Samenvatting Assetmanagement 4.1 (boeken + colleges 1-4)
(er kan overlap voorkomen in samenvatting van collegesheets en boek aangezien ze apart samengevat zijn)
* De samenvatting van colleges 5-11 staan in een apart document.
Docent: Erwin van Loon
Studiemateriaal:
Onroerend goed als belegging - Van Gool - 5e druk
Strategische inzet van vastgoed – Ad van Driel – 6e druk
Handboek Vastgoedmanagement - M. Vermeulen & M. Wieman - 1e druk
Collegesheets
Hoofdleerdoel colleges Assetmanagement:
Inzicht geven in de basisprincipes van asset- en propertymanagement
De denkwijze van vastgoedbeleggers kunnen volgen
Het verruimen van jullie blik op de vastgoedwereld
College 1: Inleiding collegereeks, vastgoedlandschap, denkwijze vastgoed-
beleggers, risico en rendement, spreiding, Markowitz, ‘leverage’
Voorbereiden: Onroerend goed als belegging H1
- Wat is beleggen in vastgoed?
= Het vastleggen van vermogen in vastgoed, met als doel om uit de exploitatie en verkoop een toekomstige
stroom geldelijke opbrengsten te realiseren. Investeren: vastgoed als productiemiddel huisvesting bv.
Projectontwikkeling behoort ook tot investeren.
- Beleggingsvormen: vastrenderend onderhandse leningen, obligaties, hypothecaire
leningen, cashmanagement
zakelijk aandelen & vastgoed
zakelijk houdt in dat het rendement niet vast staat van tevoren.
- Waarom beleggen in vastgoed?
+: - redelijke bescherming tegen inflatie (door jaarlijkse huurverhoging en waardestijging)
- stabiele cashflow over een lange periode
- aantrekkelijk rendement met een beperkt risico
- stabiel rendement
- duurzaam product. Je hebt echt iets in bezit, wat eigenlijk niet €0 waarde kan worden.
- verlaging risico door spreiding binnen portefeuille
- management kan rendement beïnvloeden door samenstelling portefeuille en aan en verkoop.
- fiscale voordelen
-: - vastgoed is niet verplaatsbaar
- zowel productiemiddel als vermogensobject
- slecht splitsbaar
- kennisintensief
- managementintensief
- gebrek aan tijdsreeksen
- risico moeilijk in te schatten
- Alle voor en nadelen valt wel het een en ander voor te zeggen. Vooral in deze tijd blijkt niet alles keihard te
kloppen.
- Rendementen in vastgoed: Direct rendement huurinkomsten – exploitatiekosten
Indirect rendement waarde stijging bij verkoop
- Wie belegd er in (direct) vastgoed: Particulieren, Ondernemers, Projectontwikkelaars (kort
vaak), Institutionele beleggers & Vastgoedfondsen.
- Bij directe beleggingen heeft de belegger een meerderheidsbelang en zeggenschap over het
management van het vastgoed.
08-01-14
, Bouwtechnische Bedrijfskunde – Assetmanagement theorie (2013-2014)
- Indirect vastgoed beleggen ondernemers en projectontwikkelaars eigenlijk niet in. De rest wel.
- Vormen indirecte beleggingen: Privaat fonds (niet beursgenoteerd), Beursgenoteerd vastgoedfonds of
Maatschap / CV
- Bij indirecte vastgoedbeleggingen heeft de belegger een minderheidsbelang.
- Indirect vastgoed kan opgedeeld worden in twee markten:
- Publieke markt: de beursgenoteerde beleggingsfondsen.
- Private markt: beleggingsfondsen die niet beursgenoteerd zijn. Hierin zitten veel verschillende
fondsen die van zeer riskant tot zeer behoudend beleggen en van klein tot heel groot.
- Pensioenfondsen hebben vaak rond de 10% van hun geïnvesteerd vermogen in vastgoed belegd.
College:
Datum: 24-09-13
3. Leerdoelen (De leerdoelen van elke week dien je te kennen voor het tentamen)
• De begrippen assets en asset management betekenis geven
• Het begrip ‘leverage’ nader toelichten en toepassen in berekeningen
- voor- en nadelen
- WACC-formule
• Een onderverdeling geven van beleggen in vastgoed
- voor- en nadelen
- kenmerken
• De essentie van de Moderne Portefeuilletheorie benoemen
4. Asset management
Asset = een goed of bezit
Assets = activa, bedrijfsmiddelen
Assets & liabilities = activa en passiva
- Een belangrijk kenmerk van een asset is dat de bezitter er toekomstige economische voordelen van verwacht.
- Vanwege deze verwachte economische voordelen heeft een asset waarde voor de bezitter ervan.
- Asset categorieën:
- Materiële, fysieke assets:
Kenmerk: hebben een fysieke verschijningsvorm
Voorbeelden:
- Geld (vermogensbeheer)
- Onroerende zaken (ook: infra, havens, vliegvelden)
- Voer-, vaar- en vliegtuigen (wagenparken, vloten)
- Installaties, inventaris
- Immateriële assets:
Kenmerk: zijn niet tastbaar en hebben waarde voor een organisatie, omdat ze de organisatie
een bepaald voordeel verschaffen in de markt waarin zij opereert.
Voorbeelden:
- copyrights
- patenten
- computerprogramma’s
- goodwill
- handelsmerk
- Definitie Assetmanagement: (definitie uit PAS-55)
‘Het geheel van systematische en gecoördineerde activiteiten waarmee een organisatie haar fysieke bedrijfs-
middelen en de daarmee verbonden prestaties, risico’s en investeringen zo optimaal en duurzaam mogelijk
beheert, teneinde het strategische bedrijfsplan en de doelstellingen van de organisatie te kunnen realiseren.’
- Kernbegrippen: - Fysieke (materiële) bedrijfsmiddelen
- Systematisch en gecoördineerde activiteiten: methodieken
- Prestaties: fysiek, financieel, functioneel
- Risico’s
- Realiseren strategisch bedrijfsplan en doelstelling organisatie
08-01-14