Personen:
Wilhelm II: keizer van Duitsland. Gericht op Weltpolitik en was soms
gedreven door waanzin.
Bismarck: president van Duitsland. Gericht op realistische politiek. Hield
de wilde plannen van Wilhelm soms tegen.
Frans Ferdinand: troonopvolger van Oostenrijk-Hongarije.
Gavrillo Princip: pleegt een dodelijke aanslag op Ferdinand.
Woodrow Wilson: president van de VS. Kwam met de 14 punten, was
voor straffen van Duitsland maar voorkomen van een oorlog.
Zelfbeschikkingsrecht en oprichting Volkenbond (VS maakte hier geen
deel van uit)
Lloyd George: president van Engeland. Duitsland als buffer voor Rusland.
Bang dat DU naar het communisme trekt.
Clemenceau: president van Frankrijk. Duitsland moest boeten voor de
schade die het Frankrijk had aangedaan tijdens WO1. Terug willen van
elzas lotharingen
Orlando: president van Italië. Wouden territorium voor Italië wat ze
beloofd was door de geallieerden.
Nicolaas II: Tsaar van Rusland. Doet afstand van de troon in 1917 tijdens
februarirevolutie.
Benito Mussonlini 1883 -1945: leider van de fascistische beweging in
Italië.
Lenin: kwam aan de macht in RUS na russische revolutie, aanhangers zijn
bolsjewieken, oorlogscommunisme, NEP. Oprichting SU
Stalin: planeconomie, USSR, molotovribbentroppact, collectivisatie
Hitler: NSDAP, molotovribbentroppact, ariers, antisemitisme, operatie
Barbarossa, slag om stalingrad, Endlosung
Mussolini: fascisme, mars op rome, verdrag van lateranen
Tilak: hindoeleider, rebellie tegen GB gebruiken om onafhankelijk te
worden.
Chamberlain GB: appeasement politiek
Roosevelt: pearl harbor (verklaarde JAP de oorlog), VN, new deal
Eisenhouwer: D-Day
Begrippen:
Belle epoque: periode van 1880 tot 1914 waarin toekomstoptimisme
centraal staat. Door toegenomen welvaart en ontwikkeling in wetenschap
& techniek ontstond er een feestelijke en frivole stemming.
Fin de siècle: periode van 1880-1914 waarin angst centraal staat. Einde
van een periode, in dit geval van de eeuw. Decadentisme, Weltschmerz en
fascinatie voor verval en dood.
Triple Alliantie: bondgenootschap tussen Duitsland, Oostenrijk-Hongarije
en Italië.
Triple Entente 1907: bondgenootschap tussen Engeland, Frankrijk en
Rusland
Entente cordiale 1904: bondgenootschap tussen EN en FR
Centrale mogendheden 1914: O-H en DU
Geallieerden 1914: FR, GB, RUS, IT (vanaf 1915)
Wilhelm II: keizer van Duitsland. Gericht op Weltpolitik en was soms
gedreven door waanzin.
Bismarck: president van Duitsland. Gericht op realistische politiek. Hield
de wilde plannen van Wilhelm soms tegen.
Frans Ferdinand: troonopvolger van Oostenrijk-Hongarije.
Gavrillo Princip: pleegt een dodelijke aanslag op Ferdinand.
Woodrow Wilson: president van de VS. Kwam met de 14 punten, was
voor straffen van Duitsland maar voorkomen van een oorlog.
Zelfbeschikkingsrecht en oprichting Volkenbond (VS maakte hier geen
deel van uit)
Lloyd George: president van Engeland. Duitsland als buffer voor Rusland.
Bang dat DU naar het communisme trekt.
Clemenceau: president van Frankrijk. Duitsland moest boeten voor de
schade die het Frankrijk had aangedaan tijdens WO1. Terug willen van
elzas lotharingen
Orlando: president van Italië. Wouden territorium voor Italië wat ze
beloofd was door de geallieerden.
Nicolaas II: Tsaar van Rusland. Doet afstand van de troon in 1917 tijdens
februarirevolutie.
Benito Mussonlini 1883 -1945: leider van de fascistische beweging in
Italië.
Lenin: kwam aan de macht in RUS na russische revolutie, aanhangers zijn
bolsjewieken, oorlogscommunisme, NEP. Oprichting SU
Stalin: planeconomie, USSR, molotovribbentroppact, collectivisatie
Hitler: NSDAP, molotovribbentroppact, ariers, antisemitisme, operatie
Barbarossa, slag om stalingrad, Endlosung
Mussolini: fascisme, mars op rome, verdrag van lateranen
Tilak: hindoeleider, rebellie tegen GB gebruiken om onafhankelijk te
worden.
Chamberlain GB: appeasement politiek
Roosevelt: pearl harbor (verklaarde JAP de oorlog), VN, new deal
Eisenhouwer: D-Day
Begrippen:
Belle epoque: periode van 1880 tot 1914 waarin toekomstoptimisme
centraal staat. Door toegenomen welvaart en ontwikkeling in wetenschap
& techniek ontstond er een feestelijke en frivole stemming.
Fin de siècle: periode van 1880-1914 waarin angst centraal staat. Einde
van een periode, in dit geval van de eeuw. Decadentisme, Weltschmerz en
fascinatie voor verval en dood.
Triple Alliantie: bondgenootschap tussen Duitsland, Oostenrijk-Hongarije
en Italië.
Triple Entente 1907: bondgenootschap tussen Engeland, Frankrijk en
Rusland
Entente cordiale 1904: bondgenootschap tussen EN en FR
Centrale mogendheden 1914: O-H en DU
Geallieerden 1914: FR, GB, RUS, IT (vanaf 1915)