© Jordi van Dam
Algemene Economie: Macro
Hoofdstuk 8
Oorzaken van welvaartsverschillen
De normen voor welke behoeften elk mens ten minste moet kunnen bevredigen om
van een menswaardig bestaan te kunnen spreken, zijn te vinden in de Verklaring van
de rechten van de mens. Desondanks bestaan er ook in rijke landen grote verschillen
in feitelijke verwezenlijking van de rechten van de mens.
De inkomensverdeling heeft invloed op de hoogte van de welvaart. De verschillen in
bestedingsmogelijkheden kunnen drie oorzaken hebben:
1. Het aandeel van de werkenden in de totale bevolking.
2. De arbeidsproductiviteit per gewerkt uur.
3. Het aantal arbeidsuren per werkende.
Het meten van de productie
Het bbp is de som van alle productieve activiteiten binnen bepaalde landsgrenzen.
Productie is het toevoegen van waarde zodat producten meer geschikt zijn voor het
gebruik. De productie kan op drie manieren gemeten worden. Het bbp kan bepaald
worden door het meten van:
- Toegevoegde Waarde (Productiebenadering): Het optellen van alle
toegevoegde waarde van ondernemingen en overheden binnen de grenzen.
- Inkomens (Inkomensbenadering): Het optellen van de beloningen van de
productiefactoren.
- Bestedingen (Bestedingsbenadering): Het optellen van de bestedingen om de
productie van een land te bepalen.
Productie- en inkomensbenadering
De verdeling van de opbrengsten over de verschillende belanghebbenden bij het
productieproces voor de productie in de EU en in Nederland is weergegeven in de
onderstaande tabel.
, © Jordi van Dam
De opbrengst van de verkopen bestaat uit alle verkochte producten van
ondernemingen en ook uit de productie van de overheid. Hieruit kunnen de
ondernemingen in de eerste plaats de inkopen betalen.
De waarde van de grondstoffen en halffabricaten die ondernemingen kopen, is in
andere ondernemingen toegevoegd. Dit bedrag wordt van de opbrengst van de
verkopen afgehaald. Het bruto binnenlands product tegen marktprijzen (bbpmp) blijft
dan over. De toevoeging ‘tegen marktprijzen’ is er omdat ondernemingen de
kostprijsverhogende belastingen afdragen aan de overheid.
Sommige ondernemingen ontvangen juist geld van de overheid (kostprijsverlagende
subsidies), waardoor klanten dan niet de hele kostprijs hoeven te betalen. Hierbij
gaat het om zaken als openbaar vervoer, zwembaden en openbare bibliotheken. Als
het bbpmp wordt verminderd met deze post, blijft het bruto binnenlands product tegen
factorkosten (bbpfk) over. Hier wordt gesproken over factorkosten omdat deze post
de kosten van de productiefactoren weerspiegelt. In de eerste plaats gaat het daarbij
om de afschrijvingen.
Vervolgens houden we het netto binnenlandsproduct tegen factorkosten (nbpfk) over.
Daaruit kunnen de ondernemingen de lonen, de rente en de winst betalen. Winst
wordt gezien als een vergoeding voor de productiefactor ‘ondernemerschap’.
Winst is een restpost. Daarom is de productie gelijk aan de beloning van de
productiefactoren. Het bbp gemeten volgens de productiebenadering moet dus altijd
gelijk zijn aan het bbp gemeten volgens inkomensbenadering.
Het bruto nationaal inkomen (bni), ofwel het binnenlands product, is afkomstig van
productiefactoren die binnen de grenzen van een land produceren. Zie de
onderstaande afbeelding.
Waardetoevoeging in bedrijfskolommen
De opeenvolgende bedrijfstakken van oerproducent tot consument noemt men een
bedrijfskolom. Elke bedrijfstak voegt waarde toe aan de producten en verkoopt het
dan aan de volgende schakel. Deze waarde is de bruto toegevoegde waarde tegen
marktprijzen (btwmp). Het geheel van waardetoevoegingen in een bepaalde
bedrijfskolom noemt men een waardesysteem.
, © Jordi van Dam
Productie in ondernemingen
Ondernemingen maken een resultatenrekening om inzicht te geven in de
opbrengsten, de kosten en de winst. In de onderstaande tabel is de
resultatenrekening weergegeven (linkerkolom). Daaruit is een opstelling van de
toegevoegde waarde afgeleid (rechterkolom).
Productie van de overheid
De overheid produceert en voegt waarde toe aan producten. Zij koopt daarvoor
goederen en diensten van bedrijven en neemt werknemers in dienst om waarde toe
te voegen. De overheid heeft bijvoorbeeld een belangrijke taak met betrekking tot de
veiligheid van de samenleving. Veiligheid is een collectief goed: een voorziening die
de overheid produceert en aan de bevolking ter beschikking stelt.
De overheid verricht de bestedingen (overheidsbestedingen) om diensten gratis ter
beschikking te kunnen stellen voor de bevolking. De productiekosten betaalt de
overheid uit de belastingen. De overheidsbestedingen en de productiekosten zijn aan
elkaar gelijk.
Hoofdstuk 9
Kapitaalcoëfficiënt
Ondernemingen kunnen producten maken met behulp van duurzame
kapitaalgoederen, zoals gebouwen, machines en transportmiddelen, waarvoor
ondernemingen regelmatig vervangingsinvesteringen moeten verrichten. De
kapitaalcoëfficiënt geeft weer hoeveel kapitaalgoederen er nodig zijn voor het
vervaardigen van een eenheid product. Een kapitaalcoëfficiënt van 3 wil dus zeggen
dat er €3 miljard aan kapitaal nodig is voor het produceren van €1 miljard aan
eindproduct.
Algemene Economie: Macro
Hoofdstuk 8
Oorzaken van welvaartsverschillen
De normen voor welke behoeften elk mens ten minste moet kunnen bevredigen om
van een menswaardig bestaan te kunnen spreken, zijn te vinden in de Verklaring van
de rechten van de mens. Desondanks bestaan er ook in rijke landen grote verschillen
in feitelijke verwezenlijking van de rechten van de mens.
De inkomensverdeling heeft invloed op de hoogte van de welvaart. De verschillen in
bestedingsmogelijkheden kunnen drie oorzaken hebben:
1. Het aandeel van de werkenden in de totale bevolking.
2. De arbeidsproductiviteit per gewerkt uur.
3. Het aantal arbeidsuren per werkende.
Het meten van de productie
Het bbp is de som van alle productieve activiteiten binnen bepaalde landsgrenzen.
Productie is het toevoegen van waarde zodat producten meer geschikt zijn voor het
gebruik. De productie kan op drie manieren gemeten worden. Het bbp kan bepaald
worden door het meten van:
- Toegevoegde Waarde (Productiebenadering): Het optellen van alle
toegevoegde waarde van ondernemingen en overheden binnen de grenzen.
- Inkomens (Inkomensbenadering): Het optellen van de beloningen van de
productiefactoren.
- Bestedingen (Bestedingsbenadering): Het optellen van de bestedingen om de
productie van een land te bepalen.
Productie- en inkomensbenadering
De verdeling van de opbrengsten over de verschillende belanghebbenden bij het
productieproces voor de productie in de EU en in Nederland is weergegeven in de
onderstaande tabel.
, © Jordi van Dam
De opbrengst van de verkopen bestaat uit alle verkochte producten van
ondernemingen en ook uit de productie van de overheid. Hieruit kunnen de
ondernemingen in de eerste plaats de inkopen betalen.
De waarde van de grondstoffen en halffabricaten die ondernemingen kopen, is in
andere ondernemingen toegevoegd. Dit bedrag wordt van de opbrengst van de
verkopen afgehaald. Het bruto binnenlands product tegen marktprijzen (bbpmp) blijft
dan over. De toevoeging ‘tegen marktprijzen’ is er omdat ondernemingen de
kostprijsverhogende belastingen afdragen aan de overheid.
Sommige ondernemingen ontvangen juist geld van de overheid (kostprijsverlagende
subsidies), waardoor klanten dan niet de hele kostprijs hoeven te betalen. Hierbij
gaat het om zaken als openbaar vervoer, zwembaden en openbare bibliotheken. Als
het bbpmp wordt verminderd met deze post, blijft het bruto binnenlands product tegen
factorkosten (bbpfk) over. Hier wordt gesproken over factorkosten omdat deze post
de kosten van de productiefactoren weerspiegelt. In de eerste plaats gaat het daarbij
om de afschrijvingen.
Vervolgens houden we het netto binnenlandsproduct tegen factorkosten (nbpfk) over.
Daaruit kunnen de ondernemingen de lonen, de rente en de winst betalen. Winst
wordt gezien als een vergoeding voor de productiefactor ‘ondernemerschap’.
Winst is een restpost. Daarom is de productie gelijk aan de beloning van de
productiefactoren. Het bbp gemeten volgens de productiebenadering moet dus altijd
gelijk zijn aan het bbp gemeten volgens inkomensbenadering.
Het bruto nationaal inkomen (bni), ofwel het binnenlands product, is afkomstig van
productiefactoren die binnen de grenzen van een land produceren. Zie de
onderstaande afbeelding.
Waardetoevoeging in bedrijfskolommen
De opeenvolgende bedrijfstakken van oerproducent tot consument noemt men een
bedrijfskolom. Elke bedrijfstak voegt waarde toe aan de producten en verkoopt het
dan aan de volgende schakel. Deze waarde is de bruto toegevoegde waarde tegen
marktprijzen (btwmp). Het geheel van waardetoevoegingen in een bepaalde
bedrijfskolom noemt men een waardesysteem.
, © Jordi van Dam
Productie in ondernemingen
Ondernemingen maken een resultatenrekening om inzicht te geven in de
opbrengsten, de kosten en de winst. In de onderstaande tabel is de
resultatenrekening weergegeven (linkerkolom). Daaruit is een opstelling van de
toegevoegde waarde afgeleid (rechterkolom).
Productie van de overheid
De overheid produceert en voegt waarde toe aan producten. Zij koopt daarvoor
goederen en diensten van bedrijven en neemt werknemers in dienst om waarde toe
te voegen. De overheid heeft bijvoorbeeld een belangrijke taak met betrekking tot de
veiligheid van de samenleving. Veiligheid is een collectief goed: een voorziening die
de overheid produceert en aan de bevolking ter beschikking stelt.
De overheid verricht de bestedingen (overheidsbestedingen) om diensten gratis ter
beschikking te kunnen stellen voor de bevolking. De productiekosten betaalt de
overheid uit de belastingen. De overheidsbestedingen en de productiekosten zijn aan
elkaar gelijk.
Hoofdstuk 9
Kapitaalcoëfficiënt
Ondernemingen kunnen producten maken met behulp van duurzame
kapitaalgoederen, zoals gebouwen, machines en transportmiddelen, waarvoor
ondernemingen regelmatig vervangingsinvesteringen moeten verrichten. De
kapitaalcoëfficiënt geeft weer hoeveel kapitaalgoederen er nodig zijn voor het
vervaardigen van een eenheid product. Een kapitaalcoëfficiënt van 3 wil dus zeggen
dat er €3 miljard aan kapitaal nodig is voor het produceren van €1 miljard aan
eindproduct.