CM
TOETSING: WCO(afgetekend), PRACTICA(10),TENTAMEN(90)(essay-vragen) Op BB voormalige
tentamens. (42%). Bonus: 3 best beantwoorde vragen tellen dubbel mee. (indien zelfstudies
gedaanMCQ computer) MyTimteTable. 27 september, 23 oktober. Zaal gamma.
Bonus: Tentamenvragen inleveren! 26 september eiwitkunde, membranen. 22 oktober
metabolisme. SCHRIFTELIJK (multiple, stellingen, hoezo goed of fout)
e-mail:
Hoorcollege 1
Inhoud
Aminozuur kan met OH en met O-. Hangt van omgeving pH af. Net zoals NH3+ op NH2.
Formules hoef je niet te kennen mr wel herkennen. (lactaat enzo wel blz 11 syllabus staat welke)
ATP: 3 fosfaatgroepen.
ATP-syntase: kleinste motor ADP+ATP(overal voor nodig).
Katabolisme: afbraak
Isabelle
Eiwit bestaat uit L-2 aminozuren.
Peptidebinding richting: amino carboxyl
Een peptide binding kan resoneren. Dit houdt in dat de C-N binding een C=N binding kan worden.
Zodra het een dubbele binding is kan het molecuul twee kanten op draaien. Je krijgt dan twee
verschillende isomeren, de Trans en de Cis. De meeste moleculen hebben een Trans-vorm, want het
is energetisch niet voordelig om dicht bij elkaar te liggen als restgroep.
Zelfstudie 1
H1
Combustion: Brandstof + zuurstof CO2 en water
4 types biomoleculen:
1. Proteïnes: bestaat uit aminozuren. Signaalmoleculen. Enzymen(katalysatoren). Lineair.
2. Nucleïnezuur: Verzamelen en transporteren van info. Lineair. Bestaat uit: nucleotiden:
(desoxy)ribose, ringstructuur en een fosfaatgroep. Je hebt DNA en RNA. RNA heeft U ipv T en
extra OH groep.
3. Lipiden: klein, hydrofoob en hydrofiel. Signaalmoleculen. Brandstof en structuur.
, 4. koolhydraten. Planten: glucose id vorm van zetmeel, dieren glycogeen. Brandstof en
celcommunicatie
Cellulose: lang lineair polymeer van glucose.
Cytoskelet bestaat uit actine filamenten, filamenten en microtubules.
Nucleus is infopunt vd cel. Dubbel membraan.
CO en cyanide houden de werking van mitochondria(dubbelmembraan) tegen en dit is dodelijk.
Glad ER verwerkt drugs e.d.
Vrije ribosomen hebben een rol in de synthese van proteïnen.
Ribosomen op het ER synthetiseren proteïnen(d.m.v. translatie komen ze daar) die in cellulaire
membranen zijn gekomen en die uitgescheiden van de cel worden.
Chaperones helpen eiwitten hun uiteindelijke structuur te verkrijgen.
Delen die van het ER afsnoeren noem je transport vesicles naar golgisysteem.
Secretory granule is afkomstig van golgicomplex, dumpt info naar extracellulair: exocytose.
Endocytose: kleine hoeveelheden stoffen id cel opnemen.
Fagocyte is veel stoffen id cel opnemen.
Lysosomen: verwijderen endosomen en beschadigde organellen. scheiden daarbij kleine
moleculen uit.
H2
1 angstrom = 0,1 nm.
Brownian Motion is een essentiële energiebron voor leven. Hoe de deeltjes bewegen hangt alleen af
van de temperatuur.
O is partieel negatief en H is partieel positief.
Apolair is hydrofoob.
Coulomb wet: E= kq1*q2/Dr
Amfipatisch molecuul: twee verschillende chemische eigenschappen.
Randomheid neemt toe bij een spontaan proces.
Hydrofoob: koolwaterstofketens (alifatisch): R-CH3 en aromaten: Benzeenring-R.
Hydroxyl (alcohol); R-OH
Aldehyde: R-C=0
H
Keton: R-C-R
O
, Carboxyl: R-C-OH
O
Amino/amines: R-NH2
Fosfaat:
Sulfide: R-SH
de fluctuatie van de energie inhoud van het milieu (thermal noise)
Het vouwen van eiwitten: eiwitten op dezelfde manier vouwen zorgt juist voor orde, maar hydrofobe
zijtakken van aminozuren die met elkaar willen binden zorgen voor de wanorde van het water: de
watermoleculen komen vrij door de bindingen.
ΔG is afhankelijk van:
De aard van de reactanten (ΔG0’)
Concentratie van de reactanten
reactiesnelheden zijn afhankelijk van een paar factoren;
(Temperatuur)
(pH)
Hoeveelheid enzym
Hoeveelheid substraat
Aanwezigheid modulatoren (zoals remmers en/of activatoren)
Structuurformules:
Glucose Pyruvaat/pyrodruivenzuur Lactaat Oxaloacetaat
Acetyl-CoA Acyl-CoA Triacylglycerol
Palmitaat
Alanine Glycine Glutamaat
TOETSING: WCO(afgetekend), PRACTICA(10),TENTAMEN(90)(essay-vragen) Op BB voormalige
tentamens. (42%). Bonus: 3 best beantwoorde vragen tellen dubbel mee. (indien zelfstudies
gedaanMCQ computer) MyTimteTable. 27 september, 23 oktober. Zaal gamma.
Bonus: Tentamenvragen inleveren! 26 september eiwitkunde, membranen. 22 oktober
metabolisme. SCHRIFTELIJK (multiple, stellingen, hoezo goed of fout)
e-mail:
Hoorcollege 1
Inhoud
Aminozuur kan met OH en met O-. Hangt van omgeving pH af. Net zoals NH3+ op NH2.
Formules hoef je niet te kennen mr wel herkennen. (lactaat enzo wel blz 11 syllabus staat welke)
ATP: 3 fosfaatgroepen.
ATP-syntase: kleinste motor ADP+ATP(overal voor nodig).
Katabolisme: afbraak
Isabelle
Eiwit bestaat uit L-2 aminozuren.
Peptidebinding richting: amino carboxyl
Een peptide binding kan resoneren. Dit houdt in dat de C-N binding een C=N binding kan worden.
Zodra het een dubbele binding is kan het molecuul twee kanten op draaien. Je krijgt dan twee
verschillende isomeren, de Trans en de Cis. De meeste moleculen hebben een Trans-vorm, want het
is energetisch niet voordelig om dicht bij elkaar te liggen als restgroep.
Zelfstudie 1
H1
Combustion: Brandstof + zuurstof CO2 en water
4 types biomoleculen:
1. Proteïnes: bestaat uit aminozuren. Signaalmoleculen. Enzymen(katalysatoren). Lineair.
2. Nucleïnezuur: Verzamelen en transporteren van info. Lineair. Bestaat uit: nucleotiden:
(desoxy)ribose, ringstructuur en een fosfaatgroep. Je hebt DNA en RNA. RNA heeft U ipv T en
extra OH groep.
3. Lipiden: klein, hydrofoob en hydrofiel. Signaalmoleculen. Brandstof en structuur.
, 4. koolhydraten. Planten: glucose id vorm van zetmeel, dieren glycogeen. Brandstof en
celcommunicatie
Cellulose: lang lineair polymeer van glucose.
Cytoskelet bestaat uit actine filamenten, filamenten en microtubules.
Nucleus is infopunt vd cel. Dubbel membraan.
CO en cyanide houden de werking van mitochondria(dubbelmembraan) tegen en dit is dodelijk.
Glad ER verwerkt drugs e.d.
Vrije ribosomen hebben een rol in de synthese van proteïnen.
Ribosomen op het ER synthetiseren proteïnen(d.m.v. translatie komen ze daar) die in cellulaire
membranen zijn gekomen en die uitgescheiden van de cel worden.
Chaperones helpen eiwitten hun uiteindelijke structuur te verkrijgen.
Delen die van het ER afsnoeren noem je transport vesicles naar golgisysteem.
Secretory granule is afkomstig van golgicomplex, dumpt info naar extracellulair: exocytose.
Endocytose: kleine hoeveelheden stoffen id cel opnemen.
Fagocyte is veel stoffen id cel opnemen.
Lysosomen: verwijderen endosomen en beschadigde organellen. scheiden daarbij kleine
moleculen uit.
H2
1 angstrom = 0,1 nm.
Brownian Motion is een essentiële energiebron voor leven. Hoe de deeltjes bewegen hangt alleen af
van de temperatuur.
O is partieel negatief en H is partieel positief.
Apolair is hydrofoob.
Coulomb wet: E= kq1*q2/Dr
Amfipatisch molecuul: twee verschillende chemische eigenschappen.
Randomheid neemt toe bij een spontaan proces.
Hydrofoob: koolwaterstofketens (alifatisch): R-CH3 en aromaten: Benzeenring-R.
Hydroxyl (alcohol); R-OH
Aldehyde: R-C=0
H
Keton: R-C-R
O
, Carboxyl: R-C-OH
O
Amino/amines: R-NH2
Fosfaat:
Sulfide: R-SH
de fluctuatie van de energie inhoud van het milieu (thermal noise)
Het vouwen van eiwitten: eiwitten op dezelfde manier vouwen zorgt juist voor orde, maar hydrofobe
zijtakken van aminozuren die met elkaar willen binden zorgen voor de wanorde van het water: de
watermoleculen komen vrij door de bindingen.
ΔG is afhankelijk van:
De aard van de reactanten (ΔG0’)
Concentratie van de reactanten
reactiesnelheden zijn afhankelijk van een paar factoren;
(Temperatuur)
(pH)
Hoeveelheid enzym
Hoeveelheid substraat
Aanwezigheid modulatoren (zoals remmers en/of activatoren)
Structuurformules:
Glucose Pyruvaat/pyrodruivenzuur Lactaat Oxaloacetaat
Acetyl-CoA Acyl-CoA Triacylglycerol
Palmitaat
Alanine Glycine Glutamaat