Samenvatting
THEMA 3 CRANIUM
Hanze hogeschool
MBRT leerjaar 1 (2019/2020)
,Inhoudsopgave
Anatomie, pathologie en fysiologie - Schedel en hersenen .............................................................................. 2
CT ................................................................................................................................................................... 6
Radiotherapie ............................................................................................................................................... 13
Radiologie, techniek en onderzoek. .............................................................................................................. 15
Instelkundige aspecten ..................................................................................................................................... 16
Techniek ............................................................................................................................................................ 17
Insteltechniek schedel .................................................................................................................................. 19
Pathologie......................................................................................................................................................... 19
Techniek ............................................................................................................................................................ 19
Stralingshygiëne ............................................................................................................................................... 20
Overig ............................................................................................................................................................... 20
Laterale schedelopname ................................................................................................................................... 20
PA schedelopname ........................................................................................................................................... 21
AP schedelopname ........................................................................................................................................... 22
Echo- Ultrageluid .......................................................................................................................................... 23
, Anatomie, pathologie en fysiologie - Schedel en hersenen
Embryogenese
Het begon allemaal met een rijtje cellen. (Neurale plaat).
Later ontstaat een instulping, dit ontstaat al vrij vroeg. (Neurale
groeve).
Later ontstaat een soort buisje waar de zenuwen doorheen lopen.
(Neurale buis). De zenuwen wat hier doorheen lopen zijn later het
ruggenmerg.
Somieten worden wervels en gaan om de neurale buis heen zitten
voor bescherming.
Zenuwen zijn goed beschermd, omdat het bijna niet te herstellen is.
Wervelkolom is al vroeg te zien. De somieten ontwikkelen zich al
heel snel. De hersenen hebben van dag 29 op dag 30 een grote
ontwikkeling doorstaan. De hebben sterk ontwikkelde voorste
hersenen. Dieren hebben dit niet.
Op dag 39 is de voorkant van de hersenen zich aan het ontwikkelen.
Deze voorste hersenen zorgen ervoor dat we kunnen plannen en
nadenken. Van dag op dag ontwikkelen de voorste hersenen ook wel frontale cortex
genoemd.
Prikkels
Je neemt iets waar met je zintuigen, somatische en viscerale
zintuigen.
Die prikkel wordt door je zintuigen naar het perifeer
zenuwstelsel gestuurd en daarna gaan ze naar het centrale
zenuwstelsel. Je krijgt hierdoor effecten. Motorische effecten
(bewegende effecten door spieren). Ook kan een prikkel door
het autonome zenuwstelsel worden verwerkt. Dus dat gaat
zonder na te denken. Hartkloppingen enz.
Parasympatisch is in rust.
Sympathisch is in actie (sporten, noodsituaties)
THEMA 3 CRANIUM
Hanze hogeschool
MBRT leerjaar 1 (2019/2020)
,Inhoudsopgave
Anatomie, pathologie en fysiologie - Schedel en hersenen .............................................................................. 2
CT ................................................................................................................................................................... 6
Radiotherapie ............................................................................................................................................... 13
Radiologie, techniek en onderzoek. .............................................................................................................. 15
Instelkundige aspecten ..................................................................................................................................... 16
Techniek ............................................................................................................................................................ 17
Insteltechniek schedel .................................................................................................................................. 19
Pathologie......................................................................................................................................................... 19
Techniek ............................................................................................................................................................ 19
Stralingshygiëne ............................................................................................................................................... 20
Overig ............................................................................................................................................................... 20
Laterale schedelopname ................................................................................................................................... 20
PA schedelopname ........................................................................................................................................... 21
AP schedelopname ........................................................................................................................................... 22
Echo- Ultrageluid .......................................................................................................................................... 23
, Anatomie, pathologie en fysiologie - Schedel en hersenen
Embryogenese
Het begon allemaal met een rijtje cellen. (Neurale plaat).
Later ontstaat een instulping, dit ontstaat al vrij vroeg. (Neurale
groeve).
Later ontstaat een soort buisje waar de zenuwen doorheen lopen.
(Neurale buis). De zenuwen wat hier doorheen lopen zijn later het
ruggenmerg.
Somieten worden wervels en gaan om de neurale buis heen zitten
voor bescherming.
Zenuwen zijn goed beschermd, omdat het bijna niet te herstellen is.
Wervelkolom is al vroeg te zien. De somieten ontwikkelen zich al
heel snel. De hersenen hebben van dag 29 op dag 30 een grote
ontwikkeling doorstaan. De hebben sterk ontwikkelde voorste
hersenen. Dieren hebben dit niet.
Op dag 39 is de voorkant van de hersenen zich aan het ontwikkelen.
Deze voorste hersenen zorgen ervoor dat we kunnen plannen en
nadenken. Van dag op dag ontwikkelen de voorste hersenen ook wel frontale cortex
genoemd.
Prikkels
Je neemt iets waar met je zintuigen, somatische en viscerale
zintuigen.
Die prikkel wordt door je zintuigen naar het perifeer
zenuwstelsel gestuurd en daarna gaan ze naar het centrale
zenuwstelsel. Je krijgt hierdoor effecten. Motorische effecten
(bewegende effecten door spieren). Ook kan een prikkel door
het autonome zenuwstelsel worden verwerkt. Dus dat gaat
zonder na te denken. Hartkloppingen enz.
Parasympatisch is in rust.
Sympathisch is in actie (sporten, noodsituaties)