College 1 – Bouw en werking
CT = computer tomografie (Tomos = doorsnijden).
Door middel van een kegelvormige bundel (3D) kun je
een groter gedeelte in één keer scannen; Multi Detector
CT) hoe meer detectors hoe sneller en hoe meer je
tegelijk kunt scannen. Hoe sneller; hoe minder lang de
patiënt zijn/haar adem hoeft in te houden, hoe minder
contrastmiddel (vergif voor de nieren) en hoe minder
stralenbelasting.
, Matrix array detector is een detector met elementen van gelijke grootte in de Z richting
(lengte van patiënt); linear array.
Adaptive array detector heeft elementen met variabele grootte; in het midden van de
detector kleine elementen en naar buiten toe grotere elementen.
Voor de beste spatiële resolutie zijn zo dun mogelijke plakjes vereist.
De collimatie bepaald in de Z-richting hoeveel detector-rijen aangestraald worden. Uit de
buisvenster tredende röntgenbundel wordt beperkt door het diafragma. De collimatie is
afhankelijk van de mogelijkheden van het systeem waar je mee werkt.
De absorptieverschillen tussen weefsels worden per pixel uitgerekend, over deze informatie
worden nog profielen en synogrammen heen gezet omdat de röntgenbuis bij het maken van
een CT opname rond draait, nergens zijn rechte plakjes; alle informatie is schuin. Ruwe data
wordt omgezet naar beeldinformatie.
Werkcollege 1
Contrastvloeistof:
- Intraveneus: aderen
- Oraal: spijsvertering
Diagnostisch: Aanvraag bekijken en beoordelen welk onderzoek uitgevoerd moet worden
passende bij de medische indicatie
Voorbereiding: Patiëntgegevens invoeren, hulpmiddelen klaarleggen, apparatuur
klaarzetten
Uitvoering: Patiënt binnenhalen incl de juiste controle en ontkleding en instructie, onderzoek
uitvoeren (instellen van de foto etc)
Evaluatie: Controle van de foto’s op technische en medische beeldkwaliteit
Er wordt eerst een overzichtsscan (topogram) gemaakt. Bij de overzichtsscan blijft de
röntgenbuis op één positie staan en beweegt de tafel door de scanner heen. Op deze
overzichtsscan kun je de veldgrenzen instellen.