Wettelijke wijzen van eigendomsverkrijging
§1. Natrekking
553 BW stelt een dubbel (weerlegbaar) vermoeden in.
Het eigendomsvermoeden kan worden weerlegd door een
titel die de eigendom afscheidt van de grondeigendom
(opstalakte).
Het vermoeden dat de grondeigenaar zelf, op eigen kosten,
de gebouwen en werken heeft aangebracht, kan worden
weerleg met alle bewijsmiddelen rechtens bv. verzaking aan
de natrekking (= recht van opstal).
Werking van de natrekking (551, 712 BW)
Grond en materialen zijn van dezelfde eigenaar: Grond en materialen zijn van verschillende eigenaar:
Hier rijst uiteraard geen eigendomsconflict. Eigendomsconflict: wie wint? Grondeigenaar. De
grondeigenaar wordt dus eigenaar van de opgetrokken
gebouwen of werken.
Toch betekent dit niet steeds dat de eigenaar van de
materialen met lege handen achterblijft. Onderscheid:
554: Bouwen met andermans materialen op eigen 555: Bouwen met eigen materialen op andermans
grond: grond:
Grondeigenaar wordt eigenaar, maar vergoedingsplicht Bv. gebouw van gehuwden op de eigen grond van de man.
ten belope van de waarde van de materialen.
Onderscheid:
De eigenaar van de materialen is te goeder trouw: De eigenaar van de materialen is te kwader trouw:
Grondeigenaar wordt eigenaar, maar vergoedingsplicht. Grondeigenaar heeft de keuze:
Hij heeft de keuze:
- Wegruiming gebouwen vorderen.
- Waarde materialen.
- Gebouwen behouden, maar dan vergoedingsplicht
- Bedrag meerwaarde erf. (waarde materialen + arbeidsloon)
Rechtspraak: grondeigenaar verkrijgt de materialen
naarmate deze geïncorporeerd worden.
Rechtsleer: de natrekking voltrekt zich pas nadat de
grondeigenaar zijn keuze heeft kenbaar gemaakt. Indien
de grondeigenaar de wegruiming vordert, dient zulks
1 te
gebeuren op kosten van de eigenaar van de materialen.
, Wat is het lot van de opgetrokken gebouwen indien de bouwer en de grondeigenaar verbonden zijn
door een overeenkomst? Bv. huurder zet gebouw op het gehuurde goed.
De overeenkomst bepaalt het lot van de gebouwen: De overeenkomst bepaalt niks over lot gebouwen:
Er is geen probleem in dit geval.
Er bestaat een overeenkomst op grond waarvan de Geen zo'n overeenkomst/bedingen:
eigenaar van de materialen het recht heeft om te
- Cass: de huurder heeft recht op een vergoeding voor
bouwen:
verbeteringen aan het gebouw, mits de wegruiming
De natrekking treedt slechts in bij het einde van de onmogelijk is. De verhuurder die de werken behoudt, is
overeenkomst. Gedurende die overeenkomst heeft de bijgevolg aan de huurder een vergoeding verschuldigd (zie
eigenaar van de materialen dan een accessoir opstalrecht hoofdstuk 'huur').
op de gebouwen.
- Indien de wegruiming niet mogelijk is, moet de
kostenleer toegepast worden, volgens welke de
verhuurder aan de huurder een vergoeding verschuldigd is
voor de noodzakelijke en nuttige werken.
De bepaling inzake natrekking zijn niet van openbare orde: een contractuele afwijking is dus geldig.
Cass. heeft geoordeeld dat een beding tot verzaking aan de natrekking gelijkstaat met een
overeenkomst tot vestiging van een opstalrecht. Bijgevolg kan zo'n afstand van natrekking slechts
gevolgen hebben voor 50 jaar.
Natrekking en openbaar domein: Het uitgangspunt is dat natrekking kan spelen ten voordele van het
openbaar domein.
Traditioneel brengt de 'onbeschikbaarheid' van het openbaar domein met zich mee dat er geen recht
van opstal op een openbaar domeingoed kan worden gevestigd. Niettemin oordeelde Cass. dat de
vestiging van een opstalrecht op het openbaar domein onder bepaalde omstandigheden mogelijk is
wanneer de openbare bestemming van het goed zich hier niet tegen verzet en de overheid te allen
tijde het recht behoudt het gebruik ervan te regelen.
Het ligt anders voor een accessoir opstalrecht, dat volgt uit een door de overheid wettelijk
toegestaan privatief gebruiksrecht op die goederen. Indien dat gebruiksrecht tevens de bevoegdheid
tot het oprichten van gebouwen omvat, moeten die gebouwen volgens het gemeen recht
toebehoren aan de titularis van dat privatief gebruiksrecht. In die opvatting zou een wettelijk recht
van opstal, dat accessoir is aan een wettelijke erfdienstbaarheid van openbaar nut, wel moeten
worden aanvaard. Bijgevolg zou de operator eigenaar blijven van het door haar aangelegd netwerk
onder, op of boven het openbaar domein.
2
§1. Natrekking
553 BW stelt een dubbel (weerlegbaar) vermoeden in.
Het eigendomsvermoeden kan worden weerlegd door een
titel die de eigendom afscheidt van de grondeigendom
(opstalakte).
Het vermoeden dat de grondeigenaar zelf, op eigen kosten,
de gebouwen en werken heeft aangebracht, kan worden
weerleg met alle bewijsmiddelen rechtens bv. verzaking aan
de natrekking (= recht van opstal).
Werking van de natrekking (551, 712 BW)
Grond en materialen zijn van dezelfde eigenaar: Grond en materialen zijn van verschillende eigenaar:
Hier rijst uiteraard geen eigendomsconflict. Eigendomsconflict: wie wint? Grondeigenaar. De
grondeigenaar wordt dus eigenaar van de opgetrokken
gebouwen of werken.
Toch betekent dit niet steeds dat de eigenaar van de
materialen met lege handen achterblijft. Onderscheid:
554: Bouwen met andermans materialen op eigen 555: Bouwen met eigen materialen op andermans
grond: grond:
Grondeigenaar wordt eigenaar, maar vergoedingsplicht Bv. gebouw van gehuwden op de eigen grond van de man.
ten belope van de waarde van de materialen.
Onderscheid:
De eigenaar van de materialen is te goeder trouw: De eigenaar van de materialen is te kwader trouw:
Grondeigenaar wordt eigenaar, maar vergoedingsplicht. Grondeigenaar heeft de keuze:
Hij heeft de keuze:
- Wegruiming gebouwen vorderen.
- Waarde materialen.
- Gebouwen behouden, maar dan vergoedingsplicht
- Bedrag meerwaarde erf. (waarde materialen + arbeidsloon)
Rechtspraak: grondeigenaar verkrijgt de materialen
naarmate deze geïncorporeerd worden.
Rechtsleer: de natrekking voltrekt zich pas nadat de
grondeigenaar zijn keuze heeft kenbaar gemaakt. Indien
de grondeigenaar de wegruiming vordert, dient zulks
1 te
gebeuren op kosten van de eigenaar van de materialen.
, Wat is het lot van de opgetrokken gebouwen indien de bouwer en de grondeigenaar verbonden zijn
door een overeenkomst? Bv. huurder zet gebouw op het gehuurde goed.
De overeenkomst bepaalt het lot van de gebouwen: De overeenkomst bepaalt niks over lot gebouwen:
Er is geen probleem in dit geval.
Er bestaat een overeenkomst op grond waarvan de Geen zo'n overeenkomst/bedingen:
eigenaar van de materialen het recht heeft om te
- Cass: de huurder heeft recht op een vergoeding voor
bouwen:
verbeteringen aan het gebouw, mits de wegruiming
De natrekking treedt slechts in bij het einde van de onmogelijk is. De verhuurder die de werken behoudt, is
overeenkomst. Gedurende die overeenkomst heeft de bijgevolg aan de huurder een vergoeding verschuldigd (zie
eigenaar van de materialen dan een accessoir opstalrecht hoofdstuk 'huur').
op de gebouwen.
- Indien de wegruiming niet mogelijk is, moet de
kostenleer toegepast worden, volgens welke de
verhuurder aan de huurder een vergoeding verschuldigd is
voor de noodzakelijke en nuttige werken.
De bepaling inzake natrekking zijn niet van openbare orde: een contractuele afwijking is dus geldig.
Cass. heeft geoordeeld dat een beding tot verzaking aan de natrekking gelijkstaat met een
overeenkomst tot vestiging van een opstalrecht. Bijgevolg kan zo'n afstand van natrekking slechts
gevolgen hebben voor 50 jaar.
Natrekking en openbaar domein: Het uitgangspunt is dat natrekking kan spelen ten voordele van het
openbaar domein.
Traditioneel brengt de 'onbeschikbaarheid' van het openbaar domein met zich mee dat er geen recht
van opstal op een openbaar domeingoed kan worden gevestigd. Niettemin oordeelde Cass. dat de
vestiging van een opstalrecht op het openbaar domein onder bepaalde omstandigheden mogelijk is
wanneer de openbare bestemming van het goed zich hier niet tegen verzet en de overheid te allen
tijde het recht behoudt het gebruik ervan te regelen.
Het ligt anders voor een accessoir opstalrecht, dat volgt uit een door de overheid wettelijk
toegestaan privatief gebruiksrecht op die goederen. Indien dat gebruiksrecht tevens de bevoegdheid
tot het oprichten van gebouwen omvat, moeten die gebouwen volgens het gemeen recht
toebehoren aan de titularis van dat privatief gebruiksrecht. In die opvatting zou een wettelijk recht
van opstal, dat accessoir is aan een wettelijke erfdienstbaarheid van openbaar nut, wel moeten
worden aanvaard. Bijgevolg zou de operator eigenaar blijven van het door haar aangelegd netwerk
onder, op of boven het openbaar domein.
2