HOOFDSTUK 21: HOW EVOLUTION WORKS
Evolutie: de verandering in de genetische samenstelling van een populatie van generatie op
generatie
4 ingrediënten van evolutie:
1. Variatie
2. Overproductie: meer individuen worden geboren dan dat er overleven
3. Selectiedruk
4. Erfelijkheid
Concept 21.2
Natuurlijke selectie: een proces waarbij individuen die bepaalde geërfde kenmerken
hebben, ernaar neigen om beter te overleven en te reproduceren doordeze kenmerken.
Artificiële selectie: het modificeren van soorten door individuen te selecteren en te fokken
die gewenste eigenschappen bezitten
Survival of the fittest
De best aangepaste individuen hebben een grotere kan op overleven en zullen meer
nakomelingen hebben aan wie ze hun gunstige eigenschappen doorgeven.
2 observaties en interferenties van Darwin
1. Leden van een populatie verschillen vaak in geërfde kenmerken
2. Alle soorten kunnen meer nakomelingen produceren dan de omgeving kan
ondersteunen, veel van deze nakomelingen falen erin om te overleven en te
reproduceren
1. Individuen waarvan de geërfde kenmerken hen een betere kans op overleven en
reproduceren in een bepaalde omgeving geven, krijgen vaak meer nakomelingen
dan andere individuen
2. Deze ongelijke vermogen van individuen om te overleven en te reproduceren leidt tot
de vermeerdering van gunstige kenmerken binnen de populatie over meerdere
generaties
De hoofdgedachten van natuurlijke selectie:
● Individuen waarvan de geërfde kenmerken hen een betere kans op overleven en
reproduceren in een bepaalde omgeving geven, krijgen vaak meer nakomelingen
dan andere individuen
● Over de tijd kan natuurlijke selectie de frequentie van aanpassingen die gunstig zijn
in een bepaalde omgeving laten toenemen
● Als een omgeving verandert, of als individuen naar een nieuwe omgeving verhuizen,
kan natuurlijke selectie resulteren in aanpassing aan deze nieuwe omgeving
Individuen evolueren niet, populaties wel.
Evolutie: de verandering in de genetische samenstelling van een populatie van generatie op
generatie
4 ingrediënten van evolutie:
1. Variatie
2. Overproductie: meer individuen worden geboren dan dat er overleven
3. Selectiedruk
4. Erfelijkheid
Concept 21.2
Natuurlijke selectie: een proces waarbij individuen die bepaalde geërfde kenmerken
hebben, ernaar neigen om beter te overleven en te reproduceren doordeze kenmerken.
Artificiële selectie: het modificeren van soorten door individuen te selecteren en te fokken
die gewenste eigenschappen bezitten
Survival of the fittest
De best aangepaste individuen hebben een grotere kan op overleven en zullen meer
nakomelingen hebben aan wie ze hun gunstige eigenschappen doorgeven.
2 observaties en interferenties van Darwin
1. Leden van een populatie verschillen vaak in geërfde kenmerken
2. Alle soorten kunnen meer nakomelingen produceren dan de omgeving kan
ondersteunen, veel van deze nakomelingen falen erin om te overleven en te
reproduceren
1. Individuen waarvan de geërfde kenmerken hen een betere kans op overleven en
reproduceren in een bepaalde omgeving geven, krijgen vaak meer nakomelingen
dan andere individuen
2. Deze ongelijke vermogen van individuen om te overleven en te reproduceren leidt tot
de vermeerdering van gunstige kenmerken binnen de populatie over meerdere
generaties
De hoofdgedachten van natuurlijke selectie:
● Individuen waarvan de geërfde kenmerken hen een betere kans op overleven en
reproduceren in een bepaalde omgeving geven, krijgen vaak meer nakomelingen
dan andere individuen
● Over de tijd kan natuurlijke selectie de frequentie van aanpassingen die gunstig zijn
in een bepaalde omgeving laten toenemen
● Als een omgeving verandert, of als individuen naar een nieuwe omgeving verhuizen,
kan natuurlijke selectie resulteren in aanpassing aan deze nieuwe omgeving
Individuen evolueren niet, populaties wel.