HOOFDSTUK 1: PATHOLOGIE VAN DE SLOKDARM
1.1 ALGEMENE ANATOMIE EN FYSIOLOGIE VAN DE SLOKDARM
ALGEMENE ANATOMIE VAN DE SLOKDARM
1. Bovenste oesofagiale sfincter = m. cricopharyngeus
(dwarsgestreepte spier, willekeurig)
2. Primaire peristaltiek
3. Lage oesofagiale sfincter (gladde spier, autonoom via reflex die
getriggerd wordt door slikken)
Proximale gedeelte van de slokdarm bestaat nog uit dwarsgestreept
spierweefsel, maar het distale gedeelte bestaat uit glad spierweefsel. Eens
de bolus in het gladde spierweefsel zit, heeft men geen controle meer
over de bolus
ALGEMENE HISTOLOGIE VAN DE SLOKDARM
1
, In de submucosa bevinden zich bloedvaten en lymfevaten, dit heeft als klinische betekenis dat wanneer een
tumor ingroeit in de submucosa de kans op lymfogene of hematogene metastasen vergroot. Dit noemt men
submucosale invasie.
1.2 GASTRO-OESOPHAGEAL REFLUX DISEASE (GERD)
BESCHERMINGSMECHANISMEN TEGEN REFLUX
1. Bicarbonaat (HCO3-):
a. Speeksel
b. Epitheelcellen van de slokdarm
2. Zwaartekracht
3. Secundaire peristaltiek (= peristaltiek die maagzuur terug
naar de maag brengt wanneer er reflux zou zijn)
4. Lage oesofagiale sfincter + diafragma (deze versterken elkaar
op voorwaarde dat ze op hetzelfde niveau liggen)
5. Goede maaglediging
Iedereen heeft wel eens reflux, maar door de bovenvermelde beschermingsmechanismen heeft men daar geen
last van. Iedereen heeft 4% van 24u reflux (= fysiologische reflux, ± 20 keer per dag) waar normaal gezien geen
last van ondervonden wordt.
Wanneer er wel last is, dan spreekt men van pathologische gastro-oesofagiale reflux. Wanneer dit aanleiding
geeft tot ziekte dan spreek van gastro-oesofagiale reflux ziekte (GERZ) of gastroesophageal reflux disease
(GERD). Dit wordt ook wel ‘pathologische reflux’ genoemd.
2
,OORZAKEN VAN GERD
Maagbreuk:
= Hernia diaphragmatica
= Hiatus hernia (= door de holte in diafragma waar de slokdarm en aorta door lopen)
Heel veel mensen hebben een maagbreuk zonder dat men daar last van ondervindt. Indien er geen klachten
zijn moet men er niets aan doen.
Tijdens, en vooral na het slikken, krijg je contractie van het middenrif waardoor het maagzuur gevangen zit in
de ‘acid pocket’ boven het diafragma en dan is er vrij spel naar boven toe. Zo krijgt men last van reflux.
à Een maaghernia wordt vastgesteld op endoscopie.
3
, Transiënte lage oesofagiale sfincter relaxaties:
= TLESRs
= Het voornaamste mechanisme van GERD
Op deze figuur kan men zien dat de LES zicht ontspant, maar dat er niet geslikt werd. Dan spreekt men van een
ongepast transiënte LES relaxatie. Hierdoor treedt er reflux op en ontstaat er een secundaire peristaltische golf.
Hypoperistaltische oesophagus:
Dit kan voorkomen bij de aandoening ‘sclerodermie’, specifiek bij de subvorm het CREST-syndroom:
- C = Calcinose
- R = Raynaudfenomeen
- E = Eosofagiale dysmotiliteit
- S = Sclerodactylie
- T = Teleangiëctasieën
RISOCOFACTOREN VOOR GERD
Obesitas:
à Door abdominaal vet wordt het diafragma uitgerekt waardoor de sfincter uitgerekt wordt
Zwangerschap:
à Door abdominale overdruk
4