Les 1 Ethiek en moraal
Ethiek is de studie naar het moraal – onethisch er is niet ethisch over nagedacht
Moraal is de ingevulde ethiek. Wat vind je ervan?
Ethos: Zede, gewoonte
Ethikos: gewoon
Mores: moraal
Immoreel: tegen de gewoonte in
Amoreel heeft niets met moraal te maken.
Ethiek
1. Denken over wat goed is.
2. Dit onderbouwen
Hieruit voortkomend
Moraal
1. Normen en waarden
2. Weten wat goed en kwaad is
Goed handelen
1. De praktijk
Circulair proces.
Ontwikkeling door botsende waarde.
18e eeuw consequentialisme Gevolgen-)
Van de oudheid teleologisme Deugden-)
18e eeuw deontologisme plichten -)
Drie niveaus volgens de klassieke filosofen
Overleven, nadruk op basisbehoeftes en het verleden.
Leven, nadruk op het nu, resultaat, nut.
Toekomst, Verwondering, zin, zinloosheid, eeuwigheid, tijdelijkheid, recht, onrecht.
Jonathan Haidt: We hebben in een oogwenk al een walging.
Debra lieberman: Walging zelf is niet genoeg, we moeten reflecteren.
Gude niveau van ethiek Narvaez Een psychologische visie op moraal Competenties van het morele
zelf In het oordeel werken samen: - onderbuik (intuïtie: sensititiviteit) - hoofd (rede: oordeel), - hart
(eigen positie: focus), - handen (handelen).
Noordwest Europa en Nederland staat de discussie centraal.
, Onderbuik: morele sensitiviteit (intuïtie)
- emotionele uitdrukkingen begrijpen - perspectief van anderen innemen - verbinding maken met
anderen - verschillen (h)erkennen - zelfcontrole t.a.v. sociale bias - situaties interpreteren - effectief
communiceren
Hoofd: moreel oordelen (rede)
- inzicht in ethische problemen - herkennen van beoordelingscirteria - redeneervaardigheid (inzicht in
gevolgen) - reflecteren op proces en uitkomst - coping
Hart: focus (eigen positie)
- anderen respecteren - geweten ontwikkelen - verantwoordelijkheid - anderen helpen - betekenis
geven aan het leven - waarderen van tradities en instituties - identiteit en integriteit
Handen: moreel handelen
- oplossingsvaardigheid - respectvolle assertiviteit - initiatief en leiderschap - moed - volharding –
motivatie
Ethiek is de studie naar het moraal – onethisch er is niet ethisch over nagedacht
Moraal is de ingevulde ethiek. Wat vind je ervan?
Ethos: Zede, gewoonte
Ethikos: gewoon
Mores: moraal
Immoreel: tegen de gewoonte in
Amoreel heeft niets met moraal te maken.
Ethiek
1. Denken over wat goed is.
2. Dit onderbouwen
Hieruit voortkomend
Moraal
1. Normen en waarden
2. Weten wat goed en kwaad is
Goed handelen
1. De praktijk
Circulair proces.
Ontwikkeling door botsende waarde.
18e eeuw consequentialisme Gevolgen-)
Van de oudheid teleologisme Deugden-)
18e eeuw deontologisme plichten -)
Drie niveaus volgens de klassieke filosofen
Overleven, nadruk op basisbehoeftes en het verleden.
Leven, nadruk op het nu, resultaat, nut.
Toekomst, Verwondering, zin, zinloosheid, eeuwigheid, tijdelijkheid, recht, onrecht.
Jonathan Haidt: We hebben in een oogwenk al een walging.
Debra lieberman: Walging zelf is niet genoeg, we moeten reflecteren.
Gude niveau van ethiek Narvaez Een psychologische visie op moraal Competenties van het morele
zelf In het oordeel werken samen: - onderbuik (intuïtie: sensititiviteit) - hoofd (rede: oordeel), - hart
(eigen positie: focus), - handen (handelen).
Noordwest Europa en Nederland staat de discussie centraal.
, Onderbuik: morele sensitiviteit (intuïtie)
- emotionele uitdrukkingen begrijpen - perspectief van anderen innemen - verbinding maken met
anderen - verschillen (h)erkennen - zelfcontrole t.a.v. sociale bias - situaties interpreteren - effectief
communiceren
Hoofd: moreel oordelen (rede)
- inzicht in ethische problemen - herkennen van beoordelingscirteria - redeneervaardigheid (inzicht in
gevolgen) - reflecteren op proces en uitkomst - coping
Hart: focus (eigen positie)
- anderen respecteren - geweten ontwikkelen - verantwoordelijkheid - anderen helpen - betekenis
geven aan het leven - waarderen van tradities en instituties - identiteit en integriteit
Handen: moreel handelen
- oplossingsvaardigheid - respectvolle assertiviteit - initiatief en leiderschap - moed - volharding –
motivatie