Heuristiek: Vroegmoderne Tijd IP
Boek I: Instellingen in de Bourgondische en Habsburgse Nederlanden
Deel I: De centrale instellingen in de Bourgondische Nederlanden
0. Inleiding
Instellingen
- Bv. UGent, ministeries, gemeenteraden, ngo’s, ziekenhuizen…
- Alles wat is ingesteld
- Universeel
Publiekrechtelijke instellingen
- Houden bronnen bij (in functie van hun doelstellingen)
Voorbeeld: lager en middelbare scholen in Congo in interbellum
- Archieven van kerkelijke instellingen
- Ministerie van koloniën
- Ministerie van Nationale Opvoeding/onderwijs
Institutionele oefening
Moet weten welke instellingen er bestaan en wat ze deden
Hoofdstuk 1: Staatsvormingen en institutionele ontwikkelingen – algemeenheden ter
overweging
Bourgondische tijd + ontwikkelen van organisaties
- Bourgondische Nederlanden => samengestelde staat
o Meer en meer verenigd
Centralisatie/machtsconcentratie door landsheer, via instellingen
- => greep op geweten verstevigen
o Universiteiten => belangrijke instellingen voor vorst
Politieke modernisering
- Grotere effectiviteit van staatsinstellingen (intern en extern)
Bottom-up
- Behoeftes die ontstaan aan de basis/belangen liggen aan de basis
Bureaucratisering => functionarissen (mensen die bureaujobs doen?)
- Machtsuitoefening vanachter een bureau
Juridisering
- Wetten worden gefinancierd en vastgelegd
,Uniformisering
- Binnen instellingen
Specialisering
Hogere fiscale druk
- Specialisering = duur
uitzonderingen en tempoverschillen
In de late ME en vroege VMT wordt W-Europese staatsvorming over het algemeen
gekenmerkt door opkomst en uitbouw van een ambtenarenstaat gepaard met
- Machtsconcentratie
- Specialisering
- Functionarisering
- Bureaucratisering
- toename fiscale druk
- uniformisering
Vorst wil machtsconcentratie (=centralisatie)
Gebruikt ambtenaren om een complex en hiërarchisch netwerk van instellingen en
beleidsorganen uit te bouwen
- Supra-centrale instellingen
o Bevoegdheden betreffende de hele staat
- Centrale instellingen
o Betreffende bepaald deel
- Gewestelijke instellingen
o Betreffende een deel van een deel
Instellingen worden geleid door functionarissen
- Leden van de derde stand die hun positie van de vorst hebben gekregen
- (ipv de adel)
Staatsvorming gebeurt ook Bottom-up
- Nieuwe maatschappelijke behoeften
Elke instelling heeft eigen opdracht => specialisering
- Bureaucratisering => archivering
Is allemaal duur => opvoeren fiscale druk
,Hoofdstuk 2: De centrale instellingen van 1385 tot 1473
1. De Kanselier van Bourgondië
1385: eerste kanselier (aangesteld door Filips de Stoute)
Bevoegdheden nooit precies omschreven
Hoofd van de kanselarij
Bewaard het groot zegel
- heeft handtekening in handen om een beslissing te maken
Juridisch geschoold (Fr of Bourgondië)
Zat de Hofraad voor
Woordvoerder voor de hertog
Belangrijk raadgever/vertrouwenspersoon van de vorst
Altijd in de omgeving van de vorst te vinden
Nicolas Rodin
Kanselier van 1522-1462
Belangrijke kanselier geweest
2. De Hofraad (Grans Conseil Ducal)
Van 1385 tot 1445: Grand Conseil Ducal
- Groep van mensen die de hertog moet informeren/regeren samen met de hertog
o (vandaag = Kroonraad)
o Binnenlands beleid
o Buitenlands beleid
o Financiën
o Rechtspraak
Kerndepartementen van een staat
- Samengesteld uit hoge edelen, maar ook juristen
- Belangrijke spelers in de Bourgondische Nederlanden => machtigen/hoge edelen
o Probleem: hoge edelen niet geschoold => ook juristen in raad
- 1435: taakverdeling tussen edelen en juristen
o Rechtspraak exclusief voor juristen
o In 1445 aparte juridische commissie binnen Hofraad => ‘De Grote Raad’
, Van 1445 tot 1473: start specialisatie
- Vanaf 1445 in grote mate van rechtspraak verlost
- Algemene politiek en financieel beleid bleven wel de aandacht vragen
o Algemeen beleid voor hoge edelen-raadsheren
o Financieel beleid voor aparte cel van ambtenaren-raadsheren
o => beide groepen geen autonome afdeling
- Filips de Goede => Hofraad herhaaldelijk gereorganiseerd
o Een gemeen punt hervormingen: institutionaliseren (binnen de hofraad)
o Twee duidelijk onderscheiden commissies:
Politiek en financieel
Naast de reeds bestaande rechterlijke comissie
o Karel de Stoute
Legt in 1473 ordonnanties van Thionville op
Vanaf 1474 enkel nog algemene politiek in Hofraad bepaald
1474-1477: uniformisering
Hoofdstuk 3: De ordonnanties van Thionville
Parlement van Mechelen
Opvolger van de Grote Raad
- Ontstaan tussen 1435 en 1445 binnen de Grand Conseil Ducal
- Nam vanaf 1445 de volledige Bourgondische rechtspraak voor zijn rekening
Specialisatie te danken aan
- Sterke territoriale uitbreiding
- Beëindigde oorlog met Frankrijk
o Filips de Goede en rijn raadsheren kunnen zich weer toespitsen op politiek en
rechtspraak
- Hertog streefde naar uitbreiding van zijn gezag
Boek I: Instellingen in de Bourgondische en Habsburgse Nederlanden
Deel I: De centrale instellingen in de Bourgondische Nederlanden
0. Inleiding
Instellingen
- Bv. UGent, ministeries, gemeenteraden, ngo’s, ziekenhuizen…
- Alles wat is ingesteld
- Universeel
Publiekrechtelijke instellingen
- Houden bronnen bij (in functie van hun doelstellingen)
Voorbeeld: lager en middelbare scholen in Congo in interbellum
- Archieven van kerkelijke instellingen
- Ministerie van koloniën
- Ministerie van Nationale Opvoeding/onderwijs
Institutionele oefening
Moet weten welke instellingen er bestaan en wat ze deden
Hoofdstuk 1: Staatsvormingen en institutionele ontwikkelingen – algemeenheden ter
overweging
Bourgondische tijd + ontwikkelen van organisaties
- Bourgondische Nederlanden => samengestelde staat
o Meer en meer verenigd
Centralisatie/machtsconcentratie door landsheer, via instellingen
- => greep op geweten verstevigen
o Universiteiten => belangrijke instellingen voor vorst
Politieke modernisering
- Grotere effectiviteit van staatsinstellingen (intern en extern)
Bottom-up
- Behoeftes die ontstaan aan de basis/belangen liggen aan de basis
Bureaucratisering => functionarissen (mensen die bureaujobs doen?)
- Machtsuitoefening vanachter een bureau
Juridisering
- Wetten worden gefinancierd en vastgelegd
,Uniformisering
- Binnen instellingen
Specialisering
Hogere fiscale druk
- Specialisering = duur
uitzonderingen en tempoverschillen
In de late ME en vroege VMT wordt W-Europese staatsvorming over het algemeen
gekenmerkt door opkomst en uitbouw van een ambtenarenstaat gepaard met
- Machtsconcentratie
- Specialisering
- Functionarisering
- Bureaucratisering
- toename fiscale druk
- uniformisering
Vorst wil machtsconcentratie (=centralisatie)
Gebruikt ambtenaren om een complex en hiërarchisch netwerk van instellingen en
beleidsorganen uit te bouwen
- Supra-centrale instellingen
o Bevoegdheden betreffende de hele staat
- Centrale instellingen
o Betreffende bepaald deel
- Gewestelijke instellingen
o Betreffende een deel van een deel
Instellingen worden geleid door functionarissen
- Leden van de derde stand die hun positie van de vorst hebben gekregen
- (ipv de adel)
Staatsvorming gebeurt ook Bottom-up
- Nieuwe maatschappelijke behoeften
Elke instelling heeft eigen opdracht => specialisering
- Bureaucratisering => archivering
Is allemaal duur => opvoeren fiscale druk
,Hoofdstuk 2: De centrale instellingen van 1385 tot 1473
1. De Kanselier van Bourgondië
1385: eerste kanselier (aangesteld door Filips de Stoute)
Bevoegdheden nooit precies omschreven
Hoofd van de kanselarij
Bewaard het groot zegel
- heeft handtekening in handen om een beslissing te maken
Juridisch geschoold (Fr of Bourgondië)
Zat de Hofraad voor
Woordvoerder voor de hertog
Belangrijk raadgever/vertrouwenspersoon van de vorst
Altijd in de omgeving van de vorst te vinden
Nicolas Rodin
Kanselier van 1522-1462
Belangrijke kanselier geweest
2. De Hofraad (Grans Conseil Ducal)
Van 1385 tot 1445: Grand Conseil Ducal
- Groep van mensen die de hertog moet informeren/regeren samen met de hertog
o (vandaag = Kroonraad)
o Binnenlands beleid
o Buitenlands beleid
o Financiën
o Rechtspraak
Kerndepartementen van een staat
- Samengesteld uit hoge edelen, maar ook juristen
- Belangrijke spelers in de Bourgondische Nederlanden => machtigen/hoge edelen
o Probleem: hoge edelen niet geschoold => ook juristen in raad
- 1435: taakverdeling tussen edelen en juristen
o Rechtspraak exclusief voor juristen
o In 1445 aparte juridische commissie binnen Hofraad => ‘De Grote Raad’
, Van 1445 tot 1473: start specialisatie
- Vanaf 1445 in grote mate van rechtspraak verlost
- Algemene politiek en financieel beleid bleven wel de aandacht vragen
o Algemeen beleid voor hoge edelen-raadsheren
o Financieel beleid voor aparte cel van ambtenaren-raadsheren
o => beide groepen geen autonome afdeling
- Filips de Goede => Hofraad herhaaldelijk gereorganiseerd
o Een gemeen punt hervormingen: institutionaliseren (binnen de hofraad)
o Twee duidelijk onderscheiden commissies:
Politiek en financieel
Naast de reeds bestaande rechterlijke comissie
o Karel de Stoute
Legt in 1473 ordonnanties van Thionville op
Vanaf 1474 enkel nog algemene politiek in Hofraad bepaald
1474-1477: uniformisering
Hoofdstuk 3: De ordonnanties van Thionville
Parlement van Mechelen
Opvolger van de Grote Raad
- Ontstaan tussen 1435 en 1445 binnen de Grand Conseil Ducal
- Nam vanaf 1445 de volledige Bourgondische rechtspraak voor zijn rekening
Specialisatie te danken aan
- Sterke territoriale uitbreiding
- Beëindigde oorlog met Frankrijk
o Filips de Goede en rijn raadsheren kunnen zich weer toespitsen op politiek en
rechtspraak
- Hertog streefde naar uitbreiding van zijn gezag