College 1
Wat is bestuurskunde?
• Maatschappelijke vraagstukken
o Onderzoeken, beschrijven, oplossingen bedenken aan de hand van theorieën
• Openbaar bestuur
o Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen
• Interdisciplinair
Doel bestuurskunde
• Inzicht in functioneren openbaar bestuur (begrip, reflectie, ‘aanbeveling’)
• Inzicht in (verticale en horizontale) relaties binnen en tussen verschillende bestuurslagen en
sectoren: lokaal, provinciaal, nationaal, internationaal + functioneel bestuur + semi-overheid
+ deel maatschappelijk middenveld (publieke taken; multi level governance)
• Belangrijk is: vergelijking!
Beleid en organisaties
• Twee middelen openbaar bestuur om samenleving te sturen
• Beleid & besluitvorming: beleidsinstrumenten, beleidscyclus, macht & invloed
• Organisatie & management: organisatiestructuren, effectiviteit, omgevingsinvloeden
• Maar: beleid pakt vaak anders uit dan bedoeld en organisaties zijn vaak moeilijk te
beheersen en te sturen!
Wat is beleid?
• Gericht op sturing -> de afstemming van het doen en laten van burgers en maatschappelijke
organisaties
• Sturing van de maatschappij?
• Sturing -> coördinatie
• Wie / wat stuurt in maatschappij?
o Overheid
o Maatschappelijke zelfsturing
Diversiteit aan actoren
o Sturing door marktwerking
o Hybride vormen (samen met bedrijfsleven)
Hoe kan er worden gestuurd?
• Beleidsinstrumenten
• Voorschriften (juridische instrumenten)
• Financiele prikkels (economische instrumenten)
• Informatie overdracht (communicatieve instrumenten)
• Materiele instrumenten (fysieke instrumenten)
Keuze van instrumenten
• Bij keuze van beleidsinstrumenten van belang:
o Analytische of functionele aspecten (kosten & baten / meest efficiënte instrument)
o Een aantal politieke aspecten
, Nederland is een gedecentraliseerde eenheidsstaat
Drie bestuurslagen:
• Rijksoverheid (landelijk bestuur)
• Provincies (regionaal bestuur)
• Gemeenten (lokaal bestuur) en waterschappen
Autonomie en medebewind
• Autonomie: taken die provincies en gemeenten op eigen initiatief en volgens eigen inzichten
verrichten
Voorbeelden: evenementenbeleid, beheer openbare ruimte
• Medebewind: taken die provincies en gemeenten in opdracht en volgens de regels van de
hogere overheid uitvoeren
Voorbeelden: participatiewet, WMO
College 2
Beleid, wat is het?
• Beleid kan worden omschreven als het streven naar het bereiken van bepaalde doeleinden
met bepaalde middelen en in een bepaalde tijdsvolgorde
• Beleid: de voornemens, keuzes en acties van een of meer bestuurlijke instanties gericht op
de sturing van een bepaalde maatschappelijke ontwikkeling
o Overeenkomsten:
Doelen
Tijd
Overheid
Motieven voor overheidsingrijpen
• Geweldsmonopolie
• Preventie van monopolies en kartels
• Productie van collectieve goederen
• Regulering van externe effecten
• Beheersing van 'merit goods' (bemoeigoederen)
• Compensatie van verdelingseffecten
Beleidsinstrument
• Een beleidsinstrument is al datgene dat een actor gebruikt of kan gebruiken om een bepaald
doel te behalen
• Soorten van overheidsingrijpen:
o Realisatie van doelen via gedragsbeïnvloeding
o Overheidsproductie en – voorzieningen
o Bestuursinstrumenten
• 4 soorten gedragsbeïnvloedende beleidsinstrumenten:
o Juridisch,
o Economisch,
o Communicatief,
o Fysiek