid 1 Sr. Er geldt hier een verbod van terugwerkende kracht en
rechtszekerheidsfunctie van het legaliteitsbeginsel. De nieuwe wetsbepaling was niet van kracht ten tijde van
het plegen van het delict, er golden andere bestanddelen. We hebben dus wel te maken met strafbaar
handelen, maar misschien niet volgens de nieuwe delictsomschrijving. Aangezien de verdachte ten tijde van zijn
handelen moet weten wat strafbaar is, en eventueel daar de consequenties van moet aanvaarden, is de oude
delictsomschrijving van toepassing.
De tenlastelegging is door de OvJ doorgaans toegespitst op de oude wet…
Rechter dient min of meer los van de precieze inhoud van de tenlastelegging aan de hand van de beschikbare
bewijsmiddelen te onderzoeken of de nieuwe strafbepaling ook daadwerkelijk is overtreden.
- Indien het gepleegde feit dan niet leidt tot strafbaarheid onder de nieuwe wet: dan OVAR wegens niet
kwalificeerbaarheid (gunstiger voor de verdachte).
- Indien ook de nieuwe wet is overtreden, dan kwalificatie naar oude wet (nieuwe wet is immers niet
gunstiger is voor de verdachte)
o Resultaat is dus bij 2e materiële vraag: ofwel kwalificeren wegens overtreding van de oude
wet, ofwel OVAR
o Kwalificatie onder de nieuwe wet is dan dus uitgesloten.
- Indien kwalificatie naar de oude wetgeving, dan is een tweede keuze vereist bij 4 e materiële vraag
o Indien de nieuwe gunstiger is, dan wordt die nieuwe wet toegepast (dus terugwerkende
kracht)
o Indien de oude gunstiger is, dan wordt de oude wet toegepast (dan dus geen terugwerkende
kracht)

Losse vraag 3 – Geef gemotiveerd aan of art. 307 Sr een omissiedelict of een commissiedelict is, een
gevaarzettingsdelict of een krenkingsdelict en of het delict materieel of formeel is geformuleerd.
Het gewone strafbare feit omschrijft een verbod, dan staat in de delictsomschrijving al snel een gedraging
centraal. Dat zijn commissiedelicten, strafbare feiten die door handelen worden begaan. Maar soms wordt in
een delictsomschrijving een gebod gegeven. Dat komt vaak neer op strafbaarstelling van nalaten – een
omissiedelict.
Bij een krenkingsdelict wordt er strafrechtelijk gereageerd op de daadwerkelijke schending of krenking van een
rechtsgoed. Bij de gevaarzettingsdelicten daarentegen wordt de bedreiging van een rechtsgoed, het gevaar
voor een krenking strafbaar gesteld.
Bij een formeel delict staat strafbaarheid voor een bepaalde handeling centraal. Bij een materieel delict staat
een bepaald gevolg centraal.

Art. 307 Sr kan zowel een commissie als een omissiedelict zijn. “Hij aan wiens schuld de dood van een ander te
wijten is”, dit kan zowel door een doen als door een nalaten.
Tevens hebben we hier te maken met een krenkingsdelict. Er wordt strafrechtelijk gereageerd op de
daadwerkelijke schending of krenking van een rechtsgoed. Er is namelijk iets gebeurd en hier wordt een straf op
gezet.
We hebben hier ook te maken met een materieel delict. Het gevolg, dat iemand dood is gegaan, dat wordt
strafbaar gesteld.

Concreet gevaarzettingsdelict= acuut gevaar gerealiseerd
Abstract gevaarzettingsdelict= gevaar dreigt

1

,Casus 1 “Pammetjes”
Vraag 1 – Zal de rechter het verweer van de raadsman honoreren? Besteed in uw antwoord uitdrukkelijk
aandacht aan verandering van wetgeving.
Nee, de rechter zal het verweer van de raadsman niet honoreren. We hebben hier te maken met een handeling
wat ten tijde van het handelen strafbaar was. Dit handelen is nog steeds strafbaar gebleven, ook al is er een
nieuwe bepaling. De nieuwe bepaling is niet van toepassing aangezien deze ten nadele is, echter de oude
bepaling is nog steeds blijven gelden. Hij zal worden berecht volgens de oude bepaling.

Vraag 2 – Geef gemotiveerd uw mening ten aanzien van het betoog van de raadsman van Sarah.
De nieuwe strafbepaling is inderdaad van toepassing op grond van art. 1 lid 2 Sr. De oude bepaling was
namelijk nadeliger dan de nieuwe bepaling (van maximaal twee jaar gevangenisstraf naar een jaar
gevangenisstraf). Echter is het niet zo dat die van toepassing is omdat er sprake is van een gewijzigd inzicht
omtrent de strafwaardigheid van de gedraging bij de wetgever. We hebben hier namelijk te maken met een
wijziging van regels van sanctierecht. Oftewel het veranderen van de sancties bij een bepaalde
delictsomschrijving.
HR Lex Mitior.

Casus 2 ‘Ruilen? Ja, deal!’
Vraag 1 – Geef gemotiveerd aan of Nederland jurisdictie heeft inzake het tenlaste gelegde feit.
We hebben hier te maken met extraterritoriale jurisdictie. Dit vindt zijn grondslag in art. 7 lid 1 Sr (“De
Nederlandse strafwet is toepasselijk op de Nederlander die zich buiten Nederland schuldig maakt aan een feit
dat door de Nederlandse strafwet als misdrijf wordt beschouwd en waarop door de wet van het land waar het
begaan is, straf is gesteld”).
We hebben hier dus te maken met een Nederlandse verdachte (woonachtig te Oosterhout), de handeling van de
Nederlandse verdachte is in Nederland volgens art. 158 sub 2 Sr, een misdrijf, strafbaar gesteld. Ervan
uitgaande dat de handeling (culpoze brandstichting) ook strafbaar gesteld is in Spanje (buiten Nederland dus),
heeft Nederland op grond van art. 7 lid 1 Sr jurisdictie.

Vraag 2 – Stel, de OvJ vervolgt Ben bij de Rechtbank Zeeland-West Brabant ook wegens het niet voldoen aan
een ambtelijk bevel (184 Sr) en gevaarlijk rijgedrag (art. 5 WVW). Heeft Nederland jurisdictie?
We hebben hier te maken met extraterritoriale jurisdictie. Dit is op grond van art. 7 lid 1 Sr (“De Nederlandse
strafwet is toepasselijk op de Nederlander die zich buiten Nederland schuldig maakt aan een feit dat door de
Nederlandse strafwet als misdrijf wordt beschouwd en waarop door de wet van het land waar het begaan is,
straf is gesteld”).
We hebben hier dus te maken met een Nederlandse verdachte (woonachtig te Oosterhout), de handeling van de
Nederlandse verdachte is in Nederland volgens art. 184 Sr, een misdrijf, en art. 5 WVW strafbaar gesteld. Ervan
uitgaande dat de handeling ook strafbaar gesteld is in Spanje, heeft Nederland op grond van art. 7 lid 1 Sr
jurisdictie.

Vraag 3 – Geef gemotiveerd aan of art. 158 sub 2 Sr een concreet of een abstract gevaarzettingsdelict is. Laat in
uw antwoord het verschil met een krenkingsdelict uitkomen.
Bij een abstract gevaarzettingsdelict wordt een gedraging strafbaar gesteld die in algemene, niet nader in de
delictsomschrijving gespecificeerde zin gevaar kan opleveren. Bij een concreet gevaarzettingsdelict wordt
daarentegen in de delictsomschrijving vereist dat daadwerkelijk gevaar is ontstaan.
Art. 158 sub 2 Sr is naar mijn inzicht een concreet gevaarzettingsdelict. Er wordt namelijk gespecificeerd op
levensgevaar en zwaar lichamelijk letsel.

Vraag 4 – Hoe moet volgens De Hullu de eis van dubbele strafbaarheid uit art. 7 lid 1 Sr worden beoordeeld
indien het te vergelijken land de rechtspersoon niet als rechtssubject in strafrechtelijke zin erkent?
De wet vereist weliswaar dat op de aan de verdachte verweten gedraging door de wet van het land waarop die
werd begaan straf is gesteld, doch stelt niet als eis dat die gedraging door die wet op dezelfde wijze als naar
Nederlands recht strafbaar is gesteld’.

Aantekeningen
Situatie 1: verandering in do/vervallen strafbaarstelling
Eerst vaststellen of sprake is van (2) verandering van (1) wetgeving.

2

, We moeten dus eerst vaststellen of er sprake is van wetgeving. Wat is wetgeving? Algemeen burgers bindende
wetgeving. Het moet dus gaan om wetgeving die alle burgers kan binden.
Als we alleen zouden naar de strafwet zouden kijken dan hebben we te maken met de formele leer. Maar in
Nederland is dit niet het geval, we kijken naar alle gebieden (materiële leer).
Daarna moeten we gaan kijken of er sprake is van een verandering.

Stappenplan 1: Verandering van wetgeving/delictsomschrijving
Eerst vaststellen of sprake is van (2) verandering van (1) wetgeving
(1) Is er wetgeving? (materiële uitleg)
Wetgeving die strafbepalingen en de strafbedreigingen betreft, dus de strafwet (formele leer) én
wetgeving uit andere rechtsgebieden (materiële leer)
(2) Is er een verandering (beperkte uitleg)
Vereist is een gewijzigd inzicht van de wetgever omtrent de strafwaardigheid van de onderwe…
Indien ja, dan vaststellen of toepassing van de nieuwe wet (3) gunstiger is voor de verdachte
(3) Is er een verandering van wetgeving die gunstiger is voor de verdachte?
Ruimere delictsomschrijving is ongunstiger dan een engere
Niet strafbaarheid is gunstiger dan strafbaarheid
Overtreding is gunstiger dan misdrijf

Stappenplan 2: verandering in sanctionering (HR Lex mitior)
Is toepassing van de nieuwe wet gunstiger voor de verdachte?
HR Lex Mitior  nu niet meer toepassen van beperkte materiële leer.

Artt. 348-350 Sv
Art. 348 Sv: formele vragen:
1. Is de dagvaarding geldig
2. Is de rechter bevoegd?
3. Is het OM ontvankelijk?
4. Dient de vervolging te worden geschorst?

Art. 350 Sv: materiële hoofdvragen:
1. Is bewezen dat het tenlastegelegde feit door de verdachte is begaan (bewijs tenlaste gelegde
delictsbestanddelen en feiten)
2. Welk strafbaar feit levert het bewezenverklaarde volgens de wet op? (kwalificatie van de
bewezenverklaring)  Overgangsrecht speelt hier een rol
3. Is de verdachte strafbaar? (strafuitsluitingsgronden)
4. Welke sanctie moet worden opgelegd  Overgangsrecht speelt hier een rol

Strafuitsluitingsgronden

De rechtsmacht, jurisdictie, speelt een rol bij de derde formele vraag.

Werkcollege 2
Losse vraag 1 – Motiveer waarom causaliteit (het veroorzaken van gevolgen) een belangrijk thema in het
materiële strafrecht is.
In het commune strafrecht kennen we voornamelijk materieel omschreven delictsomschrijvingen. Hierin staat
het gevolg centraal. En dat is waarom causaliteit een belangrijk thema is. De delictsomschrijving draait al om
causaliteit.

Causaliteit
- Het veroorzaken van gevolgen
- Causaliteit is delictsgebonden
- In het commune strafrecht vaak de kern van het strafrechtelijke verwijt
- Commune delicten zijn veelal materieel geformuleerde delicten
- Vaak geen probleem om causaliteit vast te stellen, tenzij complexe situatie…

Processuele vertaling

3
$4.33
Get access to the full document:
Purchased by 8 students

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Reviews from verified buyers

Showing all 3 reviews
6 year ago

6 year ago

6 year ago

3.3

3 reviews

5
0
4
1
3
2
2
0
1
0
Trustworthy reviews on Stuvia

All reviews are made by real Stuvia users after verified purchases.

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
Karlijn123 Universiteit Utrecht
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
447
Member since
8 year
Number of followers
326
Documents
67
Last sold
3 months ago

3.7

56 reviews

5
12
4
19
3
22
2
0
1
3

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions