Veiligheid en Middelen Blok 3 Jaar 2
College 1
Onthoud: Uitgaven zijn niet hetzelfde als kosten. Uitgaven zijn eenmalige aankopen zoals een auto.
Kosten is het geld wat je kwijt bent door het kopen van de auto, zoals brandstof en de verzekering.
Als je kosten wil optellen mag je geen kosten per jaar en kosten per maand optellen. Noteer: P.J. en
P.M. Dus als je een kostenberekening wil maken, moet je alle kosten omrekenen naar per jaar of per
maand.
Kosten = Aantal euro’s per product, onderverdeelbaar in:
1. Vast (constante koste ongeacht of bedrijfsdrukte toeneemt of afneemt)
2. Variabel
3. Direct
4. Indirect
Variabele kosten: Kosten die wijzigen bij een toenemende of afnemende bedrijfsdrukte.
Proportioneel variabele kosten Lineair verband tussen productie en kosten. Elke kilometer
is 10 cent
Progressief variabele kosten Hoe meer kilometer je maakt, hoe meer het gaat kosten per
kilometer
Degressief variabele kosten Hoe meer kilometer je maakt, hoe minder het gaat kosten per
kilometer
Directe kosten: Kosten die direct aan goederen of diensten toegerekend kunnen worden.
Salariskosten medewerkers die hun uren besteden
Overige kosten voor materialen, representatie
Alleen direct toe te wijzen als:
Direct verband met de productie
De kosten per eenheid te berekenen zijn
Indirecte kosten: Kosten die alleen via een verdeelsleutel aan de goederen of diensten toegerekend
kan worden. Ze zijn noodzakelijk om de productie te ‘’maken’’, maar er is GEEN directe koppeling
tussen de kosten en productie.
Gas, water, elektra
Huur van bedrijfspand
Kunnen alleen via verdeelsleutel toegerekend worden, verdeelsleutels zijn b.v:
Vierkante kilometers (Huisvestingskosten)
Aantal laptops
,Relatie tussen kosten
Direct Indirect
Vast
Variabel
De kosten zijn altijd vast OF variabel, maar kunnen direct EN indirect zijn.
Kostenverdeelstaat
Doel kostenverdeelstaat: Alle kosten uiteindelijk aan de producten toe te kunnen kennen, zodat we
weten hoeveel kosten verband houden met de productie ervan.
Directe kosten worden rechtstreeks toebedeeld aan hoofdkostenplaatsen, indirecte kosten worden
via hulpkostenplaatsen aan de productie toebedeeld.
Resultaat hoofdkostenplaats te beoordelen op 2 aspecten:
de hoogte van de omzet
de hoogte van de kosten
Resultaat hulpkostenplaats te beoordelen op 2 aspecten:
de hoogte van de kosten
De gerealiseerde doorbelastingen
, Structuur winst- en verliesrekeningen
Kostenplaatsen zijn afdelingen die kosten produceren tijdens het maken van een dienst of product.
De producten ‘’X en Y’’ dragen de kosten. Dit zijn kostendragers. Kostendragers zijn de auto’s die je
koopt en kostenplaatsen is alles wat daarachter gebeurt (directie, monteurs, productie)
Kostenindelingen
Individuele en maatschappelijke kosten
Materiële kosten en immateriële kosten
Individuele kosten: individuele kosten van een straatroof zijn de kosten die het slachtoffer oploopt
als gevolg van het delict. Dit kan de kosten van het product zijn, maar ook kosten die zijn gemaakt
door behandeling van lichamelijk letsel, het zijn directe kosten voor het slachtoffer.
Maar ook de dader kan individuele kosten oplopen, zoals voorbereiding op het delict (inkopen
wapens) en hij had ook andere arbeid in de tijd van het plegen van het delict kunnen doen.
Maatschappelijke kosten: Kosten waar heel de maatschappij voor betaalt, wanneer er een straatroof
plaatsvindt en de politie start een zoektocht, dan moet iemand de kosten van de politiekracht
betalen. Dat doen wij, de burgers, met zijn allen.
Materiële kosten: Kosten waarbij betaling aan derden plaatsvindt, zoals vervanging, aanschaf van
verloren goederen, dienstverlening door maatschappelijk hulpverleners, gevangeniscellen en
politiewerkzaamheden
Immateriële kosten: Moeilijk in geld uit te drukken, hiermee wordt de geestelijke schade bedoeld die
iemand oploopt als gevolg van een delict. Denk bijvoorbeeld aan angst en pijn. Toch kan immateriële
schade worden berekend, dit gebeurd met de QALY-methode.
Vaste kosten Variabele kosten Directe kosten Indirecte kosten
Administratiekoste X x
n
Kosten x X
uitzendkrachten
Afschrijvingsboeken x x X
Lesboeken cursus x X
Kosten X X
kantoormateriaal
Onderhoudskosten x X
camera’s
Kosten elektriciteit X X x
Rentelasten lening X X
Huurlasten x x x
bedrijfsruimte
College 1
Onthoud: Uitgaven zijn niet hetzelfde als kosten. Uitgaven zijn eenmalige aankopen zoals een auto.
Kosten is het geld wat je kwijt bent door het kopen van de auto, zoals brandstof en de verzekering.
Als je kosten wil optellen mag je geen kosten per jaar en kosten per maand optellen. Noteer: P.J. en
P.M. Dus als je een kostenberekening wil maken, moet je alle kosten omrekenen naar per jaar of per
maand.
Kosten = Aantal euro’s per product, onderverdeelbaar in:
1. Vast (constante koste ongeacht of bedrijfsdrukte toeneemt of afneemt)
2. Variabel
3. Direct
4. Indirect
Variabele kosten: Kosten die wijzigen bij een toenemende of afnemende bedrijfsdrukte.
Proportioneel variabele kosten Lineair verband tussen productie en kosten. Elke kilometer
is 10 cent
Progressief variabele kosten Hoe meer kilometer je maakt, hoe meer het gaat kosten per
kilometer
Degressief variabele kosten Hoe meer kilometer je maakt, hoe minder het gaat kosten per
kilometer
Directe kosten: Kosten die direct aan goederen of diensten toegerekend kunnen worden.
Salariskosten medewerkers die hun uren besteden
Overige kosten voor materialen, representatie
Alleen direct toe te wijzen als:
Direct verband met de productie
De kosten per eenheid te berekenen zijn
Indirecte kosten: Kosten die alleen via een verdeelsleutel aan de goederen of diensten toegerekend
kan worden. Ze zijn noodzakelijk om de productie te ‘’maken’’, maar er is GEEN directe koppeling
tussen de kosten en productie.
Gas, water, elektra
Huur van bedrijfspand
Kunnen alleen via verdeelsleutel toegerekend worden, verdeelsleutels zijn b.v:
Vierkante kilometers (Huisvestingskosten)
Aantal laptops
,Relatie tussen kosten
Direct Indirect
Vast
Variabel
De kosten zijn altijd vast OF variabel, maar kunnen direct EN indirect zijn.
Kostenverdeelstaat
Doel kostenverdeelstaat: Alle kosten uiteindelijk aan de producten toe te kunnen kennen, zodat we
weten hoeveel kosten verband houden met de productie ervan.
Directe kosten worden rechtstreeks toebedeeld aan hoofdkostenplaatsen, indirecte kosten worden
via hulpkostenplaatsen aan de productie toebedeeld.
Resultaat hoofdkostenplaats te beoordelen op 2 aspecten:
de hoogte van de omzet
de hoogte van de kosten
Resultaat hulpkostenplaats te beoordelen op 2 aspecten:
de hoogte van de kosten
De gerealiseerde doorbelastingen
, Structuur winst- en verliesrekeningen
Kostenplaatsen zijn afdelingen die kosten produceren tijdens het maken van een dienst of product.
De producten ‘’X en Y’’ dragen de kosten. Dit zijn kostendragers. Kostendragers zijn de auto’s die je
koopt en kostenplaatsen is alles wat daarachter gebeurt (directie, monteurs, productie)
Kostenindelingen
Individuele en maatschappelijke kosten
Materiële kosten en immateriële kosten
Individuele kosten: individuele kosten van een straatroof zijn de kosten die het slachtoffer oploopt
als gevolg van het delict. Dit kan de kosten van het product zijn, maar ook kosten die zijn gemaakt
door behandeling van lichamelijk letsel, het zijn directe kosten voor het slachtoffer.
Maar ook de dader kan individuele kosten oplopen, zoals voorbereiding op het delict (inkopen
wapens) en hij had ook andere arbeid in de tijd van het plegen van het delict kunnen doen.
Maatschappelijke kosten: Kosten waar heel de maatschappij voor betaalt, wanneer er een straatroof
plaatsvindt en de politie start een zoektocht, dan moet iemand de kosten van de politiekracht
betalen. Dat doen wij, de burgers, met zijn allen.
Materiële kosten: Kosten waarbij betaling aan derden plaatsvindt, zoals vervanging, aanschaf van
verloren goederen, dienstverlening door maatschappelijk hulpverleners, gevangeniscellen en
politiewerkzaamheden
Immateriële kosten: Moeilijk in geld uit te drukken, hiermee wordt de geestelijke schade bedoeld die
iemand oploopt als gevolg van een delict. Denk bijvoorbeeld aan angst en pijn. Toch kan immateriële
schade worden berekend, dit gebeurd met de QALY-methode.
Vaste kosten Variabele kosten Directe kosten Indirecte kosten
Administratiekoste X x
n
Kosten x X
uitzendkrachten
Afschrijvingsboeken x x X
Lesboeken cursus x X
Kosten X X
kantoormateriaal
Onderhoudskosten x X
camera’s
Kosten elektriciteit X X x
Rentelasten lening X X
Huurlasten x x x
bedrijfsruimte