HOOFDSTUK 24: SPECIES AND SPECIATION
Speciatie: de oorsprong van soorten, als middelpunt van de evolutietheorie (Darwin:
"Mystery of mysteries")
Micro evolutie: veranderingen in allelfrequentie in een populatie over de tijd (mutatie,
genetische drift, gene flow, selectie)
Macro evolutie: brede patronen van evolutionaire verandering boven het soortniveau
Concept 24.1
The biological species concept
Het biologisch soort concept: er zijn verschillende populaties. Als individuen van die
populatie vruchtbare nakomelingen kunnen krijgen, behoren ze tot dezelfde soort
Reproductive isolation
Reproductieve isolatie: het bestaan van biologische factoren (barrières) die twee soorten
belemmeren om levensvatbare, vruchtbare nakomelingen te produceren
● Blokkeert gene flow
● Beperkt de vorming van hybriden
Er zijn 2 soorten barrières:
1. Pre-zygotische barrière: blokkeert de bevruchting
○ Verschillende soorten hinderen van het proberen te paren
○ Voorkomen dat de paring succesvol wordt voltooid
○ Hinderen van bevruchting als paring succesvol is (gametische
incompatibiliteit)
2. Post-zygotische barrière: reproductieve isolatie nadat de hybride zygote is gevormd
○ Verminderde hybride levensvatbaarheid
○ Afgenomen hybride vruchtbaarheid
Habitat isolatie: 2 soorten zien elkaar nauwelijks/nooit, omdat ze een andere habitat
hebben
Temporele isolatie: soorten die op verschillende tijden/momenten voortplanten
Gedrag isolatie: gedrag is een barrière
1
, Limitations of the biological species concept
Dit concept is evolutionair zinvol; er zijn echter 3 problemen:
1. Niet goed toetsbaar als soorten niet overlappen in ruimte
2. Niet (goed) toetsbaar als soorten niet overlappen in tijd (fossielen)
3. Kan niet gebruikt worden bij aseksuele voortplanting
Other definitions of species
Morfologische soorten concept: definitie van een soort in termen van meetbare
anatomische criteria (het ziet er hetzelfde uit, dus de kans dat het 1 soort is is groot)
Voordelen:
● Kan zowel bij seksuele als bij aseksuele voortplanting gebruikt worden
● Kan zelfs nuttig zijn zonder informatie over de mate van gene flow
Problemen met dit concept:
● Mannen en vrouwen zien er soms heel verschillend uit
● Jong en oud
● Ze zien er identiek uit, maar zijn wel andere soorten
Ecologische soorten concept: definitie van een soort in termen van ecologische niche
(kijkt naar de niche die individuen innemen. Zelfde niche = zelfde soort)
● Kan zowel bij seksuele als bij aseksuele voortplanting gebruikt worden
Fylogenetisch soorten concept: kijken naar verwantschappen (voorouders)
● Kan zowel bij seksuele als bij aseksuele voortplanting gebruikt worden
2
Speciatie: de oorsprong van soorten, als middelpunt van de evolutietheorie (Darwin:
"Mystery of mysteries")
Micro evolutie: veranderingen in allelfrequentie in een populatie over de tijd (mutatie,
genetische drift, gene flow, selectie)
Macro evolutie: brede patronen van evolutionaire verandering boven het soortniveau
Concept 24.1
The biological species concept
Het biologisch soort concept: er zijn verschillende populaties. Als individuen van die
populatie vruchtbare nakomelingen kunnen krijgen, behoren ze tot dezelfde soort
Reproductive isolation
Reproductieve isolatie: het bestaan van biologische factoren (barrières) die twee soorten
belemmeren om levensvatbare, vruchtbare nakomelingen te produceren
● Blokkeert gene flow
● Beperkt de vorming van hybriden
Er zijn 2 soorten barrières:
1. Pre-zygotische barrière: blokkeert de bevruchting
○ Verschillende soorten hinderen van het proberen te paren
○ Voorkomen dat de paring succesvol wordt voltooid
○ Hinderen van bevruchting als paring succesvol is (gametische
incompatibiliteit)
2. Post-zygotische barrière: reproductieve isolatie nadat de hybride zygote is gevormd
○ Verminderde hybride levensvatbaarheid
○ Afgenomen hybride vruchtbaarheid
Habitat isolatie: 2 soorten zien elkaar nauwelijks/nooit, omdat ze een andere habitat
hebben
Temporele isolatie: soorten die op verschillende tijden/momenten voortplanten
Gedrag isolatie: gedrag is een barrière
1
, Limitations of the biological species concept
Dit concept is evolutionair zinvol; er zijn echter 3 problemen:
1. Niet goed toetsbaar als soorten niet overlappen in ruimte
2. Niet (goed) toetsbaar als soorten niet overlappen in tijd (fossielen)
3. Kan niet gebruikt worden bij aseksuele voortplanting
Other definitions of species
Morfologische soorten concept: definitie van een soort in termen van meetbare
anatomische criteria (het ziet er hetzelfde uit, dus de kans dat het 1 soort is is groot)
Voordelen:
● Kan zowel bij seksuele als bij aseksuele voortplanting gebruikt worden
● Kan zelfs nuttig zijn zonder informatie over de mate van gene flow
Problemen met dit concept:
● Mannen en vrouwen zien er soms heel verschillend uit
● Jong en oud
● Ze zien er identiek uit, maar zijn wel andere soorten
Ecologische soorten concept: definitie van een soort in termen van ecologische niche
(kijkt naar de niche die individuen innemen. Zelfde niche = zelfde soort)
● Kan zowel bij seksuele als bij aseksuele voortplanting gebruikt worden
Fylogenetisch soorten concept: kijken naar verwantschappen (voorouders)
● Kan zowel bij seksuele als bij aseksuele voortplanting gebruikt worden
2