ZIEKTEMECHANISMEN: SCIOT
1.Ziekte en diagnose
Pathologische ontleedkunde
= bestuderen en diagnosticeren van ziekte obv morfologische/genetische kenmerken
1.1. Wat is een ziekte? Wat is een diagnose? De rol van
histopathologie
1. Door morfologische afwijkingen in weefsels/cellen een ziekte definiëren
2. Behandelende arts een kader geven om correcte behandeling te starten
3. Bestuderen van ziektemechanismen
>95% van diagnose die gesteld worden zijn gebaseerd op morfologisch onderzoek
1.2. Doelstelling van morfologisch onderzoek
Morfologisch onderzoek = hoeksteen van diagnose
MAAR aantal problemen:
o Niet alle ziekteprocessen hebben morfologische kenmerken
o Vaak aspecifiek (bv. infiltratie van lymfocyten in gewricht, verschillende spierziekten, …)
o Correlatie met klinische gegevens nodig
o Representativiteit: juiste biopsie nodig (bv. grote sarcomen kunnen heterogeen zijn)
o Niet alle letsels in gepreleveerd weefsel worden gevonden
o Soms zo vroeg onderzoek dat letsels is prediagnostisch stadium zijn
Vanaf 1850 belangrijke impact op geneeskunde:
Ziekte = verstoring van structuur en functie van cellen
Religieuze - en technische beperkingen + beperkt inzicht van normaal menselijk lichaam + geen inzicht
in ‘elementaire eenheid’ van geneeskunde (DE cel)
Zodiac man: verband ts tekens van dierenriem en bepaalde lichaamsdelen
Rudolph Virchow = grondlegger van pathologische anatomie
Leukemie, thrombose, embolie, functio laesa, chromatine, parenchym, …
Doel:
o Tumor of ontsteking of ander proces?
o Welke tumor? Differentiatie? Goedaardig of kwaadaardig?
o Gradering? Stadiëring?
o Als geen tumor: oorzaak? Infectie? Metabole afwijking?
o Type, graad en ernst van letsel? Sluimerende of actieve ontsteking?
! Geef patholoog klinische info
,1.3 methodes in pathologie
Cytopathologie
= diagnose adhv afschrapen van losse cellen van mucosa OF aspiratie met fijne naald
Obv afwijkende kenmerken van cytoplasma en kernen van cellen
Snel, weinig ingrijpend
Sampling errors = staal is op verkeerde plaats genomen
Technische problemen door slechte fixatie, uitstrijkje of bewerking
Interpretatieproblemen = niet alle tumoren laten zich cytologisch diagnosticeren + als diagnose mogelijk is, kan
er nog niets over stadiëring verteld worden
Histopathologie
= diagnose adhv resectie/biopsie met prelevatie van representatieve weefselfragmenten (macroscopisch)
obv paraffinecoupes, vriescoupes, histochemie, enzymhistochemie, immunohistochemie, elektronenmicroscopie,
moleculaire technieken
= gouden standaard
! Morfologische en moleculaire analyse altijd samenhouden
Autopsie
= uitwendige - en inwendige schouwing of sectie
(organen verwijderen, inspecteren en weefselfragmenten fixeren voor microscopisch onderzoek)
Medicolegaal = bij verdachte of gewelddadige overlijdens
= forensische geneeskunde
Gerechtelijke autopsies niet uitgevoerd tenzij bij vordering door parket; geen toelating gevraagd aan familie
Klinisch/ wetenschappelijk = bij overlijden tgv ziekte, controle klinische diagnose, epidemiologie
Enkel indien lijk vrijgegeven werd door parket
In 30%: relevante afwijkingen
300 Overlijden per jaar worden ten onrechte geclassificeerd als natuurlijk dood
, 2.Celpathologie: cellulaire adaptatie als reactie
op celbeschadiging
2.1. Reversibele beschadiging
Beperkte mogelijkheden van cel om te reageren op verschillende prikkels
o Wnr prikkel niet te intens is of niet te lang duurt is cel in staat zichzelf te herstellen
o Langdurige subletale beschadiging van cellen adaptatiereacties van cel in vijandig milieu
Atrofie
= vermindering van afmetingen + functie van cel
Adaptatie van cel door aantal functies af te sluiten: minimaal E-gebruik
Daling AZ-opname + O2-verbruik + eiwitsynthese
Minder aantal mitochondria, ER en cytoplasmatische filamenten
o Verminderde prikkeling van cel (bv. spieratrofie na gips)
o Ischemie + verminderde O2-toevoer
o Onvoldoende aanvoer voedingsstoffen (bv. spieratrofie bij ondervoeding)
o Onderbreking van trofische signalen (= neuraal of hormonaal)
o Chronische beschadiging (bv. atrofie van slijmvliezen in mond en pharynx door roken)
o Veroudering (= mede door ischemie)
o Occlusie van lozingsgang van exocriene klier -> atrofie van kliercel
o Fysiologisch (bv. menopauze)
Hypertrofie
= toename van afmetingen en activatie van cel
Trofische signalen of overdreven functionele belasting
Toegenomen EW-synthese
o Fysiologische hypertrofie (bv. geslachtsorganen tijdens zwangerschap oiv sex
hormonen)
o Verhoogde functionele belasting (bv. hartspier bij chronische overbelasting)
o Overvoeding hypertrofie en -plasie van vetcellen
Hyperplasie
= toename van aantal cellen in weefsel of orgaan
Niet in alle weefsels mogelijk (bv. hartspiercellen kunnen niet delen)
Vaak samen met hypertrofie
o Hormonale stimuli in puberteit en zwangerschap (toename trofische signalen)
o Voortdurende functionele belasting (bv. hypocalcemie en/of hyperfosfatemie: hyperplasie van TSH)
o Chronische irritatie (bv. pseudopoliepen (= hyperplastische mucosa) bij chronische inflammatie darm)
! Pediatrische obesitas: hyperplasie en hypertrofie van vetcellen
Moeilijk om weg te krijgen door extra cellen
Volwassen obesitas: enkel hypertrofie
Metaplasie
= omzetting van 1 celtype in ander (omkeerbaar)
Direct: onmiddellijke transformatie tussen gedifferentieerde cellen
Indirect: herprogrammatie van stamcellen
Barrett slokdarm: 50x meer kans op adenocarcinoom
1.Ziekte en diagnose
Pathologische ontleedkunde
= bestuderen en diagnosticeren van ziekte obv morfologische/genetische kenmerken
1.1. Wat is een ziekte? Wat is een diagnose? De rol van
histopathologie
1. Door morfologische afwijkingen in weefsels/cellen een ziekte definiëren
2. Behandelende arts een kader geven om correcte behandeling te starten
3. Bestuderen van ziektemechanismen
>95% van diagnose die gesteld worden zijn gebaseerd op morfologisch onderzoek
1.2. Doelstelling van morfologisch onderzoek
Morfologisch onderzoek = hoeksteen van diagnose
MAAR aantal problemen:
o Niet alle ziekteprocessen hebben morfologische kenmerken
o Vaak aspecifiek (bv. infiltratie van lymfocyten in gewricht, verschillende spierziekten, …)
o Correlatie met klinische gegevens nodig
o Representativiteit: juiste biopsie nodig (bv. grote sarcomen kunnen heterogeen zijn)
o Niet alle letsels in gepreleveerd weefsel worden gevonden
o Soms zo vroeg onderzoek dat letsels is prediagnostisch stadium zijn
Vanaf 1850 belangrijke impact op geneeskunde:
Ziekte = verstoring van structuur en functie van cellen
Religieuze - en technische beperkingen + beperkt inzicht van normaal menselijk lichaam + geen inzicht
in ‘elementaire eenheid’ van geneeskunde (DE cel)
Zodiac man: verband ts tekens van dierenriem en bepaalde lichaamsdelen
Rudolph Virchow = grondlegger van pathologische anatomie
Leukemie, thrombose, embolie, functio laesa, chromatine, parenchym, …
Doel:
o Tumor of ontsteking of ander proces?
o Welke tumor? Differentiatie? Goedaardig of kwaadaardig?
o Gradering? Stadiëring?
o Als geen tumor: oorzaak? Infectie? Metabole afwijking?
o Type, graad en ernst van letsel? Sluimerende of actieve ontsteking?
! Geef patholoog klinische info
,1.3 methodes in pathologie
Cytopathologie
= diagnose adhv afschrapen van losse cellen van mucosa OF aspiratie met fijne naald
Obv afwijkende kenmerken van cytoplasma en kernen van cellen
Snel, weinig ingrijpend
Sampling errors = staal is op verkeerde plaats genomen
Technische problemen door slechte fixatie, uitstrijkje of bewerking
Interpretatieproblemen = niet alle tumoren laten zich cytologisch diagnosticeren + als diagnose mogelijk is, kan
er nog niets over stadiëring verteld worden
Histopathologie
= diagnose adhv resectie/biopsie met prelevatie van representatieve weefselfragmenten (macroscopisch)
obv paraffinecoupes, vriescoupes, histochemie, enzymhistochemie, immunohistochemie, elektronenmicroscopie,
moleculaire technieken
= gouden standaard
! Morfologische en moleculaire analyse altijd samenhouden
Autopsie
= uitwendige - en inwendige schouwing of sectie
(organen verwijderen, inspecteren en weefselfragmenten fixeren voor microscopisch onderzoek)
Medicolegaal = bij verdachte of gewelddadige overlijdens
= forensische geneeskunde
Gerechtelijke autopsies niet uitgevoerd tenzij bij vordering door parket; geen toelating gevraagd aan familie
Klinisch/ wetenschappelijk = bij overlijden tgv ziekte, controle klinische diagnose, epidemiologie
Enkel indien lijk vrijgegeven werd door parket
In 30%: relevante afwijkingen
300 Overlijden per jaar worden ten onrechte geclassificeerd als natuurlijk dood
, 2.Celpathologie: cellulaire adaptatie als reactie
op celbeschadiging
2.1. Reversibele beschadiging
Beperkte mogelijkheden van cel om te reageren op verschillende prikkels
o Wnr prikkel niet te intens is of niet te lang duurt is cel in staat zichzelf te herstellen
o Langdurige subletale beschadiging van cellen adaptatiereacties van cel in vijandig milieu
Atrofie
= vermindering van afmetingen + functie van cel
Adaptatie van cel door aantal functies af te sluiten: minimaal E-gebruik
Daling AZ-opname + O2-verbruik + eiwitsynthese
Minder aantal mitochondria, ER en cytoplasmatische filamenten
o Verminderde prikkeling van cel (bv. spieratrofie na gips)
o Ischemie + verminderde O2-toevoer
o Onvoldoende aanvoer voedingsstoffen (bv. spieratrofie bij ondervoeding)
o Onderbreking van trofische signalen (= neuraal of hormonaal)
o Chronische beschadiging (bv. atrofie van slijmvliezen in mond en pharynx door roken)
o Veroudering (= mede door ischemie)
o Occlusie van lozingsgang van exocriene klier -> atrofie van kliercel
o Fysiologisch (bv. menopauze)
Hypertrofie
= toename van afmetingen en activatie van cel
Trofische signalen of overdreven functionele belasting
Toegenomen EW-synthese
o Fysiologische hypertrofie (bv. geslachtsorganen tijdens zwangerschap oiv sex
hormonen)
o Verhoogde functionele belasting (bv. hartspier bij chronische overbelasting)
o Overvoeding hypertrofie en -plasie van vetcellen
Hyperplasie
= toename van aantal cellen in weefsel of orgaan
Niet in alle weefsels mogelijk (bv. hartspiercellen kunnen niet delen)
Vaak samen met hypertrofie
o Hormonale stimuli in puberteit en zwangerschap (toename trofische signalen)
o Voortdurende functionele belasting (bv. hypocalcemie en/of hyperfosfatemie: hyperplasie van TSH)
o Chronische irritatie (bv. pseudopoliepen (= hyperplastische mucosa) bij chronische inflammatie darm)
! Pediatrische obesitas: hyperplasie en hypertrofie van vetcellen
Moeilijk om weg te krijgen door extra cellen
Volwassen obesitas: enkel hypertrofie
Metaplasie
= omzetting van 1 celtype in ander (omkeerbaar)
Direct: onmiddellijke transformatie tussen gedifferentieerde cellen
Indirect: herprogrammatie van stamcellen
Barrett slokdarm: 50x meer kans op adenocarcinoom