Part 1. On Management
Hoofdstuk 1. De baan van de manager
Er zijn vier mythen over wat de manager doet:
1. De manager is een reflectieve, systematische planner
Ze reageren juist op de behoefte van het moment, werken in een onverbiddelijk tempo en er
is afwisseling.
2. De effectieve manager heeft geen reguliere taken
Deze zijn er wel: onderhandelen en het verwerken van ‘’soft’’ informatie naar personeel.
3. De senior-manager heeft informatie nodig die een formeel managementinformatiesysteem
het beste biedt.
Informatie overdragen gebeurt werkelijk via mondelinge media: telefoon/ vergaderingen. De
meeste belangrijke informatie komt hiervandaan.
4. Management is, of wordt snel een wetenschap en beroep.
Nee, want de informatie wordt voornamelijk opgeslagen in het brein: het wordt niet
opgeschreven zoals bij een wetenschap. Hierdoor wordt vertrouwd op hun oordeel en
intuïtie.
Beknoptheid, fragmentatie en mondelinge communicatie zijn kenmerkend voor managers werk. De
manager is de persoon die de baas is van een organisatie. Er zijn tien rollen voor de manager:
Interpersoonlijke rollen
1. Boegbeeld: bijvoorbeeld bepaalde mensen ontmoeten, of klanten meenemen op lunch
2. Leider: verantwoordelijk voor aantal zaken zoals mensen aannemen, maar ook voor mensen
3. Verbindingsrol: netwerk van contacten onderhouden.
Informatieve rollen
4. Monitor: scannen van de omgeving voor informatie (vaak in een netwerk van persoonlijke
contacten). Opzoek naar nieuwe ideeën.
5. Rol van verspreider: informatie doorgeven aan personeel
6. Woordvoerder: informatie doorgeven aan externen
Beslissende rollen
7. Ondernemer: verbeteren van het bedrijf, aanpassen aan veranderingen (nieuwe ideeën).
8. Anticiperen op verstoringen: reageren op druk omdat de verandering buiten de controle van
de manager is.
9. Toewijzen van middelen: toewijzen wie wat krijgt. Grootste middel: de tijd van de manager.
10. Onderhandelaar: is voorzien van alle informatie om te onderhandelen met externen.
Deze rollen vormen een geïntegreerd geheel.
De effectiviteit van de manager wordt aanzienlijk beïnvloed door hun inzicht in hun eigen werk. Hun
prestatie hangt af van of ze het begrijpen en hoe ze reageren op druk en dillema’s.
Er zijn 3 specifieke aandachtspunten:
• De manager moet een systematische manier vinden om de informatie te delen
• Anticiperen op druk door voldoende aandacht te geven aan de kwesties die het nodig hebben
door te kijken naar het grote plaatje.
• Controle krijgen over haar/zijn tijd door verplichtingen om te zetten in voordelen en
voordelen om te zetten in verplichtingen (zoals vrije tijd in plannen).