Personeel Organisatie en Communicatie
1.1 Personeelsinstrumenten : middelen om de organisatie soepel en in de gewenste richting te
laten verlopen op gebied van personeel
1. werving en selectie
2. introductie en coaching;
3. arbobeleid;
4. competentiemanagement;
5. diversiteitsbeleid;
6. beloning en functiewaardering;
7. personeelsplanning;
8. werkoverleg;
9. personeelsbeoordeling;
10. functioneringsgesprek;
11. beoordelingsgesprek;
12. loopbaanbeleid;
13. opleidingsbeleid;
14. verzuimbeleid;
15. re-integratiebeleid;
16. beëindiging dienstverband;
17. outplacement;
18. exit-interview.
Het belang en de gevolgen van de Personeelsinstrumenten aangeven en toelichten:
1. Het krijgen van goede mensen: werving en selectie, arbeidsvoorwaardengesprek.
2. Het houden van goede mensen: beloning, beoordeling, functioneringsgesprekken, loopbaan beleid,
opleidingen, coaching
3. Het goed houden van mensen: beloning en functiewaardering, loopbaan, ARBO beleid,
verzuimbeleid,
motivatie, leiding geven, werkoverleg
4. Het goed kwijtraken van mensen: beëindiging dienstverband, ontslag, exitinterview, pensioen,
overlijden, outplacement
Motivatie door: beloning, waardering, erkenning, en ontwikkeling, werkinhoud
Motivatietheorie Maslow : rangschikking in behoeften
1 Fysiologische = lichamelijke
2. veiligheid en zekerheid
3 sociale behoeften
4 waardering en erkenning
5 zelfontplooiing
1. Werving en selectie : geschikte wn vinden
2.Introductie en coaching : wn moet geintroduceerd worden voor rendement voor de organisatie
3.Arbobeleid: beleid rond arbeidsomstandigheden : volgens regels, maar mag wg en wn zelf invullen
, 4. Competentiemanagement:
Wn heeft competenties: kennis vaardigheden houding en eigenschappen
Organisatie heeft (kern) competenties, waar de org goed in is.
Dit vormt samen competentie profiel; welke competenties moet een wn hebben
Vereisten voor competentie management:
- Per functie vaststellen welke competenties vereist zijn
- De competentie eisen moeten duidelijk, inzichtelijk en toetsbaar zijn
5.Diversiteitsbeleid : mix , afspiegeling samenleving
Levensfasebewust personeelsbeleid: rekening houden met levensfase
Receptieve fase: de eerste 20 levensjaren : leren op de eerste plaats
Expansieve fase: groei en ontwikkeling en privé leven georganiseerd
Sociale fase: doorstroming naar taken op een hoger niveau , nieuwe balans
Leiderschap
Centralistische org. = leiding komt vanuit de top
Decentralistische org= leiding is verdeeld over lagen
6. Herstructering: organisatie opnieuw ingericht om tot een beter organisatie resultaat te komen,
kan leiden tot ontslagen . Herstructueringsplan ? overleg met de personeelsvertegenwoordiging
7. Beloning en Funtiewaardering
Functievorming; functieomschrijving, takenpakket
Functie waardering: Heeft te maken met de analyse en waardering van de functie inhoud en dus NIET
met de persoon die het uitvoert . Hangt dus alleen af van de functie
Beloningssystemen:
- Tijdloon
Prestatieloon
- Capaciteits – en Competentieloon: afhankelijk van wat ze kunnen presteren en niet wat de
prestaties werkelijk zijn
- Contractloon : afhankelijk van de afspraken in het contract (dus combinatie van tijd- en
prestatieloon)
- Merit rating: afhankelijk van de verdienstelijkheid vd wn : betrouwbaar, initiatief, zelfstandig
verantwoordelijk etc (subjectief.. tis maar hoe je het bekijkt)
- Multifactorloon : afhankelijk van de door de wn te beinvloeden factoren
(grondstoffenverbruik en afval)
- Provisieloon: beloning gekoppeld aan winst en omzet die de wn persoonlijk maakt (alleen als
hij dat zelf kan beïnvloeden)
- Stukloon : het aantal (alleen als hij zelf invloed heeft)
- Tariefloon : afhankelijk van gegarandeerd basisloon (tijdloon) met extra loon bij betere
prestatie
Er kan ook winstdeling of incentives ( bijzondere beloningen)
Cafetariaregeling: wn kan deels zelf zijn eigen arbeidsvoorwaarden samenstellen door uitruilen van
een stukje brutoloon (bijv een fiets of extra vakantiedagen)
Personeelsplanning: De juiste hoeveelheid wn op de juiste tijd op de juiste plek aan het werk zetten
omde organisatiedoelen te bereiken mbt Instroom, doorstroom en uitstroom
1.1 Personeelsinstrumenten : middelen om de organisatie soepel en in de gewenste richting te
laten verlopen op gebied van personeel
1. werving en selectie
2. introductie en coaching;
3. arbobeleid;
4. competentiemanagement;
5. diversiteitsbeleid;
6. beloning en functiewaardering;
7. personeelsplanning;
8. werkoverleg;
9. personeelsbeoordeling;
10. functioneringsgesprek;
11. beoordelingsgesprek;
12. loopbaanbeleid;
13. opleidingsbeleid;
14. verzuimbeleid;
15. re-integratiebeleid;
16. beëindiging dienstverband;
17. outplacement;
18. exit-interview.
Het belang en de gevolgen van de Personeelsinstrumenten aangeven en toelichten:
1. Het krijgen van goede mensen: werving en selectie, arbeidsvoorwaardengesprek.
2. Het houden van goede mensen: beloning, beoordeling, functioneringsgesprekken, loopbaan beleid,
opleidingen, coaching
3. Het goed houden van mensen: beloning en functiewaardering, loopbaan, ARBO beleid,
verzuimbeleid,
motivatie, leiding geven, werkoverleg
4. Het goed kwijtraken van mensen: beëindiging dienstverband, ontslag, exitinterview, pensioen,
overlijden, outplacement
Motivatie door: beloning, waardering, erkenning, en ontwikkeling, werkinhoud
Motivatietheorie Maslow : rangschikking in behoeften
1 Fysiologische = lichamelijke
2. veiligheid en zekerheid
3 sociale behoeften
4 waardering en erkenning
5 zelfontplooiing
1. Werving en selectie : geschikte wn vinden
2.Introductie en coaching : wn moet geintroduceerd worden voor rendement voor de organisatie
3.Arbobeleid: beleid rond arbeidsomstandigheden : volgens regels, maar mag wg en wn zelf invullen
, 4. Competentiemanagement:
Wn heeft competenties: kennis vaardigheden houding en eigenschappen
Organisatie heeft (kern) competenties, waar de org goed in is.
Dit vormt samen competentie profiel; welke competenties moet een wn hebben
Vereisten voor competentie management:
- Per functie vaststellen welke competenties vereist zijn
- De competentie eisen moeten duidelijk, inzichtelijk en toetsbaar zijn
5.Diversiteitsbeleid : mix , afspiegeling samenleving
Levensfasebewust personeelsbeleid: rekening houden met levensfase
Receptieve fase: de eerste 20 levensjaren : leren op de eerste plaats
Expansieve fase: groei en ontwikkeling en privé leven georganiseerd
Sociale fase: doorstroming naar taken op een hoger niveau , nieuwe balans
Leiderschap
Centralistische org. = leiding komt vanuit de top
Decentralistische org= leiding is verdeeld over lagen
6. Herstructering: organisatie opnieuw ingericht om tot een beter organisatie resultaat te komen,
kan leiden tot ontslagen . Herstructueringsplan ? overleg met de personeelsvertegenwoordiging
7. Beloning en Funtiewaardering
Functievorming; functieomschrijving, takenpakket
Functie waardering: Heeft te maken met de analyse en waardering van de functie inhoud en dus NIET
met de persoon die het uitvoert . Hangt dus alleen af van de functie
Beloningssystemen:
- Tijdloon
Prestatieloon
- Capaciteits – en Competentieloon: afhankelijk van wat ze kunnen presteren en niet wat de
prestaties werkelijk zijn
- Contractloon : afhankelijk van de afspraken in het contract (dus combinatie van tijd- en
prestatieloon)
- Merit rating: afhankelijk van de verdienstelijkheid vd wn : betrouwbaar, initiatief, zelfstandig
verantwoordelijk etc (subjectief.. tis maar hoe je het bekijkt)
- Multifactorloon : afhankelijk van de door de wn te beinvloeden factoren
(grondstoffenverbruik en afval)
- Provisieloon: beloning gekoppeld aan winst en omzet die de wn persoonlijk maakt (alleen als
hij dat zelf kan beïnvloeden)
- Stukloon : het aantal (alleen als hij zelf invloed heeft)
- Tariefloon : afhankelijk van gegarandeerd basisloon (tijdloon) met extra loon bij betere
prestatie
Er kan ook winstdeling of incentives ( bijzondere beloningen)
Cafetariaregeling: wn kan deels zelf zijn eigen arbeidsvoorwaarden samenstellen door uitruilen van
een stukje brutoloon (bijv een fiets of extra vakantiedagen)
Personeelsplanning: De juiste hoeveelheid wn op de juiste tijd op de juiste plek aan het werk zetten
omde organisatiedoelen te bereiken mbt Instroom, doorstroom en uitstroom