Taak 1A
Mentale retardatie/ Intellectual Disability
a) Deficiënties in de intellectuele functies
b) Deficiënties in het adaptieve functioneren
c) Beginnen gedurende ontwikkelingsperiode
Beperkingen in verschillende domeinen:
- Conceptuele domein
- Sociale domein
- Praktische domein
DD:
- Specifieke leerstoornis
- Communicatiestoornissen
- ASS
- Uitgebreide neurocognitieve stoornis
- Zwakbegaafd
Vorm → wordt gedefinieerd volgens adaptief functioneren en niet volgens IQ :
- Lichte vorm
- Matige vorm
- Ernstige vorm
- Zeer ernstige vorm
Problemen in sociale oordeelsvermogen
Risico en prognostische factoren:
- Genetica en fysiologie:
→ prenatale oorzaken: genetische syndromen, aangeboren fouten,
hersenafwijkingen, ziekte van de moeder, armoede, geweld, drugs/alcohol gebruik
van de ouders, niet voorbereid ouderschap
→ perinatale oorzaken: diverse gebeurtenissen rond de zwangerschap, geen
verzorging kunnen krijgen, afwijzen van hulp door de ouders
→ postnatale oorzaken: zuurstoftekort, traumatisch hersenletsel, infecties of
vergiftigingen, kindermisbruik
- Fragiele- X syndroom: mutatie op X-chromosoom
- Down: afwijking 21e chromosoom (1 extra)
- Prader Willi: afwijking 15e chromosoom
- Cultuur: komt overal voor
- Gender: meer bij jongens
4 categorieën risicofactoren:
1. Biomedisch
2. Sociaal
3. Gedrag
4. Educatief
FASD/ Fetal Alcohol Spectrum Disorder
Comorbiditeit:
, - ADHD
- Depressie
- Angststoornissen
- ASS
Interventies:
- Interventies op jonge leeftijden
- Gedragsbehandelingen
- Cognitieve gedragstherapie
- Family oriented strategies
Similar sequencing hypothesis → kinderen met MR gaan door zelfde stages van
cognitieve ontwikkeling en ook in dezelfde volgorde als kinderen zonder MR.
Similar structure hypothesis → bij gelijke mentale leeftijd, zullen kinderen met
retardatie op hetzelfde functioneringsniveau zijn op verschillende intellectuele taken.
Double ABCX model
verschil autisme en VB:
- Iq hoeft niet lager te zijn bij autisme
- Autisme minder sociaal
- Autisme meer patronen
- Autisme echolalie (woorden herhalen)
Taak 2A
Pervasieve ontwikkelingsstoornis → diep doordringend
Autisme Spectrum Stoornis:
a) Persisterende deficiënties in de sociale communicatie en sociale interactie
b) Beperkte repetitieve gedragspatronen, interesses of activiteiten
Ernst:
- Niveau 3 → zeer substantiële ondersteuning
- Niveau 2 → substantiële ondersteuning
- Niveau 1 → ondersteuning
3 kritieke factoren zorgen voor verschil tussen ASS kinderen:
1. Mate van intellectuele ontwikkeling
2. Ernst van taalproblemen
3. Gedragsveranderingen met de leeftijd
Problemen jongere kinderen met ASS:
- Gebrek aan monitoren van sociale activiteiten van anderen
- Gebrek sociale en emotionele reciprociteit
- Ongebruikelijk non-verbaal gedrag
- Gebrek aan interesse in andere
- Niet kunnen delen van plezier of interesses met anderen
Niet focussen op ogen → meer op de mond of kin
Mentale retardatie/ Intellectual Disability
a) Deficiënties in de intellectuele functies
b) Deficiënties in het adaptieve functioneren
c) Beginnen gedurende ontwikkelingsperiode
Beperkingen in verschillende domeinen:
- Conceptuele domein
- Sociale domein
- Praktische domein
DD:
- Specifieke leerstoornis
- Communicatiestoornissen
- ASS
- Uitgebreide neurocognitieve stoornis
- Zwakbegaafd
Vorm → wordt gedefinieerd volgens adaptief functioneren en niet volgens IQ :
- Lichte vorm
- Matige vorm
- Ernstige vorm
- Zeer ernstige vorm
Problemen in sociale oordeelsvermogen
Risico en prognostische factoren:
- Genetica en fysiologie:
→ prenatale oorzaken: genetische syndromen, aangeboren fouten,
hersenafwijkingen, ziekte van de moeder, armoede, geweld, drugs/alcohol gebruik
van de ouders, niet voorbereid ouderschap
→ perinatale oorzaken: diverse gebeurtenissen rond de zwangerschap, geen
verzorging kunnen krijgen, afwijzen van hulp door de ouders
→ postnatale oorzaken: zuurstoftekort, traumatisch hersenletsel, infecties of
vergiftigingen, kindermisbruik
- Fragiele- X syndroom: mutatie op X-chromosoom
- Down: afwijking 21e chromosoom (1 extra)
- Prader Willi: afwijking 15e chromosoom
- Cultuur: komt overal voor
- Gender: meer bij jongens
4 categorieën risicofactoren:
1. Biomedisch
2. Sociaal
3. Gedrag
4. Educatief
FASD/ Fetal Alcohol Spectrum Disorder
Comorbiditeit:
, - ADHD
- Depressie
- Angststoornissen
- ASS
Interventies:
- Interventies op jonge leeftijden
- Gedragsbehandelingen
- Cognitieve gedragstherapie
- Family oriented strategies
Similar sequencing hypothesis → kinderen met MR gaan door zelfde stages van
cognitieve ontwikkeling en ook in dezelfde volgorde als kinderen zonder MR.
Similar structure hypothesis → bij gelijke mentale leeftijd, zullen kinderen met
retardatie op hetzelfde functioneringsniveau zijn op verschillende intellectuele taken.
Double ABCX model
verschil autisme en VB:
- Iq hoeft niet lager te zijn bij autisme
- Autisme minder sociaal
- Autisme meer patronen
- Autisme echolalie (woorden herhalen)
Taak 2A
Pervasieve ontwikkelingsstoornis → diep doordringend
Autisme Spectrum Stoornis:
a) Persisterende deficiënties in de sociale communicatie en sociale interactie
b) Beperkte repetitieve gedragspatronen, interesses of activiteiten
Ernst:
- Niveau 3 → zeer substantiële ondersteuning
- Niveau 2 → substantiële ondersteuning
- Niveau 1 → ondersteuning
3 kritieke factoren zorgen voor verschil tussen ASS kinderen:
1. Mate van intellectuele ontwikkeling
2. Ernst van taalproblemen
3. Gedragsveranderingen met de leeftijd
Problemen jongere kinderen met ASS:
- Gebrek aan monitoren van sociale activiteiten van anderen
- Gebrek sociale en emotionele reciprociteit
- Ongebruikelijk non-verbaal gedrag
- Gebrek aan interesse in andere
- Niet kunnen delen van plezier of interesses met anderen
Niet focussen op ogen → meer op de mond of kin