Artikel Resilience Processes in Devolopment
Leerdoel: Wat is veerkracht?
Leerdoel: Welke factoren zijn van invloed op veerkracht?
Leerdoelen: Welke verschillen bestaan er tussen mensen m.b.t. veerkracht?
Key concept veerkracht (2 voorwaarden):
1. Er moet sprake zijn van een significante bedreiging van de
ontwikkeling/aanpassing van het betreffende individu of systeem.
2. Ondanks die dreiging of blootstelling aan een risico weet het individu of systeem
zich voldoende aan te passen.
Risicofactoren: gaat over bepaalde kenmerken in een groep die een negatieve uitkomst op
bepaalde gebieden kunnen voorspellen. Dit gaat echter altijd over ene grote groep en zegt
niet per se iets een indivisu binnen die groep. Vaak is er binnen zo’n groep een grote
heterogeniteit aan uiteindelijke uitkomsten (BV vroeggeboorte is een risicofactor, maar
binnen die groep van te vroeg geboren individuen zijn er weer veel individuele verschillen in
andere factoren die ook van invloed zijn op de uitkomst).
cumulatieve risicofactoren: als zich meerdere risicofactoren opstapelen, als eenzelfde
risicofactor in meerdere verschijningsvormen voorkomt en als de effecten van een tegenslag
die op dat moment plaatsvindt zich opstapelen.
Distale risicofactoren: risico dat voorkomt uit de ecologische context van een kind.
BV veel criminaliteit in de buurt.
Proximale risicofactoren: risicofactoren die direct door het kind worden ervaren.
Cumulatieve protectieve factoren: de aanwezigheid van meerdere protectieve factoren.
Sommige vormen van tegenslag zijn zo chronisch en massief dat geen enkel kind verwacht
wordt in zo’n situatie veerkrachtig te kunnen zijn, dat kan pas als de omgeving van het kind
weer wat veiliger en normaler wordt (BV tijdens een trauma kan geen veerkracht verwacht
worden, maar veerkracht verwijst dan naar een goed herstel na het trauma).
Vaak wordt de goede uitkomst die past bij veerkracht gedefinieerd op basis van de
geobserveerde of gerapporteerde competentie in het kader van de competentie die veracht
mag worden van een kind gegeven leeftijd, gender en socioculturele en historische context.
dit hangt samen met in hoeverre een kind tegemoet kan komen aan bepaalde
ontwikkelingstaken.
kinderen met veerkracht kunnen hieraan tegemoet komen ondanks de blootstelling aan
significante risico’s en tegenslagen.
, In de eerste golf was men vooral gefocust op het in kaart brengen van voorspellers van
positieve adaptatie tegen een achtergrond van risico of tegenslag. Hierbij werd gekeken naar
2 soorten voorspellers:
- Assets/compenserende factoren: positieve factoren die samenhangen met een
betere adaptatie bij elk mogelijk niveau van risico (dus van hoog tot laag).
BV responsief ouderschap.
- Protectieve factoren: factoren die vooral samenhangen met positieve adaptatie bij
een hoog-risico (veronderstellen een zekere bescherming tegen dat hoge risico, ze
modereren de impact van tegenslag op adaptatie), BV: uithuisplaatsing of therapie.
Ontwikkelingsperspectief: kinderen hebben verschillende soorten kwetsbaarheden en
protectieve systemen op verschillende momenten in hun ontwikkeling (BV voor een baby die
erg afhankelijk is van de zorg van de ouders is ook erg gevoelig voor mishandeling/verlies
van de ouders).
Het was al duidelijk (golf 1) dat veerkracht niet op alle momenten in de tijd hetzelfde is en
dat het ook niet voor alle aspecten van het leven hetzelfde is. De tweede golf gaat verder en
kijkt naar verschillende niveaus van een context die met elkaar interacteren en zo voor
veerkracht zorgen. De meest complexe modellen m.b.t. veerkracht focussen op gezonde vs.
maladaptieve paden van ontwikkelingen in de levens van kinderen die te maken krijgen met
tegenslagen.
in het kader hiervan is veel longitudinaal onderzoek gedaan waardoor je naar de
verschillen binnen individuen kan kijken en niet alleen naar verschillen tussen individuen.
- Uit onderzoek is BV gebleken dat veel mensen die in de adolescentie moeite hadden
met coping, hier in de volwassenheid van herstellen en dit is dan vaak gerelateerd
aan verbanden met een echtgenoot en werk (deze factoren bleken belangrijk (binnen
een individu) om een positieve verandering door te maken over de tijd). Voor andere
hoge-risico groepen bleken ondersteunde familie, vrienden of andere netwerken
weer een positieve verandering te weeg te brengen er kan dus sprake zijn van
keerpunten in de loop van een leven die uiteindelijk een permanente verandering in
iemands ontwikkelingspad teweeg kan brengen.
- Er zijn echter ook veel kinderen die niet herstellen. De kans dat slechte adaptatie zich
over verloop van tijd voortzet is groter als verschillende competentiegebieden
aangetast zijn.
- Het kan ook zo zijn dat de gevolgen van tegenslagen niet meteen, maar juist later in
de ontwikkeling pas tot uiting komen.
- Het kan schadelijk zijn om over veerkracht te spreken als een individueel kenmerk
wat je wel of niet hebt, het zou daarom beter zijn om van een veerkrachtcontinuüm
te spreken. Het hangt daarnaast ook niet alleen van het kind zelf af, maar ook van
alle systemen om het kind.
De processen die leiden tot veerkracht of kwetsbaarheid moeten in een holistische context
worden bekeken.
De rol van cultuur: bepaalde culturele factoren zoals religie, tradities en ceremonies kunnen
ook een beschermende factor vormen om met tegenslagen om te kunnen gaan. Bij